Politieke Economie – Bas Jacobs

Echte sociale leenstelsels in Australië, Nieuw Zeeland en Engeland

Jet Bussemaker, Minister van Onderwijs, wil een leenstelsel invoeren in de masterfase waarbij de draagkrachtregeling sterker inkomensafhankelijk wordt, maar het leenstelsel verder niet wezenlijk verandert. Maar ze kan beter een echt sociaal leenstelsel invoeren waar de terugbetalingen inkomensafhankelijk via de belastingdienst worden geïnd, zoals Australië, Nieuw Zeeland en het Verenigd Koningkrijk al jaren laten zien. En zoals ik al jaren geleden heb bepleit in mijn proefschrift.

Maar hoe werken de sociale leenstelsels daar precies? Hieronder wat gedetailleerde informatie die van nut kan zijn voor de hervorming van het studiefinancieringsstelsel in Nederland. Overigens is het teleurstellend dat deze informatie niet allang door het Ministerie van Onderwijs in de discussie is betrokken, terwijl dit in luttele uurtjes browsen op internet is te achterhalen.

De conclusie is wat mij betreft duidelijk. De ervaringen in deze landen laten zien dat het heel goed mogelijk is om de terugbetaling van studieleningen in het belastingstelsel te integreren. Een terugbetalingsregime zou er als volgt uit kunnen zien. (Dit is maar een ruwe schets van hoe het zou kunnen. Er komen in de praktijk vast nog allerlei complicaties bij de uitvoering bovendrijven, waar ik door gebrekkige kennis niet aan heb gedacht.)

Afgestudeerden die werken bij een werkgever vullen op hun loonbelastingverklaring in of ze een studieschuld bij DUO hebben. De werkgever draagt vervolgens namens de afgestudeerden de aflossing voor de studieleningen af aan de belastingdienst. Dat is een bepaald percentage van het bruto inkomen. Er kan een aflossingsvrije voet bij de aflossing worden ingebouwd; inkomen waar beneden niets wordt afgelost. Het percentage kan vlak zijn (zoals in Engeland en Nieuw Zeeland). Het percentage kan ook progressief oplopen met het inkomen (zoals in Australië).

Zelfstandigen moeten zelf maandelijks of aan het einde van het jaar conform dezelfde regels een deel van hun bruto inkomen afdragen aan de belastingdienst voor de aflossing van hun studieschuld (zoals in Engeland).

De belastingdienst maakt vervolgens de aflossingsbedragen over aan DUO. Die verwerkt deze en stuurt de afgestudeerde aan het einde van het jaar een overzicht met aflossingen en de eindstand van de schuld. Dit gaat net zo lang door totdat de schuld is afgelost.

Voor afgestudeerden in die in het buitenland werkzaam zijn, kan in beginsel dezelfde aflossingsverplichting worden opgelegd. Het is misschien beter om die afhandeling – net als Engeland – bij DUO onder te brengen in plaats van de belastingdienst.

Voor afgestudeerden met een tweede baan kan een aangepaste inhoudingsregeling worden ontworpen, waarbij bijvoorbeeld standaard het (hoogste) aflossingstarief geldt zonder vrijstelling. Zo wordt nooit te weinig op de studieschuld afgelost.

Het is goed denkbaar dat het belastbaar inkomen of het netto inkomen een betere maatstaf is voor de draagkracht van afgestudeerden. Dan zou ook het terugbetalingsregime daarop moeten worden gebaseerd. Maar zo’n stelsel zal ook ingewikkelder worden (zie ook de ervaringen in Australië). De belastingdienst moet dan ook het belastbaar of netto inkomen gaan bepalen om de uiteindelijke aflossingsverplichting vast te stellen. Pas na een jaar kan blijken of de vooruit betaalde aflossing voldoende blijkt om aan de aflossingsverplichting te voldoen. Als dat niet zo is moeten er oplossingen worden bedacht om de aflossing te verhalen op de belastingplichtige, bijvoorbeeld via het verrekenen met de belastingaangifte.

 

Australië

De studieschulden worden beheerd door de belastingdienst. Zij houden bij hoeveel schulden worden opgebouwd en hoeveel wordt afgelost.

Terugbetaling van studieschulden begint als het inkomen hoger is dan de zg. verplichte terugbetaalgrens (‘compulsory repayment threshold’). Dit inkomensniveau bedraagt in 2013-14  €34.047 ($51.309 1€ =0.664$).

Het inkomensniveau dat de hoogte van de terugbetaling bepaalt wordt vastgesteld op basis van het belastbaar inkomen, inkomen uit secundaire arbeidsvoorwaarden (‘fringe benefits’), netto vermogensverliezen, pensioenpremies (‘supercontributions’) en vrijgestelde buitenlandse inkomsten. De terugbetalingstarieven zijn progressief en lopen geleidelijk op van 4% vanaf €34.047 ($51.309) tot 8% voor inkomens boven €63.271 ($95.288) en hoger.

Er wordt geen rente in rekening gebracht over studieschulden. Studieschulden worden wel ieder jaar geïndexeerd aan de inflatie. (Feitelijk komt dit neer op een nominale rente gelijk aan de inflatie). Afgestudeerden kunnen altijd meer aflossen dan voorgeschreven door het aflossingsregime. Ze krijgen dan een bonus van 5% korting op het afgeloste bedrag.

Afgestudeerden kunnen bij indiensttreding bij een werkgever een formulier invullen waarop ze invullen of ze een studieschuld hebben. De werkgever houdt dan de aflossing van de studieschuld in op het inkomen. Aan het einde van ieder jaar worden alle ingehouden bedragen verrekend met de uitstaande studieschulden. Als er meer door werkgevers is ingehouden dan verplicht, wordt het teveel ingehouden geld aan de student teruggestort. Op het moment dat de schuld is afgelost moet weer een formulier worden ingevuld waardoor de werkgever ophoudt met inhouding van aflossing op het loon.

Afgestudeerden krijgen ieder jaar, nadat hun belastingaangifte is verwerkt, een bericht van de belastingdienst hoe hoog de minimaal vereiste aflossing op de studieschulden bedraagt (daarvoor is het belastbare inkomen cruciaal). Deze aflossing wordt verrekend met de ingehouden terugbetalingen door de werkgever. Indien een bedrag aan aflossing openstaat dan wordt deze opgeteld bij een eventuele belastingschuld. In gevallen van grote financiële nood kunnen afgestudeerden een verzoek bij de belastingdienst indienen om tijdelijk geen terugbetaling te hoeven doen.

Afgestudeerden met meerdere werkgevers kunnen hen vragen meer af te dragen aan de belastingdienst via een zogenaamde ‘withholding declaration’. Afgestudeerden kunnen hun werkgevers ook verzoeken om minder af te dragen bij vakanties en tijdelijk werk.

Van afgestudeerden die in het buitenland werken blijft de studieschuld openstaan. Iedereen met een openstaande schuld blijft verplicht om af te lossen conform het standaard regime, ook al is men woonachtig in het buitenland.

Openstaande studieschulden bij een persoonlijk faillissement worden niet kwijtgescholden.

Zie ook:

http://studyassist.gov.au/sites/studyassist/payingbackmyloan/loan-repayment/pages/loan-repayment

http://www.ato.gov.au/workarea/DownloadAsset.aspx?id=7709

 

Nieuw Zeeland

Het stelsel van studieleningen wordt uitgevoerd door de belastingdienst. Afgestudeerden moeten op hun belastingformulier aangeven of ze een studieschuld hebben.

Basisregel is dat studenten 12 procent van het bruto loon afdragen boven een terugbetalingsvrijstelling. Die vrijstelling bedraagt voor 2013-2014  €11.468 ($19.084, €1 = $1.664).

(Full-time) studenten en mensen met eenheel laag inkomen kunnen een vrijstelling voor aflossing aanvragen. Bij een tweede baan moet in beginsel 12% van het bruto inkomen worden afgedragen voor aflossing. Maar daar kunnen uitzonderingen op worden gemaakt als het inkomen in de eerste baan erg laag is. Studenten kunnen een aflossingsvrije periode aanvragen bij een laag inkomen. Ook bij buitenlands verblijf kan een aflossingsvrije periode worden aangevraagd. Studenten kunnen altijd meer aflossen als ze dat willen.

Werkgevers kunnen de aflossing van studieleningen inhouden op het bruto salaris als afgestudeerden een reguliere baan hebben. De inhouding is gelijk aan de totale aflossing. De totale inhouding (aflossing) hangt af van een belastingcode die werknemers aan de werkgever moeten doorgeven. Die belastingcode bepaalt of bepaalde vrijstellingen en kortingen van toepassing zijn

Afgestudeerden kunnen er ook voor kiezen om zelf hun leningsverplichtingen direct te voldoen bij de belastingdienst.

Zelfstandigen moeten over hun arbeidsinkomen 12% boven de basisvrijstelling voor aflossing afdragen aan de belastingdienst. De belastingdienst bepaalt op basis van de belastingaangifte hoe groot de uiteindelijke aflossingsverplichting is.  De belastingdienst kan opleggen dat tussentijdse kwartaalbetalingen worden gedaan voor de aflossing van de studieschuld op basis van aangiftecijfers.

Iedereen die geen gewoon arbeidsinkomen geniet moet 12% van zijn ‘adjusted net income’ afdragen voor  aflossing aan de belastingdienst. Adjusted net income is al het inkomen behalve het arbeidsinkomen, minus de aftrekposten.

Er wordt geen rente in rekening gebracht aan ingezetenen van Nieuw Zeeland die in Nieuw Zeeland wonen en werken, maar wel als in het buitenland wordt gewerkt. Niet-ingezetenen betalen wel rente. Dat geldt ook voor afgestudeerden die een boeterente moeten betalen. Het basisrentepercentage is 5,9% per jaar.

Afgestudeerden die in het buitenland wonen moeten in vaste bedragen hun studielening aflossen. Voor studieleningen onder de $1.000 moet de hele lening worden afgelost, voor studieleningen tussen $1.000 en $15.000 moet $1.000 worden afgelost, op leningen tussen $15.000 en $30.000 moet $2.000 worden afgelost en voor leningen daarboven moet $3.000 per jaar worden afgelost.

Wanneer de belastingdienst vaststelt dat te weinig wordt afgedragen kan ze werkgevers verplichten om op toekomstige inkomens extra aflossing in te houden. Teveel betaalde aflossing kan door afgestudeerden worden teruggevraagd.

Zie ook:

http://www.studylink.govt.nz/documents/newletters/student-loan-terms-and-conditions-september-2013.pdf

http://www.studylink.govt.nz/financing-study/student-loan/

http://www.ird.govt.nz/studentloans/

 

Verenigd Koningkrijk

In het VK worden de studieleningen georganiseerd en geadministreerd door de Student Loans Company dat een agentschap is van Het Ministerie van Handel, Innovatie en Scholing (Secretary of State for Business, Innovation and Skills).

Er zijn inmiddels verschillende varianten van het Engelse sociale leenstelsel afhankelijk van het studiejaar en de woonplaats (Engeland, Schotland, Wales, Noord Ierland). Het volgende voorbeeld is van toepassing op studenten die in Engeland wonen en na 2012 zijn begonnen met studeren (Contingent Repayment Plan 2).

De aflossing van de studielening wordt door de werkgever iedere maand ingehouden op het salaris boven een bruto inkomen van €25.082 (₤21.000, 1₤ = €0.837) op jaarbasis. Het aflossingspercentage is vlak en bedraagt 9% van het bruto salaris boven €25.082 (₤21.000). De werkgever maakt jaarlijks het ingehouden bedrag over aan de belastingdienst. De overheid bepaalt dan de maandelijkse terugbetalingen (= jaarlijkse inhouding gedeeld door 12). De overheid stuurt de gegevens uit de belastingaangifte door aan de Student Loan Company en ieder jaar krijgt een afgestudeerde een overzicht met de uitstaande schuld, de aflossingen en de in rekening gebrachte rente. Studenten kunnen altijd meer aflossen dan het minimum vereiste bedrag.

Bij verandering van werk moet een nieuwe werkgever een nieuwe verklaring afgeven dat aflossingen op studieleningen worden overgenomen van de vorige werkgever.

Zelfstandigen kunnen zelf hun studieschuld aangeven op hun belastingformulier. De belastingdienst rapporteert dan de benodigde aflossing op de studieschuld aan de afgestudeerde. Er wordt direct door de afgestudeerde afbetaald aan de belastingdienst. Aan het einde van het jaar worden de aflossingen bepaald en vergeleken met de vereiste aflossing. Eventuele tekorten/overschotten worden integraal verrekend met de belastingaangifte. De belastingdienst geeft door aan de Student Loan Company hoeveel is afgelost op de lening.

De rente op studieleningen is inkomensafhankelijk. Bij een inkomen onder ₤21.000 worden alleen wel geïndexeerd aan inflatie. De nominale rente is dan de inflatie. Tussen een inkomen van ₤21.000 en ₤41.000 wordt een inkomensafhankelijke rente berekend met een maximum van 3% bovenop de inflatie. Studenten met een inkomen boven ₤41.000 moeten een nominale rente betalen van 3% plus inflatie. Nu is de maximale rente gelijk aan 5,9%. Dit is een reële rente van 3% plus een jaarlijkse inflatiecorrectie op basis van de UK Retail Prices Index 2,9%. Deze rente is ook van toepassing op studieschulden tijdens de studie en wanneer afgestudeerden niet meewerken aan aflossing.

Studenten die na hun afstuderen in het buitenland gaan wonen, moeten dat met een formulier melden aan de Student Loan Company. Op basis van gerapporteerde inkomensgegevens wordt de aflossingsverplichting bepaald door de SLC. In beginsel moet dit ieder jaar geschieden, maar ook als er belangrijke wijzigingen in het inkomen optreden. Het aflossingspercentage is nog steeds 9%, maar de inkomensdrempel waar beneden niet te hoeven afgelost hangt af van het land waarin men woonachtig is. Aflossing vindt niet plaats via de belastingdienst maar direct aan de Student Loans Company.

Studenten zijn te allen tijde verplicht om belangrijke informatie te verstrekken aan SLC over hun werksituatie, woonplaats, enz, op straffe van boetes, of, in het uiterste geval, de verplichting om de hele lening in een keer af te lossen.

Zie ook:

http://www.studentloanrepayment.co.uk/portal/page?_pageid=93,3866794&_dad=portal&_schema=PORTAL

http://www.studentloanrepayment.co.uk/pls/portal/docs/PAGE/RPIPG001/RPIPS001/RPIPS006/SFE_T_C_GUIDE_1314_D.PDF

Written by basjacobs

5 december 2013 bij 22:42

Geplaatst in economie

%d bloggers op de volgende wijze: