Politieke Economie – Bas Jacobs

Posts Tagged ‘CPB

CPB: Het einde van de crisis of een verloren decennium?

Vandaag presenteerde het CPB het Centraal Economisch Plan 2014. Hoewel de Nederlandse economie onmiskenbaar niet verder verslechtert, is Nederland nog niet uit de economische problemen. De balansproblemen bij huishoudens, banken en – in mindere mate – pensioenfondsen zijn nog altijd aanwezig. En de overheid voert nog steeds een restrictief begrotingsbeleid, hetzij in mindere mate dan de afgelopen jaren het geval was.

De economische groei wordt door het CPB geraamd op ¾ procent van het bbp in 2014 en 1¼ procent van het bbp in 2015. Zie ook Figuur 1. Het is goed nieuws dat Nederland de triple-dip recessie die sinds 2008 het land teistert eindelijk lijkt te ontsnappen. De economische groei wordt gedragen door de wereldhandel en aantrekkende investeringen. De werkloosheid loopt nog wel op en piekt dit jaar op zo’n 7¼ procent van de beroepsbevolking volgens de ILO definitie (circa 8,5-9% volgens de CBS definitie).

Figuur 1 – Groei in Nederland

bbp2015 Bron: CPB (CEP, 2014)

Het economisch herstel in Nederland nu is slechter dan in de jaren van de Grote Depressie. Zie de volgende figuur. Nederland heeft ook bij de gunstige raming een lager bbp in 2015 dan in 2008.

Figuur 2 – Economische groei in historisch perspectief

fig_depressie

Bronnen: CPB (CEP, 2014) en CBS (Statline).

De hoofdoorzaken van de slechte Nederlandse economische prestaties gedurende 2008-2013 waren volgens mij:

  •          Huizenmarkt en hypotheekschulden
  •          Bankproblemen
  •          Procyclisch begrotingsbeleid
  •          Dekkingstekorten pensioenfondsen
  •          Eurocrisis

Over de Eurocrisis zal ik hier verder niets zeggen, hoewel het natuurlijk wel de groei in Nederland heeft verzwakt. Maar in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland doet de Nederlandse economie het de laatste jaren stelselmatig slechter. Dat heeft te maken met specifiek Nederlandse, binnenlandse problemen in de huizenmarkt (Duitsland had geen huizenbubbel), pensioenen (Duitsland heeft geen kapitaaldekking in pensioenen) en het overheidsbeleid (de Duitse overheid heeft nauwelijks aan tekortreductie gedaan). Nederland profiteert natuurlijk wel via de handel, net als Duitsland, door de ontspanning van de eurocrisis die is ingetreden sinds Draghi zijn ‘whatever it takes’ speech hield op 26 juli 2012.

Huizenmarkt

Op de huizenmarkt zien we duidelijke tekenen van herstel. Het aantal woningmarktransacties neemt toe. Ook de prijsdalingen lijken volgend jaar te stoppen. Zie Figuur 3 en 4. Dat betekent dat de groei van het aantal huishoudens dat ‘onder water’ staat (hogere hypotheek dan waarde huis) tot stilstand komt. De prijsdaling in de huizenmarkt vlakt ook af doordat de afgelopen jaren, eigenlijk al sinds het begin van de crisis, zeer weinig meer is gebouwd. Na jarenlange krimp raamt het CPB dat in 2014 en 2015 de investeringen in de bouw met respectievelijk 1¾ en 3 procent weer groeien. Stoppen van prijsdaling in de huizenmarkt is van groot belang omdat huishoudens minder tot schuldafbouw worden gedwongen, wat ten koste gaat van de consumptie, en het onderpand van banken dan niet verder verslechtert, wat ten koste gaat van de kredietverlening.

Figuur 3 – Huizentransacties

huizentransacties

Bron: CPB (CEP, 2014)

Figuur 4 – Prijsontwikkeling huizenmarkt

huizenprijzen

Bron: CPB (CEP, 2014)

Toch zijn de problemen nog niet over. De hypotheekschulden staan volgens het CPB in 2012 met 236 procent van het beschikbare inkomen nog steeds op hetzelfde niveau als in 2010. Van substantiële schuldafbouw bij hypotheken is geen sprake. Huishoudens hebben bovendien ook in 2015 nog steeds negatieve vrije besparingen, zie Figuur 5. Het kan zijn dat dit wordt veroorzaakt doordat huishoudens versneld aflossen op hun hypotheken terwijl de huizenprijzen dalen.

Figuur 5 – Consumptie en besparingen Nederlandse huishoudens

spaarquote

Bron: CPB (CEP, 2014)

De kantorenmarkt staat er bovendien niet best voor. Prijsdalingen bij commercieel vastgoed bedragen volgens het IPD gedurende de periode 2008-2014 meer dan 30 procent en circa 15 procent van de kantoren staat leeg.

Bankproblemen

Het balanstotaal van de Nederlandse banken krimpt, mede doordat banken bepaalde activiteiten afstoten, maar ook omdat banken de kredietverlening beperken, zie Figuur 6. De kredietgroei schommelt rond de nul. Banken kampen met oplopende verliezen op hypotheken, MKB-leningen en vastgoedleningen. Het is de vraag of – als de economische groei doorzet – de banken voldoende krediet beschikbaar willen stellen om nieuwe investeringen te financieren.

Figuur 6 – Kredietgroei in Nederland

krediet

Bron: CPB (CEP, 2014)

Het balanstotaal van het Nederlandse bankwezen is onveranderd hoog en staat op 416 procent van het bbp. Banken herstellen hun kapitaalratio’s door balansverkorting en niet door meer financiering met eigen vermogen. Nederlandse banken zijn nog immer veel te groot om te falen en blijven daarmee een impliciete subsidie van de belastingbetaler ontvangen. De kapitalisatie van Nederlandse banken is bovendien zwak. Het eigen vermogen bedraagt circa 4% van het balanstotaal. Dat is veel te weinig. Banken lijken zich meer als zombiebanken te gaan gedragen: doorrollen van slechte leningen en weinig nieuwe kredieten verlenen. Het CPB laat zien dat de VS – waar banken veel sterker zijn gekapitaliseerd – veel sneller is gaan groeien.

Overheidsfinanciën

Het CPB raamt dat het overheidstekort terugloopt van 2,9 procent in 2014 naar 2,1 procent van het bbp in 2015. Dat komt deels doordat het begrotingsbeleid onverminderd restrictief blijft (circa 7 miljard aan lastenverzwaringen en bezuinigingen in 2015) en doordat het economisch herstel in de private sector lijkt door te zetten. Het tempo van begrotingsconsolidatie in 2015 neemt fors af ten opzichte van 2013 (15 miljard) en 2014 (12 miljard). De overheid brengt daarmee minder schade toe aan de economie dan in eerdere jaren. Met deze CPB-raming lijken de jaarlijks terugkerende crisispakketten van de baan, zodat de overheid niet langer een aanhoudende bron van macro-economische onrust is voor burgers en bedrijven.

Pensioenen

Door onderdekking waren de pensioenfondsen de afgelopen jaren genoodzaakt om niet te indexeren, pensioenrechten af te boeken en premies te verhogen. Dat heeft een aanzienlijke negatieve bijdrage geleverd aan de consumptie. Dit en volgend jaar herstellen de dekkingsgraden zich door wat hogere rentes en betere beleggingsresultaten. Kortingen en premieverhogingen kunnen daardoor in de meeste gevallen worden voorkomen en sommige pensioenfondsen kunnen de pensioenen weer gaan indexeren. Echt herstel bij de pensioenfondsen zal door de nog altijd lage rentes veel tijd vergen.

Conclusie

De problemen in de Nederlandse economie worden hoofdzakelijk veroorzaakt door balansproblemen. Bij huishoudens met hypotheekschulden, bij banken met problemen en door onderdekking bij pensioenfondsen. De overheid meende bovendien een zeer restrictief begrotingsbeleid te moeten voeren, hetgeen de economische problemen verergerde, balansherstel in de private sector frustreerde en ook de begrotingstekorten niet noemenswaardig omlaag bracht.

De problemen in de huizenmarkt worden volgens de laatste ramingen niet groter; prijzen stabiliseren en huizentransacties nemen weer toe. De problemen zijn echter nog niet opgelost aangezien huishoudens onverminderd hoge hypotheekschulden houden. De consumptiegroei zal daardoor matig blijven. De kredietverlening groeit niet, banken zijn zwak gekapitaliseerd en kampen met verborgen verliezen, hetgeen potentiële groei in de knop kan breken. CPB-directeur Laura van Geest verdient alle lof dat ze de overheid oproept om zwakke banken te dwingen zich te herkapitaliseren. De pensioenfondsen lijken voor 2015 het economisch herstel niet langer te belasten met kortingen of premieverhogingen. En het begrotingsbeleid wordt minder restrictief waardoor de economische schade van bezuinigingen en lastenverzwaringen minder groot is dan in voorgaande jaren.

Het grootste gevaar voor de Nederlandse economie is verdergaande dalingen van de inflatie (desinflatie) of zelfs deflatie. De Nederlandse inflatie loopt momenteel sterk terug. Reële schulden nemen dan minder snel af of nemen bij deflatie zelfs toe. Huishoudens en bedrijven stellen dan consumptie en investeringsbeslissingen uit, banken komen dieper in de problemen  met aanhoudend lage groei tot gevolg.

Alle ingrediënten voor een Japans scenario zijn aanwezig in de Nederlandse economie: onverwerkte balansproblemen bij huishoudens en banken, ineffectief monetair beleid van de ECB, afwijzing van onorthodox monetair beleid (kwantitatieve verruiming en forward guidance) en onverminderde nadruk op budgettaire consolidatie. Om een verloren decennium te voorkomen is het nog steeds economische noodzaak dat zo snel mogelijk de banken op orde worden gebracht en monetaire en budgettaire orthodoxieën worden verlaten.

Written by basjacobs

22 april 2014 at 23:20

Geplaatst in economie

Tagged with , , , ,

Economen kraken zichzelf

leave a comment »

Vorige week stonden hoogleraren Eijffinger en Van de Klundert in De Volkskrant met een kritiek op het Centraal Planbureau. De Volkskrant kopte opportunistisch: “Topeconomen kraken het CPB”. Ik kan in ieder geval moeilijk te bevatten hoeveel denkfouten deze twee economen maken.

Eijffinger en Van de Klundert maken allereerst een opmerking die feitelijk onjuist is: “Volgens het Centraal Planbureau (CPB) moeten de komende twee kabinetten 29 miljard euro bezuinigen met het oog op het houdbaarheidstekort, om de rekening van de crisis niet bij toekomstige generaties neer te leggen”. Even later beweren ze: “De manier waarop door het bureau vervolgens de discussie over houdbaarheid wordt aangezwengeld, is misleidend. Het hoeft allemaal niet ineens.”

Maar het CPB heeft nooit beweerd hoe snel het houdbaarheidstekort moet worden weggewerkt. DNB, de Studiegroep Begrotingsruimte en sommige politieke partijen hebben allemaal opvattingen over hoe snel het houdbaarheidstekort moet zijn weggewerkt, maar niet het CPB.

Eijffinger en Van de Klundert verwijten het CPB niet alle aspecten van de vergrijzing in ogenschouw te nemen in de berekeningen: “Het CPB bagatelliseert de baten van de vergrijzing en geeft zo geen evenwichtig beeld van dit probleem op lange termijn.” “Toekomstige generaties erven van de huidige generatie een productiepotentieel in de vorm van kapitaal, kennis en intangibles. Ook door de voortschrijdende technologische ontwikkeling zijn toekomstige generaties beter af.”

Dit verwijt is op zijn zachtst gezegd nogal onhandig. Eijffinger en van de Klundert vergissen zich dat de toekomstige generaties de huidige kapitaalgoederenvoorraad zullen erven. De claims op de kapitaalgoederenvoorraad zijn onze pensioenvermogens en spaartegoeden. Het leeuwendeel van de huidige kapitaalgoederenvoorraad zal in afzienbare tijd worden omgezet in pensioenuitkeringen en maar voor een beperkt deel in erfenissen voor toekomstige generaties.

Bovendien wordt door het CPB aangenomen dat de toekomstige generaties welvarender zullen zijn door productiviteitsgroei. Die productiviteitsgroei is de opbrengst van kennis en ‘intangibles’. Dus het CPB veronderstelt dat die opbrengsten gewoon in de sommen zitten. Het verwijt dat het dit niet zou doen, is niet terecht.

Waar gaan de ‘houdbaarheidssommen’ van het CPB over? Eijffinger en Van de Klundert voeden met ondoordachte opmerkingen het maatschappelijke onbegrip over de CPB-berekeningen. Deze sommen brengen de gevolgen van de vergrijzing in beeld voor de overheidsbegroting en pensioenvoorzieningen. Niets meer, en niets minder: dus alleen de overheidsbegroting en het pensioensysteem. Natuurlijk zijn er nog veel meer zaken die de welvaartsverdeling tussen generaties beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan het milieu en klimaat. Maar je kunt geen model van alles maken: catch all, loose all. Voor andere vragen moeten andere modellen worden gebruikt.

Terecht wijzen Eijffinger en Van de Klundert op de baten van de vergrijzing. Door de toename van de levensverwachting neemt de private welvaart toe; de extra levensjaren zorgen voor een hoger potentieel levensinkomen. Daarnaast stijgt  ook de kwaliteit van de extra levensjaren  als gevolg van een betere gezondheidszorg en hulpmiddelen. Maar Eijffinger en Van de Klundert zetten de samenleving op het verkeerde been door niet te melden dat de baten van de vergrijzing privaat zijn, maar de kosten ervan publiek. Zolang de stijgende levensverwachting niet wordt omgezet in een hogere effectieve pensioenleeftijd en vrijwel alle kosten van gezondheidszorg publiek worden gefinancierd, zorgt vergrijzing voor private winsten en publieke verliezen.

Eijffinger en Van de Klundert maken het CPB een paar onterechte verwijten: “Bij de discussie over de bezuinigingen en het houdbaarheidstekort moet ook met de effecten van de te nemen maatregelen op de economische groei rekening worden gehouden. Het CPB doet dit niet en zet de structurele groei vast op 1,75 procent. Daardoor blijft onzichtbaar dat investeringen van de overheid in onderzoek, onderwijs en wellicht ook in de zorg de productiviteit verhogen. Dat kan mede een oplossing bieden voor het verdelingsvraagstuk tussen actieven en inactieven.” Ook Wouter Bos heeft in zijn hoedanigheid als Minister van Financiën vaak opmerkingen van vergelijkbare strekking gemaakt.

Het CPB neemt inderdaad de opbrengsten hogere van investeringen in onderwijs of R&D niet mee in de vergrijzingssom. Als de overheid nu investeringen wil doen om de groei te verhogen – en dat beleid passeert de kosten-batentest – is het een uitstekend idee om die investeringen te doen. Maar betekent dit nu dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën toeneemt zoals Eijffinger en Van de Klundert suggereren? Het antwoord is: nee.

Alle overheidsuitgaven zijn gekoppeld aan de economische groei: de uitkeringen voor AOW en pensioenen, de salarissen van zorgpersoneel en onderwijzers stijgen allemaal met de economische groei. Dat is een realistische aanname. Als dat niet zo zou zijn, en de salarissen en uitkeringen ontkoppeld zouden worden, dan zou er op termijn niemand meer in de overheidssector willen werken: geen leraren, geen verplegers en geen ambtenaren. Bovendien zullen dan sluipenderwijze alle (pensioen)uitkeringen dalen. Als de uitkeringen bijvoorbeeld alleen nog maar groeien met de prijzen in plaats van de lonen, zijn de uitkeringen ten opzichte van de lonen in waarde gehalveerd in 2050.

Het is daarom niet erg dat het CPB de structurele groei ‘vastzet’ in de vergrijzingssom. Zelfs als de groei door overheidsinvesteringen in onderwijs en R&D hoger zou worden (dat is nog geen uitgemaakte zaak), nemen automatisch ook de overheidsuitgaven toe. Een hogere economische groei levert geen bijdrage aan het verdelingsprobleem tussen actieven en niet actieven. Inactieven profiteren via de koppelingen net zo hard van de economische groei als de actieven. Alleen als je de overheidsuitgaven ontkoppelt van de groei, neemt de houdbaarheid toe. Maar dat zou ook het geval zijn als de groei niet toeneemt.

Het maatschappelijk onbegrip over de vergrijzingssommen van het CPB is alom tegenwoordig. De materie is ingewikkeld, net als de CPB-modellen. Het helpt dan niet als hooggeleerden met ondoordachte artikelen alleen maar meer maatschappelijke verwarring zaaien.

Eijffinger en Van de Klundert verwijzen naar een rapport van de inmiddels ter ziele gegane Raad voor Economisch Adviseurs. Zie hier een kritisch stukje dat ik ooit in De Groene Amsterdammer schreef over dat rapport.

Voor iedereen die geïnteresseerd is besprekingen van de CPB vergrijzingssommen, lees:

Bovenberg, A. Lans, en Bas Jacobs (2010), “Berekeningen van het CPB veel te Rooskleurig”, De Volkskrant, 1 april.

Jacobs, Bas (2009), “Politieke Economie en Methodologie van Vergrijzingssommen“, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 41, (4), 199-218.

Bovenberg, A. Lans, en Bas Jacobs (2006), “Vele Hervormingen Nodig om Vergrijzing op te Vangen“, De Volkskrant, 21 maart.

Jacobs, Bas, en A. Lans Bovenberg (2006), “Voortschrijdend Inzicht in de Vergrijzing“, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 38, (2), 62-79.

Written by basjacobs

30 april 2010 at 16:20

Geplaatst in overheidsfinanciën

Tagged with ,

CPB: zegen voor de democratie

leave a comment »

Het CPB ligt onder vuur. Dit is altijd zo in de aanloop naar de verkiezingen. Het CPB zegt dat sommige verkiezingsbeloftes niet haalbaar zijn. Politieke partijen raken vervolgens gefrustreerd en beginnen te miepen in de media. Dit jaar lijkt het erger dan normaal. Vermoedelijk komt dat omdat politieke partijen veel meer dan normaal gebakken lucht in hun verkiezingsprogramma’s hebben geblazen.

Wilders zegt dat dit misschien wel de laatste keer is dat de PVV zijn verkiezingsprogramma laat doorrekenen: “Doorrekenen door het CPB betekent dansen naar de pijpen van een clubje economen met een bepaalde achtergrond. De directeur is lid van de PvdA.” aldus Geert Wilders. Rita Verdonk is inmiddels afgehaakt, omdat het CPB een aantal van haar voorstellen onhaalbaar achtte.

Columnist Theodor Holman verliest zichzelf een beetje in buitengewoon scherpzinnige opmerkingen in Het Parool: “Nu wordt het CPB door de slijmballen die zogenaamd lief zijn geweest gebruikt als klassenleraar die je vertelt of je over bent of bent blijven zitten. Is het niet vreemd dat een zelfverklaarde PvdA-man, die directeur is van een regeringsorgaantje, alle partijprogramma s in het openbaar kritiseert?”

De Telegraaf kopieert even fantasie- als kritiekloos de teksten van Wilders: “Het CPB wekt de suggestie dat het met een politieke bril kijkt naar de verkiezingsprogramma’s. Het Planbureau wordt aangevoerd door een prominent PvdA’er (Teulings) en juist de PvdA zegt in haar programma niets duidelijks over de salarissen bij de overheid.”

Ik vraag me af wie er hier met een politieke bril kijkt. Dergelijke opmerkingen heb ik zelden uit Telegraaf-kringen vernomen toen Gerrit Zalm – openlijk VVD’er – directeur was van het CPB.

In weerwil van alle kritiek: het CPB is een zegen voor de democratie. Het CPB disciplineert politieke partijen door domweg te controleren of alle inkomsten en uitgaven wel netjes optellen. Dat voorkomt dat politici hun kiezers knollen voor citroenen kunnen verkopen. Het vertrouwen van kiezers in de politiek zou nog lager zijn als politici ongehinderd aan volksverlakkerij kunnen doen.

Politieke partijen hebben in hun verkiezingsprogramma’s veel meer beloofd dan ze kunnen waarmaken. De hardheid van de tientallen miljarden die politieke partijen denken te bezuinigen, bedragen van een historisch ongekende omvang, kan ernstig worden betwijfeld. Het is daarom terecht dat het CPB een rode streep haalt door sommige plannen.

Vrijwel alle politieke partijen boeken bijvoorbeeld niet onderbouwde ‘efficiency kortingen’ in bij de overheid: de overheid moet dan hetzelfde gaan doen met minder geld. Alleen wordt meestal niet uitgelegd hoe de overheid dan doelmatiger moet gaan werken. Het CPB zegt daarom: geen onderbouwing = geen bezuiniging.

De VVD en CDA willen bezuinigen op de lonen bij de overheid. Maar dat kan niet zomaar. De overheid kan wel de ambitie hebben om de lonen te matigen of bevriezen, maar in de onderhandelingen met de vakbonden zal pas blijken of dat lukt. De vakbonden zijn niet achterlijk en zien de bui allang hangen. Zie hun activisme de laatste weken. Grotere bezuinigingen op de lonen dan circa 4 miljard zijn behoorlijk lastig.

Het CPB heeft ook terecht de exploderende zorgkosten onderwerp van politiek debat gemaakt. Tot aan deze verkiezingen zaten alle kostenstijgingen in de zorg altijd automatisch ‘ingebakken’ in de begrotingskaders. Zo stijgen de zorgkosten in de huidige regeerperiode bijna twee keer zo hard als de economische groei. Maar het is een politieke keus om ieder jaar hogere zorgpremies te vragen en meer aan publiek gefinancierde zorg uit te geven.

Voor de komende regeerperiode veronderstelt het CPB dat de zorgkosten groeien met de economische groei gecorrigeerd voor de vergrijzing. Alle extra uitgaven die daar bovenop komen, worden verondersteld privaat gefinancierd te worden via hogere eigen bijdragen. Als politieke partijen geen hogere private bijdragen willen, is dat een prima te verdedigen politieke keuze. Maar dan zullen ze de komende regeerperiode wel bijna 4 mrd extra moeten bezuinigen of lasten verzwaren. 

Natuurlijk is best kritiek mogelijk op het CPB. Maar die kritiek moet komen van economen, niet van politici.

Het is duidelijk dat sommige politieke partijen hun verkiezingsbeloftes niet goed kunnen waarmaken. Het is dan buitengewoon zwak om de boodschapper van het slechte nieuws te onthoofden. Op lange termijn hebben politieke partijen er niets aan als de reputatie van het CPB wordt beschadigd. Iedere politieke partij kan dan het volk weer ongehinderd een rad voor ogen draaien, zoals we dat zien in alle andere landen, die geen CPB hebben.

Written by basjacobs

29 april 2010 at 08:08

Geplaatst in overheidsfinanciën, verkiezingen

Tagged with ,

%d bloggers liken dit: