Politieke Economie – Bas Jacobs

Posts Tagged ‘vergrijzing

Economen kraken zichzelf

leave a comment »

Vorige week stonden hoogleraren Eijffinger en Van de Klundert in De Volkskrant met een kritiek op het Centraal Planbureau. De Volkskrant kopte opportunistisch: “Topeconomen kraken het CPB”. Ik kan in ieder geval moeilijk te bevatten hoeveel denkfouten deze twee economen maken.

Eijffinger en Van de Klundert maken allereerst een opmerking die feitelijk onjuist is: “Volgens het Centraal Planbureau (CPB) moeten de komende twee kabinetten 29 miljard euro bezuinigen met het oog op het houdbaarheidstekort, om de rekening van de crisis niet bij toekomstige generaties neer te leggen”. Even later beweren ze: “De manier waarop door het bureau vervolgens de discussie over houdbaarheid wordt aangezwengeld, is misleidend. Het hoeft allemaal niet ineens.”

Maar het CPB heeft nooit beweerd hoe snel het houdbaarheidstekort moet worden weggewerkt. DNB, de Studiegroep Begrotingsruimte en sommige politieke partijen hebben allemaal opvattingen over hoe snel het houdbaarheidstekort moet zijn weggewerkt, maar niet het CPB.

Eijffinger en Van de Klundert verwijten het CPB niet alle aspecten van de vergrijzing in ogenschouw te nemen in de berekeningen: “Het CPB bagatelliseert de baten van de vergrijzing en geeft zo geen evenwichtig beeld van dit probleem op lange termijn.” “Toekomstige generaties erven van de huidige generatie een productiepotentieel in de vorm van kapitaal, kennis en intangibles. Ook door de voortschrijdende technologische ontwikkeling zijn toekomstige generaties beter af.”

Dit verwijt is op zijn zachtst gezegd nogal onhandig. Eijffinger en van de Klundert vergissen zich dat de toekomstige generaties de huidige kapitaalgoederenvoorraad zullen erven. De claims op de kapitaalgoederenvoorraad zijn onze pensioenvermogens en spaartegoeden. Het leeuwendeel van de huidige kapitaalgoederenvoorraad zal in afzienbare tijd worden omgezet in pensioenuitkeringen en maar voor een beperkt deel in erfenissen voor toekomstige generaties.

Bovendien wordt door het CPB aangenomen dat de toekomstige generaties welvarender zullen zijn door productiviteitsgroei. Die productiviteitsgroei is de opbrengst van kennis en ‘intangibles’. Dus het CPB veronderstelt dat die opbrengsten gewoon in de sommen zitten. Het verwijt dat het dit niet zou doen, is niet terecht.

Waar gaan de ‘houdbaarheidssommen’ van het CPB over? Eijffinger en Van de Klundert voeden met ondoordachte opmerkingen het maatschappelijke onbegrip over de CPB-berekeningen. Deze sommen brengen de gevolgen van de vergrijzing in beeld voor de overheidsbegroting en pensioenvoorzieningen. Niets meer, en niets minder: dus alleen de overheidsbegroting en het pensioensysteem. Natuurlijk zijn er nog veel meer zaken die de welvaartsverdeling tussen generaties beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan het milieu en klimaat. Maar je kunt geen model van alles maken: catch all, loose all. Voor andere vragen moeten andere modellen worden gebruikt.

Terecht wijzen Eijffinger en Van de Klundert op de baten van de vergrijzing. Door de toename van de levensverwachting neemt de private welvaart toe; de extra levensjaren zorgen voor een hoger potentieel levensinkomen. Daarnaast stijgt  ook de kwaliteit van de extra levensjaren  als gevolg van een betere gezondheidszorg en hulpmiddelen. Maar Eijffinger en Van de Klundert zetten de samenleving op het verkeerde been door niet te melden dat de baten van de vergrijzing privaat zijn, maar de kosten ervan publiek. Zolang de stijgende levensverwachting niet wordt omgezet in een hogere effectieve pensioenleeftijd en vrijwel alle kosten van gezondheidszorg publiek worden gefinancierd, zorgt vergrijzing voor private winsten en publieke verliezen.

Eijffinger en Van de Klundert maken het CPB een paar onterechte verwijten: “Bij de discussie over de bezuinigingen en het houdbaarheidstekort moet ook met de effecten van de te nemen maatregelen op de economische groei rekening worden gehouden. Het CPB doet dit niet en zet de structurele groei vast op 1,75 procent. Daardoor blijft onzichtbaar dat investeringen van de overheid in onderzoek, onderwijs en wellicht ook in de zorg de productiviteit verhogen. Dat kan mede een oplossing bieden voor het verdelingsvraagstuk tussen actieven en inactieven.” Ook Wouter Bos heeft in zijn hoedanigheid als Minister van Financiën vaak opmerkingen van vergelijkbare strekking gemaakt.

Het CPB neemt inderdaad de opbrengsten hogere van investeringen in onderwijs of R&D niet mee in de vergrijzingssom. Als de overheid nu investeringen wil doen om de groei te verhogen – en dat beleid passeert de kosten-batentest – is het een uitstekend idee om die investeringen te doen. Maar betekent dit nu dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën toeneemt zoals Eijffinger en Van de Klundert suggereren? Het antwoord is: nee.

Alle overheidsuitgaven zijn gekoppeld aan de economische groei: de uitkeringen voor AOW en pensioenen, de salarissen van zorgpersoneel en onderwijzers stijgen allemaal met de economische groei. Dat is een realistische aanname. Als dat niet zo zou zijn, en de salarissen en uitkeringen ontkoppeld zouden worden, dan zou er op termijn niemand meer in de overheidssector willen werken: geen leraren, geen verplegers en geen ambtenaren. Bovendien zullen dan sluipenderwijze alle (pensioen)uitkeringen dalen. Als de uitkeringen bijvoorbeeld alleen nog maar groeien met de prijzen in plaats van de lonen, zijn de uitkeringen ten opzichte van de lonen in waarde gehalveerd in 2050.

Het is daarom niet erg dat het CPB de structurele groei ‘vastzet’ in de vergrijzingssom. Zelfs als de groei door overheidsinvesteringen in onderwijs en R&D hoger zou worden (dat is nog geen uitgemaakte zaak), nemen automatisch ook de overheidsuitgaven toe. Een hogere economische groei levert geen bijdrage aan het verdelingsprobleem tussen actieven en niet actieven. Inactieven profiteren via de koppelingen net zo hard van de economische groei als de actieven. Alleen als je de overheidsuitgaven ontkoppelt van de groei, neemt de houdbaarheid toe. Maar dat zou ook het geval zijn als de groei niet toeneemt.

Het maatschappelijk onbegrip over de vergrijzingssommen van het CPB is alom tegenwoordig. De materie is ingewikkeld, net als de CPB-modellen. Het helpt dan niet als hooggeleerden met ondoordachte artikelen alleen maar meer maatschappelijke verwarring zaaien.

Eijffinger en Van de Klundert verwijzen naar een rapport van de inmiddels ter ziele gegane Raad voor Economisch Adviseurs. Zie hier een kritisch stukje dat ik ooit in De Groene Amsterdammer schreef over dat rapport.

Voor iedereen die geïnteresseerd is besprekingen van de CPB vergrijzingssommen, lees:

Bovenberg, A. Lans, en Bas Jacobs (2010), “Berekeningen van het CPB veel te Rooskleurig”, De Volkskrant, 1 april.

Jacobs, Bas (2009), “Politieke Economie en Methodologie van Vergrijzingssommen“, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 41, (4), 199-218.

Bovenberg, A. Lans, en Bas Jacobs (2006), “Vele Hervormingen Nodig om Vergrijzing op te Vangen“, De Volkskrant, 21 maart.

Jacobs, Bas, en A. Lans Bovenberg (2006), “Voortschrijdend Inzicht in de Vergrijzing“, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 38, (2), 62-79.

Written by basjacobs

30 april 2010 at 16:20

Geplaatst in overheidsfinanciën

Tagged with ,

Taco van der Hoek en maatschappelijke verwarring over bezuinigingen

with one comment

Er staat vandaag een mooi interview met Taco van der Hoek in het Financieele Dagblad. Hoewel ik lang niet met alles onderschrijf, ben ik het met de kern van zijn betoog eens. De gevolgen van de crisis zijn bepaald niet verwaarloosbaar maar lijken beperkter dan we tot nu toe dachten. Maar de gevolgen van de vergrijzing zijn veel groter door de gestegen levensverwachting. Die zaken worden nu verward in het maatschappelijke debat. Dit komt ook door ongelukkige adviezen van de Studiegroep Begrotingsruimte en de Nederlandsche Bank. Zij bepleitten de komende 4 jaar toch minstens een miljard of 20 te bezuinigen.

De opdracht voor de overheidsfinanciën is dat de komende regeerperiode niet in paniek 20 mrd of meer bezuinigd moet worden vanwege de crisis. Waarom zwaar reageren op iets dat toch maar beperkte effecten heeft? De overheid moet juist langetermijnhervormingen doorvoeren vanwege de vergrijzing. Daar mag de overheid best de tijd voor nemen, maar burgers moeten wel helderheid hebben over wat ze te wachten staat. Met andere woorden: dat het begrotingstekort niet volledig in de komende regeerperiode hoeft te worden weggewerkt is geen excuus om de overheidsfinanciën niet houdbaar te maken.

Een gerelateerde verwarring in het maatschappelijke debat is dat geen goed onderscheid wordt gemaakt tussen het begrotingsstekort en het houdbaarheidstekort. Dit zijn twee volledig verschillende begrippen maar worden wijd en zijd door elkaar gehaald. Het begrotingstekort gaat over het verschil tussen uitgaven en inkomsten in 1 jaar. Het houdbaarheidstekort is gelijk aan, niet schrikken, de annuïteit van de verdisconteerde waarde van het verschil van alle toekomstige uitgaven en inkomsten. Of, simpeler gezegd, het houdbaarheidstekort is het bedrag dat jaarlijks extra nodig is om alle huidige en toekomstige uitgaven te kunnen betalen zonder de belastingen te verhogen.

Nu kun je een houdbaarheidstekort van 29 mrd natuurlijk in een kabinetsperiode wegwerken door 29 mrd te bezuinigen tot aan 2015. Maar dit kan ook door langetermijnmaatregelen die aantellen na 2015. Denk dan aan de stijging van de AOW-leeftijd of fiscalisering van de AOW of hervormingen in de woningmarkt (hypotheekrenteaftrek en huurbeleid). Immers, het houdbaarheidstekort gaat over het verschil tussen inkomsten en uitgaven niet alleen dit jaar, maar ook voor alle jaren daarna.

Voor geïnteresseerden in deze materie, zie ook: Jacobs, Bas (2009), “Politieke Economie en Methodologie van Vergrijzingssommen”, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 41, (4), 199-218.

Written by basjacobs

7 april 2010 at 08:17

%d bloggers liken dit: