Politieke Economie – Bas Jacobs

Economisch succes van Trump kan leiden tot de tirannie van het populisme

Veel mensen lijken ervan overtuigd dat Trump een economische ramp gaat opleveren. Zo schreef Paul Krugman direct na de verkiezingen dat de wereld in recessie zou komen. Een dag later kwam hij daarop terug. Veel is nog onduidelijk en de economische toekomst van de VS is fundamenteel onzeker. Desondanks is het goed mogelijk dat Trump’s economische plannen op de korte termijn zouden kunnen leiden tot een sterke economische opleving, maar leiden – mocht hij die plannen inderdaad tot uitvoering brengen – tot grote economische schade op de lange termijn. Een groot gevaar van de verkiezing van Trump is dat populisten wereldwijd met vergelijkbare economische agenda’s aan de haal gaan: economische successen boeken op korte termijn en ondertussen de liberale democratie, het klimaat, de handels-, asiel- en migratieverdragen, de internationale veiligheid, de financiële stabiliteit en de onderlinge verdraagzaamheid om zeep helpen.

Trump gaat de belastingen zeer sterk verlagen en de overheidsinvesteringen in infrastructuur fors opvoeren. Volgens een analyse van het Tax Policy Center dalen onder Trump de belastingen de komende tien jaar met cumulatief 6,2 biljoen dollar (= 3,3 procent bbp per jaar, het bbp is 18,6 biljoen dollar), door onder andere: lagere tarieven in de inkomsten- en winstbelasting, volledig aftrekbaar maken van investeringskosten van bedrijven en afschaffing van de erfenis- en giftenbelasting. Het toptarief gaat van 39,6 procent naar 33 procent. Het hoogste vpb-tarief gaat van 35 procent naar 15 procent. Driekwart van de belastingverlaging komt terecht bij het bedrijfsleven. De staatsschuld zou door de belastingplannen met 22,1 biljoen dollar oplopen tot aan 2036. Na doorwerking van de economie komt dit neer op een toename van de staatsschuld met ruim 50 procent van het bbp. De staatsschuld staat in 2016 naar schatting op 108 procent van het bbp. Alleen al de belastingplannen van Trump kunnen daarom leiden tot Japanse niveaus van de staatsschuld.

Trump wil daarnaast 1 biljoen dollar meer investeren in infrastructuur: tunnels, wegen, luchthavens en bruggen. Dat is ruim 5 procent van het Amerikaanse bbp. Ook wil Trump de uitgaven aan defensie opvoeren. De schatting van het Committee for a Responsible Federal Budget is 150 miljard dollar over de komende 10 jaar. Dit is in totaal ongeveer 0,1 procent bbp per jaar.

Al deze cijfers moeten met een korrel zout worden genomen; in de VS hebben ze niet een CPB dat alle verkiezingsprogramma’s en regeerakkoorden systematisch doorrekent. Maar één blik op deze cijfers laat zien dat het om groot bier gaat.

Trump wil de economie op korte termijn een enorme stimulans geven – waarvan overigens de allerrijksten het meest zullen gaan profiteren. Volgens de Tax Policy Center kunnen in 2017 de inkomens met gemiddeld met 4,1 procent stijgen. De 0,1 procent rijksten gaan er netto 14 procent op vooruit, het middelste kwintiel 1,8 procent en het onderste kwintiel slechts 0,8 procent. Trump zou met deze gigantische begrotingsimpuls ervoor kunnen zorgen dat de VS – en misschien zelfs de wereld – definitief een scenario met eindeloze stagnatie afwendt. Dit is een langdurig aanhoudende liquiditeitsval (beleidsrentes die op nul staan) met chronische onderbesteding en aanhoudende deflatiedruk, waardoor de economie langdurig stagneert.

De term eindeloze stagnatie komt van Alvin Hansen, de evenknie van Keynes in de jaren 30 in de VS. Hansen schreef in 1939 in de American Economic Review:

“This is the essence of secular stagnation – sick recoveries which die in their infancy and depressions which feed on them- selves and leave a hard and seemingly immovable core of unemployment.”

Dit was na de Grote Depressie in de jaren 30, toen veel Westerse economieën maar matig groeiden en de werkloosheid hoog bleef. De afgelopen jaren zijn in te veel opzichten een herhaling van de geschiedenis. Alvin Hansen leek voorgoed te zijn verdwenen in de geschiedenisboeken, totdat Larry Summers in november 2013 hem oprakelde in een lezing die hij voor het IMF hield.

Er kwam geen eindeloze stagnatie in de jaren 30, niet in de VS en niet in Europa. De reden? Adolf Hitler. Landen bouwden, vanwege de opkomst van Hitler maar ook door de aanslag op Pearl Harbor, hun militaire apparaat op. Door de economische voorspoed verdween de werkloosheid. De aanloop naar de Tweede Wereldoorlog zorgde – o ironie van de geschiedenis – voor de Keynesiaanse begrotingsimpuls die vele landen uit de stagnatieval zou trekken.

Talloze economen hebben de afgelopen jaren gepleit – bv. Krugman, Summers, en in Nederland Teulings en ikzelf – voor veel agressiever begrotingsbeleid. En agressief wordt het. Trump gaat het begrotingsbeleid zwaar inzetten. Conjunctuurpolitiek wordt niet langer gedelegeerd aan het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de FED – die Trump overigens zwaar heeft bekritiseerd. De FED kan bij rentes nabij nul weinig meer uitrichten. De effectiviteit van het onconventionele beleid van kwantitatieve verruiming is bovendien twijfelachtig, zeker wanneer de centrale bank zich niet kan of wil committeren aan hogere toekomstige inflatie. Door een zeer grote bestedingsimpuls zou Trump de Amerikaanse economie kunnen bevrijden uit de liquiditeitsval, het gevaar op langdurige stagnatie kunnen afwenden en het monetaire beleid kunnen normaliseren.

De plannen voor een megastimulans verklaren volgens mij waarom de aandelenmarkten de afgelopen dagen zo weinig slecht nieuws te zien gaven. En de Amerikaanse kapitaalmarktrentes schoten de afgelopen week omhoog. Zo steeg de Amerikaanse tienjaars obligatierente van 1,8 naar 2,1 procent in een paar dagen tijd; dit is een teken dat markten (op dit moment) meer groei en inflatie verwachten. De FED zal de beleidsrentes sneller gaan normaliseren als de overheid de economie zwaar stimuleert. Ook kunnen de monetaire autoriteiten het onconventionele beleid sneller afbouwen.

Door hogere vraag nemen de inflatieverwachtingen toe. Dat heeft ook gunstige vraageffecten: als de rentes nabij nul staan, leiden hogere inflatieverwachtingen tot een lagere reële – voor inflatie gecorrigeerde – rente, waardoor de consumptie, investeringen en exporten toenemen, de laatste via een zwakkere dollar. Bovendien zien mensen met schulden die sneller minder waard worden, waardoor consumenten en bedrijven met schulden meer bestedingsruimte krijgen. Ook zullen vermogenden hun bezit minder snel zien groeien, maar die geven aan de marge veel minder uit dan de mensen met schulden. Netto nemen toch de bestedingen toe bij wat hogere inflatie.

Trump stelt een groot aantal economisch uitermate onverstandige dingen voor. Zijn protectionisme en het mogelijk opzeggen van handelsverdragen zullen de Amerikaanse economie en de wereldeconomie op lange termijn grote schade toebrengen. TPP en TTIP zullen waarschijnlijk nooit doorgaan. Misschien blaast Trump NAFTA op. En mogelijk ontketent Amerika handelsoorlogen, bijvoorbeeld met China. De economische schade van minder vrijhandel ontstaat op de lange termijn. Denk hierbij ook terug aan wat gebeurde na het Brexit-referendum; de economie belandde niet direct in een diepe recessie, maar zal pas op termijn de gevolgen van minder vrijhandel ondervinden. Minder vrijhandel werkt uit als een aanbodschok voor de economie. Immers bepaalde goederen duurder invoeren vanwege importheffingen, is economisch bezien hetzelfde als diezelfde goederen zelf duurder produceren omdat de VS daarin minder goed is dan het buitenland. Aangezien de wereldeconomie nog steeds behoorlijk wat overcapaciteit kent, en daarom de vraag – niet het aanbod – het inkomen bepaalt, denk ik niet dat wat minder vrijhandel op de wat kortere termijn tot zeer grote economische schade zal leiden, maar zeker wel op lange termijn. Ook in Amerika bestaat vermoedelijk nog behoorlijk wat onbenut potentieel. Weliswaar is de officiële werkloosheid in de VS sterk gedaald, maar de arbeidsparticipatie is fors lager dan voor de Grote Recessie. Zie de figuur.

Participatiegraad 15-65 jarigen VS (in procenten van de bevolking)

trump1

Bron: OESO, Labor Force Statistics

Ook hier weer kunnen we even terugkijken naar de jaren na Grote Depressie. De ineenstorting van de wereldhandel zou aan de jaren 50 aanhouden, zie ook de volgende figuur. De geschiedenis laat zien dat economieën ook kunnen herstellen bij minder vrijhandel zolang de binnenlandse vraag maar sterk genoeg groeit.

Som van exporten en importen in de wereld (in procenten van het wereld bbp)

trump2.pngBron: Ortiz-Ospina en Roser

Bovendien zijn de VS niet zo afhankelijk van de exporten. De Amerikaanse export is slechts 14 procent van het bbp. De toegevoegde waarde van de export voor de Amerikaanse economie is 12 procent van het bbp. Een grote klap in de wereldhandel zal daarom een te overzien effect hebben voor Amerika, ook structureel. (Ter illustratie: Nederland heeft veel meer te verliezen bij mogelijke handelsoorlogen. De Nederlandse exporten zijn 83 procent van het bbp, terwijl de toegevoegde waarde van de export in Nederland 32 procent van het bbp bedraagt. Het uitvoervolume is zo hoog ten opzichte van de toegevoegde waarde vanwege de wederuitvoer – de overslag in de Rotterdamse haven.)

Trump wil een muur bouwen op de grens met Mexico en andere maatregelen nemen om migratie te stoppen, vooral uit moslimlanden. Het tegengaan van migratie heeft echter beperkte effecten op economische groei.  Daarvoor is migratie kwantitatief niet belangrijk genoeg, niet in de VS en ook niet in Europa.

Bovendien neemt Trump ook een aantal maatregelen die de capaciteit van de Amerikaanse economie structureel vergroten. Hoewel het grootste deel van Trump’s belastingverlagingen zeer slecht is doordacht en zeer ongericht is, leidt het wel structureel tot meer arbeidsaanbod en grotere bedrijfsinvesteringen. Ook de investeringen in infrastructuur vergroten op lange termijn het aanbod in de Amerikaanse economie. Het is daarom best mogelijk dat de structurele economische schade van minder vrijhandel wordt gecompenseerd door de winst van meer bedrijfs- en publieke investeringen en een groter arbeidsaanbod.

Trump zal de financiële regulering door de Dodd-Frank Act geheel of gedeeltelijk terug gaan draaien. Ook dat is zeer slecht nieuws op lange termijn, want de financiële sector zou weer vrij spel kunnen krijgen. Een herhaling van de crash in 2008 wordt dan veel aannemelijker. Maar op korte termijn zal dit een hernieuwde krediet-gedreven bubbel in huizen- en vastgoedmarkten kunnen blazen en daarmee de economie fors kunnen aanzwengelen.

Klimaatverandering is volgens Trump een hoax. Trump zal daarom de milieumaatregelen van Obama terugdraaien (bv. de Clean Power Plan) en het klimaatakkoord van Parijs niet naleven. Hij wil ook de Amerikaanse kolenindustrie nieuw leven inblazen. Dat is allemaal een regelrechte ramp voor de planeet, maar op korte termijn ‘goed’ voor de Amerikaanse economie. Regulering voor het bedrijfsleven knelt niet langer. Kostbare investeringen in hernieuwbare energie hoeven niet te worden gedaan. En ten dode opgeschreven industrieën worden weer tot leven gewekt.

Hoewel de macro-economische crisisaanpak in de VS onmiskenbaar beter was dan in Europa, deelden in de VS de minder welgestelden onmiskenbaar minder in de vruchten daarvan. Zo berekende Emmanuel Saez juli dit jaar dat in 2015 de onderste 99 procent nog maar twee derde van het inkomensverlies tijdens de grote recessie heeft ingelopen, terwijl de top 1 procent volledig is hersteld. Met andere woorden, het crisisherstel is voor het grootste deel bij de allerrijksten terecht gekomen. Tussen 1993 en 2015 groeiden de inkomens van de onderste 99 procent met slechts 14,3 procent, terwijl de bovenste 1 procent zijn inkomen met 94,5 procent zag stijgen. De top 1 procent kreeg daarmee 52 procent van alle Amerikaanse economische groei in de periode 1993-2015. De mediane koopkracht is in de VS de afgelopen 30 jaar nauwelijks gestegen en staat nog steeds ruim onder het niveau van 2008.

In Europa (Nederland) zijn de inkomensverschillen weliswaar veel minder (nauwelijks) gegroeid, maar de inkomens zijn eveneens nauwelijks gestegen. Het resultaat in zowel de VS als in Europa en Nederland is dat een zeer grote meerderheid van de mensen nauwelijks enige economische vooruitgang heeft ervaren gedurende de afgelopen jaren. In de VS omdat de overheid weigerde iets te doen aan de obscene groei in de inkomensongelijkheid. In Europa en Nederland omdat overheden totaal faalden om deugdelijk macro-economisch beleid te voeren.

Iedereen die denkt dat Amerika onder Trump direct op een economische catastrofe afstevent, moet nog eens goed nadenken. Het is goed mogelijk – dit is geen voorspelling – dat Trump in de komende jaren de Amerikaanse economie een enorme boost gaat geven en daardoor op grote politieke steun kan blijven rekenen bij het grote publiek. Trump gaat doen wat de meeste beleidsmakers en politici in het ontwikkelde Westen systematisch hebben nagelaten: de economie aanjagen, werkgelegenheid creëren en de inkomens van mensen laten stijgen. De Amerikaanse economie kan zich waarschijnlijk bevrijden uit de liquiditeitsval en aan eindeloze stagnatie ontsnappen. Mensen en bedrijven kunnen weer economisch perspectief krijgen en zullen economische vooruitgang ervaren. Dat de inkomensongelijkheid nog verder gaat toenemen en de financiële sector weer gaat groeien, zullen Amerikanen misschien nog billijken zolang zij zelf – na decennia economische stagnatie – eindelijk wat economische voorspoed zullen ervaren. Maar de prijs is zeer hoog.

Trump wil hetzelfde doen als Adolf Hitler deed in de jaren 30. Hitler verwierf politieke steun onder de bevolking, onder andere vanwege zijn publieke investeringen in de Autobahn. Zie dit onderzoek van Voth en Voigtländer. De uitkomst van dat politieke experiment kennen we. Hierin schuilt het grootste gevaar: korte-termijn economische successen kunnen Trump de politieke wind in de zeilen geven en populisten kunnen wereldwijd dezelfde strategie gaan volgen als Trump. Dit kan voor grote schade zorgen op lange termijn door handelsoorlogen, onoplosbare klimaatproblemen, grote financiële instabiliteit, sterk groeiende inkomens- en vermogensongelijkheid, internationale asiel-, migratie en mensenrechtenverdragen die worden opgezegd, toenemende internationale en geopolitieke spanningen en virulent nationalisme en xenofobie.

John Adams — een van de founding fathers van de VS — noemde democratie de tirannie van de meerderheid. Als dat zo is, dan moeten we vrezen voor een tirannie van het populisme. De verkiezing van Trump — en misschien ben ik te pessimistisch — kan het einde inleiden van de liberale democratie zoals wij die nu kennen. De opgave voor politici en beleidsmakers is nog altijd om een herhaling van de geschiedenis van de Grote Depressie te voorkomen.

Written by basjacobs

13 november 2016 bij 17:58

Geplaatst in economie

Tagged with , , ,

%d bloggers op de volgende wijze: