Politieke Economie – Bas Jacobs

ING heeft gelijk: overheidsbeleid in de periode 2011-2017 kostte volgens het CPB ongeveer 365.000 banen

Deze week kwam ING met een mooi rapport met een terugblik op de afgelopen jaren. Ze betoogden dat structurele hervormingen de economie hadden versterkt. Maar ook dat het begrotingsbeleid onnodig kostbaar was en daarmee onnodig veel werkloosheid heeft veroorzaakt.

Een aantal economen was er als de kippen bij om ING af te branden. Ook Minister Dijsselbloem reageerde als door een adder gebeten: “Een hele slechte analyse”, oordeelde hij over het ING-rapport in het FD. Een beetje dom, als je het mij vraagt. De regering probeert in de aantocht naar de verkiezingen met man en macht het economisch herstel van de Nederlandse economie toe te schrijven aan haar beleid. Ten onrechte, want het regeringsbeleid heeft weliswaar op lange termijn een aantal zaken verbeterd (AOW, huizenmarkt, zorg), maar vooral op korte termijn veel onnodige economische schade aangericht.

Hoeveel banen hebben de plannen van diverse regeringen eigenlijk gekost? Dat was de steen des aanstoots. Schattingen voor het werkgelegenheidsverlies zijn beschikbaar in de CPB-doorrekeningen van de diverse regeerakkoorden en tussentijdse begrotingspakketten. Eerder schatten Wim Suyker van het CPB en de Studiegroep Begrotingsruimte (p.19) op basis van deze cijfers dat het Nederlandse begrotingsbeleid zo’n 5% aan bbp-groei heeft gekost tussen 2011-2017 – en dat is exclusief de afbouw van het crisispakket van Balkenende-IV dat in ‘het basispad’ is verwerkt.

Op dezelfde wijze kunnen we berekenen, op basis van dezelfde CPB-ramingen, hoeveel banen naar schatting gemoeid zijn geweest met het gevoerde beleid. Die berekening heb ik gemaakt in de volgende tabel. In deze Excel-sheet staan de berekeningen plus de verwijzingen naar alle bronnen voor de cijfers.*

schade_werkgelegenheid

Het CPB schat dat er ongeveer 5,2% minder werkgelegenheid is gecreëerd vanwege het gevoerde regeringsbeleid sinds 2011. Dit is ongeveer gelijk aan de afname van de groei van het bbp gedurende diezelfde periode. De afname van de werkgelegenheid komt overeen met zo’n 365.000 voltijdsbanen. Van die 5,2% geschatte daling van werkgelegenheid kan 2,2% op conto worden geschreven van het beleid tijdens Rutte 2, gelijk aan ongeveer 155.00 minder banen.

Natuurlijk moeten deze schattingen met grote voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Het zijn ramingen die door het CPB worden gemaakt op basis van haar modellen. Over de modelaannames is discussie mogelijk. Ook kan de schatting zijn vertekend door afrondingsverschillen. Maar dat gezegd hebbende, lijkt het me onwaarschijnlijk dat andere ramingsmethoden effecten zouden opleveren die van een totaal andere orde van grootte zouden zijn.

Het economisch bureau van ING heeft daarom gelijk. Zij concludeerden: ‘Al met al kostte het snijden in overheidsuitgaven waarschijnlijk een paar honderdduizend banen’. Die conclusie is terecht voorzichtig gezien de onzekerheden rondom dergelijke inschattingen, maar wordt volledig ondersteund door cijfers van het CPB.

Het is daarom treurig als de Minister van Financiën de boodschapper van het slechte nieuws probeert neer te schieten en de schade van het regeringsbeleid voor de Nederlandse werkgelegenheid bagatelliseert.

 

*Aangezien het CPB sinds het CEP 2016 niet langer meer het arbeidsvolume in personen meet, maar alleen nog het arbeidsvolume in uren, heb ik de volume-effecten in uren weer omgerekend naar arbeidsvolume in personen met behulp van de deeltijdfactor uit de MEV 2016 van 2015. Daarbij heb ik een schatting gemaakt van de deeltijdfactor voor 2017, aangezien ik daarvan geen cijfer heb kunnen vinden. Die schatting heb ik op het gemiddelde gesteld van de deeltijdfactor in de jaren 2011-2016.

Written by basjacobs

17 september 2016 bij 10:34

%d bloggers op de volgende wijze: