Politieke Economie – Bas Jacobs

Archive for the ‘overheidsfinanciën’ Category

ING heeft gelijk: overheidsbeleid in de periode 2011-2017 kostte volgens het CPB ongeveer 365.000 banen

Deze week kwam ING met een mooi rapport met een terugblik op de afgelopen jaren. Ze betoogden dat structurele hervormingen de economie hadden versterkt. Maar ook dat het begrotingsbeleid onnodig kostbaar was en daarmee onnodig veel werkloosheid heeft veroorzaakt.

Een aantal economen was er als de kippen bij om ING af te branden. Ook Minister Dijsselbloem reageerde als door een adder gebeten: “Een hele slechte analyse”, oordeelde hij over het ING-rapport in het FD. Een beetje dom, als je het mij vraagt. De regering probeert in de aantocht naar de verkiezingen met man en macht het economisch herstel van de Nederlandse economie toe te schrijven aan haar beleid. Ten onrechte, want het regeringsbeleid heeft weliswaar op lange termijn een aantal zaken verbeterd (AOW, huizenmarkt, zorg), maar vooral op korte termijn veel onnodige economische schade aangericht.

Hoeveel banen hebben de plannen van diverse regeringen eigenlijk gekost? Dat was de steen des aanstoots. Schattingen voor het werkgelegenheidsverlies zijn beschikbaar in de CPB-doorrekeningen van de diverse regeerakkoorden en tussentijdse begrotingspakketten. Eerder schatten Wim Suyker van het CPB en de Studiegroep Begrotingsruimte (p.19) op basis van deze cijfers dat het Nederlandse begrotingsbeleid zo’n 5% aan bbp-groei heeft gekost tussen 2011-2017 – en dat is exclusief de afbouw van het crisispakket van Balkenende-IV dat in ‘het basispad’ is verwerkt.

Op dezelfde wijze kunnen we berekenen, op basis van dezelfde CPB-ramingen, hoeveel banen naar schatting gemoeid zijn geweest met het gevoerde beleid. Die berekening heb ik gemaakt in de volgende tabel. In deze Excel-sheet staan de berekeningen plus de verwijzingen naar alle bronnen voor de cijfers.*

schade_werkgelegenheid

Het CPB schat dat er ongeveer 5,2% minder werkgelegenheid is gecreëerd vanwege het gevoerde regeringsbeleid sinds 2011. Dit is ongeveer gelijk aan de afname van de groei van het bbp gedurende diezelfde periode. De afname van de werkgelegenheid komt overeen met zo’n 365.000 voltijdsbanen. Van die 5,2% geschatte daling van werkgelegenheid kan 2,2% op conto worden geschreven van het beleid tijdens Rutte 2, gelijk aan ongeveer 155.00 minder banen.

Natuurlijk moeten deze schattingen met grote voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Het zijn ramingen die door het CPB worden gemaakt op basis van haar modellen. Over de modelaannames is discussie mogelijk. Ook kan de schatting zijn vertekend door afrondingsverschillen. Maar dat gezegd hebbende, lijkt het me onwaarschijnlijk dat andere ramingsmethoden effecten zouden opleveren die van een totaal andere orde van grootte zouden zijn.

Het economisch bureau van ING heeft daarom gelijk. Zij concludeerden: ‘Al met al kostte het snijden in overheidsuitgaven waarschijnlijk een paar honderdduizend banen’. Die conclusie is terecht voorzichtig gezien de onzekerheden rondom dergelijke inschattingen, maar wordt volledig ondersteund door cijfers van het CPB.

Het is daarom treurig als de Minister van Financiën de boodschapper van het slechte nieuws probeert neer te schieten en de schade van het regeringsbeleid voor de Nederlandse werkgelegenheid bagatelliseert.

 

*Aangezien het CPB sinds het CEP 2016 niet langer meer het arbeidsvolume in personen meet, maar alleen nog het arbeidsvolume in uren, heb ik de volume-effecten in uren weer omgerekend naar arbeidsvolume in personen met behulp van de deeltijdfactor uit de MEV 2016 van 2015. Daarbij heb ik een schatting gemaakt van de deeltijdfactor voor 2017, aangezien ik daarvan geen cijfer heb kunnen vinden. Die schatting heb ik op het gemiddelde gesteld van de deeltijdfactor in de jaren 2011-2016.

Advertenties

Written by basjacobs

17 september 2016 at 10:34

Rutte en De Jager reageren, kamervragen Koolmees

with 3 comments

Rutte heeft gister bij RTL gereageerd in een interview met Frits Wester op mijn stuk in het FD. Zie dit filmpje bij 5.4o min ongeveer. Ben benieuwd wat de regering gaat zeggen in reactie op mijn stuk.

Op de VVD-site hebben ze hetzelfde flimpje geplaatst, alleen daar hebben ze de passage over mijn FD-stuk uitgeknipt. Fascinerend. Blijkbaar hebben ze toch weinig trek in deze discussie. Zie het volgende filmpje op youtube, de knip zit bij 2:50 min:

Wouter Koolmees – financieel woordvoerder D66 – heeft kamervragen gesteld aan Minister de Jager van Financiën, zie hier.

Vanochtend zat ik bij BNR in de uitzending bij peptalk. Jan Kees de Jager was de host. Luister naar het volgende fragment. Willem Vermeend is het met mijn FD-stuk eens. Minister de Jager trekt nog steeds een soort mistgordijn op door te spreken over bezuinigingen, ombuigingen (haags jargon voor bezuinigen), lastenverzwaringen en financieringsschuiven (die bij de zorg eigenlijk lastenverzwaringen gekoppeld aan uitgavenverhogingen zijn).

Daarnaast zegt hij dat ik de bezuiniging op de zorgtoeslag als een lastenverzwaring meetel. Dat is incorrect. Die staat in de CPB-sommen — waarop ik me baseer — gewoon onder de bezuinigingen. Zie tabel A.1, regel 2.

Ook verwijt hij mij te goochelen met cijfers, als het gaat over de oploop van de zorgpremies met zo’n 3,6 miljard euro. Hij beweert dat dit geen lastenverzwaring is. Volgens mij is dat niet juist. Zie mijn uitgebreide artikel.

Ik kreeg van ‘gespreksleider’ De Jager helaas wat weinig spreektijd om dit toe te lichten…

Written by basjacobs

25 februari 2011 at 14:49

Geplaatst in overheidsfinanciën

Regering Rutte bezuinigt geen 18 miljard, maar nog geen 9 miljard

with 2 comments

Vandaag staat er in het Financieele Dagblad een opiniestuk van mijn hand. Centrale boodschap is dat regering Rutte haar eigen begrotingsprestaties veel te rooskleurig voorstelt.

De regering beweert gedurende de komende regeerperiode 18 miljard euro te bezuinigen. Niets is minder waar. De bezuinigingen bedragen met 8¾ miljard euro minder dan de helft. Daarnaast verzwaart de regering de lasten met 6¼ miljard. De regering veegt sterk stijgende zorgkosten en zorgpremies onder het tapijt, schat de opbrengsten van bezuinigingen te rooskleurig in en vergeet een lastenverzwaring bij de pensioenen te vermelden. De regering telt bovendien op een oneigenlijke manier 3¼ miljard euro van Balkenende-IV mee bij haar eigen begrotingsprestaties.

Hein de Kort heeft een fantastische cartoon bij het stuk getekend:

Zie het uitgebreide artikel waarin ik de claims in het FD-stuk onderbouw.

Written by basjacobs

24 februari 2011 at 00:45

Geplaatst in overheidsfinanciën

AOW-spaarfonds (vervolg)

leave a comment »

Written by basjacobs

3 februari 2011 at 00:03

Geplaatst in AOW, overheidsfinanciën

Hef AOW-spaarfonds op

with 2 comments

Morgenochtend mag ik aanschuiven in de Tweede Kamer om mijn opvatting te geven over het zogenaamde AOW-spaarfonds. Dit wordt mijn inbreng in de discussie:

In dank de Commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor de uitnodiging om te spreken over het AOW-spaarfonds. Ik kan alvast beginnen met mijn conclusie: het AOW-spaarfonds moet worden opgeheven. Het bestaat alleen op papier in de Miljoenennota en nergens anders. Het is een virtueel fonds dat geen geld bevat.

Het zogenaamde AOW-spaarfonds kan als volgt worden getypeerd. De overheid heeft een spaarpot gemaakt waarin ze geld stort ten behoeve van de financiering van de AOW. Dat geld verkrijgt ze door te lenen op de kapitaalmarkt middels uitgifte van staatsobligaties, maar niet door belastingen te verhogen of uitgaven te verlagen. Met de netto vermogenspositie van de overheid verandert bijgevolg niets; het vermogen in de spaarpot kan precies worden weggestreept tegen de hogere staatsschuld.

Fondsvorming vindt alleen plaats als de staatsschuld daalt. In dat geval ontstaat in de toekomst extra bestedingsruimte voor de AOW door de vrijvallende rentelasten. Maar er is door de introductie van het AOW-spaarfonds geen extra geld gereserveerd om de AOW te bekostigen. De staatsschuld daalt immers niet. Voor het verlagen van de staatsschuld zijn vroeger of later lagere overheidsuitgaven of hogere belastingen nodig teneinde het EMU-tekort terug te dringen.

Ik wil u twee citaten voorleggen die mijn stelling onderbouwen. Het eerste komt uit het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte uit 2006:

“In de huidige situatie kan ten onrechte het beeld ontstaan dat het vergrijzingsprobleem is opgelost als er maar voldoende wordt afgedragen aan het AOW-spaarfonds. Dit is echter niet het geval. Zonder extra bezuinigingen betekent een hogere afdracht aan het AOW-spaarfonds simpelweg een hoger tekort op de rijksbegroting. Op de totale houdbaarheid heeft deze storting geen effect.” (Studiegroep Begrotingsruimte, 2006, p.19).

 

Het tweede citaat komt van Flip de Kam (Hoogleraar Overheidsfinanciën RUG), Lense Koopmans (Hoogleraar Economie Gezondheidszorg, RUG) en Nout Welllink (President DNB) uit hun leerboek over overheidsfinanciën:

“Ogenschijnlijk is met ingang van 1997 een begin gemaakt met gedeeltelijke kapitaaldekking van de AOW. Sindsdien staat ieder jaar onder de uitgaven op de rijksbegroting een storting in het Spaarfonds AOW. Deze storting wordt tegelijk weer geboekt als ontvangst van de rijksoverheid. Beide bedragen vallen dus tegen elkaar weg. […] De fondsconstructie suggereert een gedeeltelijke overstap van omslagfinanciering naar kapitaaldekking. Zij is ingegeven door de wens van politici onrust over de toekomst van de AOW te bezweren. Van kapitaaldekking is echter geen sprake. Het Spaarfonds bestaat alleen maar op papier. In de toekomst valt een onttrekking aan het fonds alleen te financieren door te bezuinigen op de overheidsuitgaven of door de rijksbelastingen te verhogen. Die maatregelen zou de overheid vanaf 2020 ook moeten treffen wanneer nooit een Spaarfonds was gevormd! Het patroon van overheidsuitgaven en –ontvangsten in de tijd – en dus het beloop van begrotingssaldo en staatsschuld – staat los van de stortingen die (alleen op papier) in het fonds plaatsvinden. De constructie biedt dus geen extra zekerheid inzake de toekomst van de AOW.” (De Kam, Koopmans en Wellink, 2008, p.153)

 

De conclusie is dat met de introductie van het zogenaamde AOW-spaarfonds de wetgever heeft gesuggereerd alsof er extra geld gereserveerd zou zijn voor het opvangen van de stijgende uitgaven aan de AOW vanwege de vergrijzing, terwijl dat niet het geval is.

Geachte leden van de Tweede Kamer, het AOW-spaarfonds is daarom naar mijn opvatting je reinste volksverlakkerij. Talloze burgers verkeerden, of verkeren nog steeds, ten onrechte in de veronderstelling dat extra middelen zijn gereserveerd voor de AOW.

Mijn collega Flip de Kam schreef al in 1999: “De instelling van het fonds is een vorm van ‘zwendel’ met de overheidsfinanciën zonder weerga.” En in 2004: “De hele constructie is echter niet meer dan een staaltje van superieur kiezersbedrog.”

Het is nu 2011. En we hebben het nog steeds over dat vermaledijde AOW-spaarfonds. Ik roep u daarom vandaag op

i) subiet een einde te maken aan het zogenaamde AOW-spaarfonds,

ii) burgers duidelijk te maken dat het fonds alleen op papier, maar nooit in het echt heeft bestaan en

iii) oprecht uw excuses aan te bieden voor het misleiden van de burger.

 

Ik dank u voor uw aandacht.

 

Referenties

De Kam, C.A. (1999), “De AOW-Affaire”, NRC Handelsblad, 11 februari, p.19.

De Kam, C.A. (1999), “Iedereen Rijk!”, NRC Handelsblad, 15 juli, p.12.

De Kam, C.A., L. Koopmans, en A.H.E.M. Wellink, (2008), Overheidsfinanciën, 12e druk, Groningen: Wolters-Noordhof.

Studiegroep Begrotingsruimte (2006), 12e Rapport: Vergrijzing en Houdbaarheid, Den Haag: Ministerie van Financiën.

<!–[if gte mso 9]> Normal 0 false false false MicrosoftInternetExplorer4 <![endif]–><!–[if gte mso 9]> <![endif]–> <!–[endif]–> <!–[endif]–> 

 

Written by basjacobs

2 februari 2011 at 01:01

Geplaatst in AOW, overheidsfinanciën

Economen kraken zichzelf

leave a comment »

Vorige week stonden hoogleraren Eijffinger en Van de Klundert in De Volkskrant met een kritiek op het Centraal Planbureau. De Volkskrant kopte opportunistisch: “Topeconomen kraken het CPB”. Ik kan in ieder geval moeilijk te bevatten hoeveel denkfouten deze twee economen maken.

Eijffinger en Van de Klundert maken allereerst een opmerking die feitelijk onjuist is: “Volgens het Centraal Planbureau (CPB) moeten de komende twee kabinetten 29 miljard euro bezuinigen met het oog op het houdbaarheidstekort, om de rekening van de crisis niet bij toekomstige generaties neer te leggen”. Even later beweren ze: “De manier waarop door het bureau vervolgens de discussie over houdbaarheid wordt aangezwengeld, is misleidend. Het hoeft allemaal niet ineens.”

Maar het CPB heeft nooit beweerd hoe snel het houdbaarheidstekort moet worden weggewerkt. DNB, de Studiegroep Begrotingsruimte en sommige politieke partijen hebben allemaal opvattingen over hoe snel het houdbaarheidstekort moet zijn weggewerkt, maar niet het CPB.

Eijffinger en Van de Klundert verwijten het CPB niet alle aspecten van de vergrijzing in ogenschouw te nemen in de berekeningen: “Het CPB bagatelliseert de baten van de vergrijzing en geeft zo geen evenwichtig beeld van dit probleem op lange termijn.” “Toekomstige generaties erven van de huidige generatie een productiepotentieel in de vorm van kapitaal, kennis en intangibles. Ook door de voortschrijdende technologische ontwikkeling zijn toekomstige generaties beter af.”

Dit verwijt is op zijn zachtst gezegd nogal onhandig. Eijffinger en van de Klundert vergissen zich dat de toekomstige generaties de huidige kapitaalgoederenvoorraad zullen erven. De claims op de kapitaalgoederenvoorraad zijn onze pensioenvermogens en spaartegoeden. Het leeuwendeel van de huidige kapitaalgoederenvoorraad zal in afzienbare tijd worden omgezet in pensioenuitkeringen en maar voor een beperkt deel in erfenissen voor toekomstige generaties.

Bovendien wordt door het CPB aangenomen dat de toekomstige generaties welvarender zullen zijn door productiviteitsgroei. Die productiviteitsgroei is de opbrengst van kennis en ‘intangibles’. Dus het CPB veronderstelt dat die opbrengsten gewoon in de sommen zitten. Het verwijt dat het dit niet zou doen, is niet terecht.

Waar gaan de ‘houdbaarheidssommen’ van het CPB over? Eijffinger en Van de Klundert voeden met ondoordachte opmerkingen het maatschappelijke onbegrip over de CPB-berekeningen. Deze sommen brengen de gevolgen van de vergrijzing in beeld voor de overheidsbegroting en pensioenvoorzieningen. Niets meer, en niets minder: dus alleen de overheidsbegroting en het pensioensysteem. Natuurlijk zijn er nog veel meer zaken die de welvaartsverdeling tussen generaties beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan het milieu en klimaat. Maar je kunt geen model van alles maken: catch all, loose all. Voor andere vragen moeten andere modellen worden gebruikt.

Terecht wijzen Eijffinger en Van de Klundert op de baten van de vergrijzing. Door de toename van de levensverwachting neemt de private welvaart toe; de extra levensjaren zorgen voor een hoger potentieel levensinkomen. Daarnaast stijgt  ook de kwaliteit van de extra levensjaren  als gevolg van een betere gezondheidszorg en hulpmiddelen. Maar Eijffinger en Van de Klundert zetten de samenleving op het verkeerde been door niet te melden dat de baten van de vergrijzing privaat zijn, maar de kosten ervan publiek. Zolang de stijgende levensverwachting niet wordt omgezet in een hogere effectieve pensioenleeftijd en vrijwel alle kosten van gezondheidszorg publiek worden gefinancierd, zorgt vergrijzing voor private winsten en publieke verliezen.

Eijffinger en Van de Klundert maken het CPB een paar onterechte verwijten: “Bij de discussie over de bezuinigingen en het houdbaarheidstekort moet ook met de effecten van de te nemen maatregelen op de economische groei rekening worden gehouden. Het CPB doet dit niet en zet de structurele groei vast op 1,75 procent. Daardoor blijft onzichtbaar dat investeringen van de overheid in onderzoek, onderwijs en wellicht ook in de zorg de productiviteit verhogen. Dat kan mede een oplossing bieden voor het verdelingsvraagstuk tussen actieven en inactieven.” Ook Wouter Bos heeft in zijn hoedanigheid als Minister van Financiën vaak opmerkingen van vergelijkbare strekking gemaakt.

Het CPB neemt inderdaad de opbrengsten hogere van investeringen in onderwijs of R&D niet mee in de vergrijzingssom. Als de overheid nu investeringen wil doen om de groei te verhogen – en dat beleid passeert de kosten-batentest – is het een uitstekend idee om die investeringen te doen. Maar betekent dit nu dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën toeneemt zoals Eijffinger en Van de Klundert suggereren? Het antwoord is: nee.

Alle overheidsuitgaven zijn gekoppeld aan de economische groei: de uitkeringen voor AOW en pensioenen, de salarissen van zorgpersoneel en onderwijzers stijgen allemaal met de economische groei. Dat is een realistische aanname. Als dat niet zo zou zijn, en de salarissen en uitkeringen ontkoppeld zouden worden, dan zou er op termijn niemand meer in de overheidssector willen werken: geen leraren, geen verplegers en geen ambtenaren. Bovendien zullen dan sluipenderwijze alle (pensioen)uitkeringen dalen. Als de uitkeringen bijvoorbeeld alleen nog maar groeien met de prijzen in plaats van de lonen, zijn de uitkeringen ten opzichte van de lonen in waarde gehalveerd in 2050.

Het is daarom niet erg dat het CPB de structurele groei ‘vastzet’ in de vergrijzingssom. Zelfs als de groei door overheidsinvesteringen in onderwijs en R&D hoger zou worden (dat is nog geen uitgemaakte zaak), nemen automatisch ook de overheidsuitgaven toe. Een hogere economische groei levert geen bijdrage aan het verdelingsprobleem tussen actieven en niet actieven. Inactieven profiteren via de koppelingen net zo hard van de economische groei als de actieven. Alleen als je de overheidsuitgaven ontkoppelt van de groei, neemt de houdbaarheid toe. Maar dat zou ook het geval zijn als de groei niet toeneemt.

Het maatschappelijk onbegrip over de vergrijzingssommen van het CPB is alom tegenwoordig. De materie is ingewikkeld, net als de CPB-modellen. Het helpt dan niet als hooggeleerden met ondoordachte artikelen alleen maar meer maatschappelijke verwarring zaaien.

Eijffinger en Van de Klundert verwijzen naar een rapport van de inmiddels ter ziele gegane Raad voor Economisch Adviseurs. Zie hier een kritisch stukje dat ik ooit in De Groene Amsterdammer schreef over dat rapport.

Voor iedereen die geïnteresseerd is besprekingen van de CPB vergrijzingssommen, lees:

Bovenberg, A. Lans, en Bas Jacobs (2010), “Berekeningen van het CPB veel te Rooskleurig”, De Volkskrant, 1 april.

Jacobs, Bas (2009), “Politieke Economie en Methodologie van Vergrijzingssommen“, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 41, (4), 199-218.

Bovenberg, A. Lans, en Bas Jacobs (2006), “Vele Hervormingen Nodig om Vergrijzing op te Vangen“, De Volkskrant, 21 maart.

Jacobs, Bas, en A. Lans Bovenberg (2006), “Voortschrijdend Inzicht in de Vergrijzing“, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 38, (2), 62-79.

Written by basjacobs

30 april 2010 at 16:20

Geplaatst in overheidsfinanciën

Tagged with ,

CPB: zegen voor de democratie

leave a comment »

Het CPB ligt onder vuur. Dit is altijd zo in de aanloop naar de verkiezingen. Het CPB zegt dat sommige verkiezingsbeloftes niet haalbaar zijn. Politieke partijen raken vervolgens gefrustreerd en beginnen te miepen in de media. Dit jaar lijkt het erger dan normaal. Vermoedelijk komt dat omdat politieke partijen veel meer dan normaal gebakken lucht in hun verkiezingsprogramma’s hebben geblazen.

Wilders zegt dat dit misschien wel de laatste keer is dat de PVV zijn verkiezingsprogramma laat doorrekenen: “Doorrekenen door het CPB betekent dansen naar de pijpen van een clubje economen met een bepaalde achtergrond. De directeur is lid van de PvdA.” aldus Geert Wilders. Rita Verdonk is inmiddels afgehaakt, omdat het CPB een aantal van haar voorstellen onhaalbaar achtte.

Columnist Theodor Holman verliest zichzelf een beetje in buitengewoon scherpzinnige opmerkingen in Het Parool: “Nu wordt het CPB door de slijmballen die zogenaamd lief zijn geweest gebruikt als klassenleraar die je vertelt of je over bent of bent blijven zitten. Is het niet vreemd dat een zelfverklaarde PvdA-man, die directeur is van een regeringsorgaantje, alle partijprogramma s in het openbaar kritiseert?”

De Telegraaf kopieert even fantasie- als kritiekloos de teksten van Wilders: “Het CPB wekt de suggestie dat het met een politieke bril kijkt naar de verkiezingsprogramma’s. Het Planbureau wordt aangevoerd door een prominent PvdA’er (Teulings) en juist de PvdA zegt in haar programma niets duidelijks over de salarissen bij de overheid.”

Ik vraag me af wie er hier met een politieke bril kijkt. Dergelijke opmerkingen heb ik zelden uit Telegraaf-kringen vernomen toen Gerrit Zalm – openlijk VVD’er – directeur was van het CPB.

In weerwil van alle kritiek: het CPB is een zegen voor de democratie. Het CPB disciplineert politieke partijen door domweg te controleren of alle inkomsten en uitgaven wel netjes optellen. Dat voorkomt dat politici hun kiezers knollen voor citroenen kunnen verkopen. Het vertrouwen van kiezers in de politiek zou nog lager zijn als politici ongehinderd aan volksverlakkerij kunnen doen.

Politieke partijen hebben in hun verkiezingsprogramma’s veel meer beloofd dan ze kunnen waarmaken. De hardheid van de tientallen miljarden die politieke partijen denken te bezuinigen, bedragen van een historisch ongekende omvang, kan ernstig worden betwijfeld. Het is daarom terecht dat het CPB een rode streep haalt door sommige plannen.

Vrijwel alle politieke partijen boeken bijvoorbeeld niet onderbouwde ‘efficiency kortingen’ in bij de overheid: de overheid moet dan hetzelfde gaan doen met minder geld. Alleen wordt meestal niet uitgelegd hoe de overheid dan doelmatiger moet gaan werken. Het CPB zegt daarom: geen onderbouwing = geen bezuiniging.

De VVD en CDA willen bezuinigen op de lonen bij de overheid. Maar dat kan niet zomaar. De overheid kan wel de ambitie hebben om de lonen te matigen of bevriezen, maar in de onderhandelingen met de vakbonden zal pas blijken of dat lukt. De vakbonden zijn niet achterlijk en zien de bui allang hangen. Zie hun activisme de laatste weken. Grotere bezuinigingen op de lonen dan circa 4 miljard zijn behoorlijk lastig.

Het CPB heeft ook terecht de exploderende zorgkosten onderwerp van politiek debat gemaakt. Tot aan deze verkiezingen zaten alle kostenstijgingen in de zorg altijd automatisch ‘ingebakken’ in de begrotingskaders. Zo stijgen de zorgkosten in de huidige regeerperiode bijna twee keer zo hard als de economische groei. Maar het is een politieke keus om ieder jaar hogere zorgpremies te vragen en meer aan publiek gefinancierde zorg uit te geven.

Voor de komende regeerperiode veronderstelt het CPB dat de zorgkosten groeien met de economische groei gecorrigeerd voor de vergrijzing. Alle extra uitgaven die daar bovenop komen, worden verondersteld privaat gefinancierd te worden via hogere eigen bijdragen. Als politieke partijen geen hogere private bijdragen willen, is dat een prima te verdedigen politieke keuze. Maar dan zullen ze de komende regeerperiode wel bijna 4 mrd extra moeten bezuinigen of lasten verzwaren. 

Natuurlijk is best kritiek mogelijk op het CPB. Maar die kritiek moet komen van economen, niet van politici.

Het is duidelijk dat sommige politieke partijen hun verkiezingsbeloftes niet goed kunnen waarmaken. Het is dan buitengewoon zwak om de boodschapper van het slechte nieuws te onthoofden. Op lange termijn hebben politieke partijen er niets aan als de reputatie van het CPB wordt beschadigd. Iedere politieke partij kan dan het volk weer ongehinderd een rad voor ogen draaien, zoals we dat zien in alle andere landen, die geen CPB hebben.

Written by basjacobs

29 april 2010 at 08:08

Geplaatst in overheidsfinanciën, verkiezingen

Tagged with ,

%d bloggers liken dit: