Politieke Economie – Bas Jacobs

Nieuwe CPB ramingen – The best of the CEP

with one comment

Deze blog bevat een selectie van gegevens en citaten uit het Centraal Economisch Plan. Ik heb alleen opgeschreven wat mij interessant leek. Geen volledigheid is betracht.

Uitgaven en inkomsten

Opvallend is de plotselinge stijging van de overheidsuitgaven in 2009. Dit is voor het belangrijkste deel het gevolg van het noemer-effect. De uitgavenkaders bleven overheid, terwijl het bbp inzakte. De belastingontvangsten als percentage van het bbp blijven relatief constant. De belangrijke conclusie is dat een groot deel van het bbp-verlies in 2008-2014 structureel is geworden, waardoor de belastingen zijn achtergebleven, terwijl de uitgaven zijn gestegen met de geraamde bbp-groei die uiteindelijk veel lager is uitgevallen. Zie ook de volgende grafiek.

Langdurige terugval economische groei

“De Nederlandse economie is dan per saldo zes jaar lang niet gegroeid tot 2014. Wanneer het kabinet besluit tot aanvullende maatregelen om het begrotingstekort te beperken, duurt het waarschijnlijk nog langer.”

Begrotingssaldi

Het EMU-saldo kent in 2012 een aanzienlijke conjunctuurcomponent (circa 1 procent bbp), die in de jaren hierna voor de helft wegvalt door het herstel van de economie. Daardoor valt het structurele begrotingssaldo (= EMU-saldo gecorrigeerd voor conjunctuur) gunstiger uit dan het feitelijke begrotingssaldo.

De ontwikkeling in het robuuste saldo, dit is het EMU-saldo gecorrigeerd voor conjunctuur, gas en het saldo van rente-ontvangsten en –betalingen, loopt vrijwel parallel met die van het structurele begrotingssaldo. De gasbaten lopen terug terwijl het rentesaldo verslechtert door iets hogere rente-uitgaven en wat lagere renteontvangsten. Grosso modo heffen deze effecten elkaar op, zie ook de volgende grafiek.

Incidentele factoren in begrotingssaldi

 

Mogelijke extra bezuinigingen in Europa treffen ook Nederland

Het CPB maakt een kader van de effecten van bezuinigingen in de Eurozone voor Nederland. Als in alle Eurolanden 1 procent van het bbp extra wordt bezuinigd, dan leidt dat in Nederland tot 0,75 procent minder economische groei in 2013, de werkloosheid loopt op tot 6,5 procent van de beroepsbevolking in 2014, de consumptie is dan 0,6 procent  bbp lager, en het overheidstekort stijgt met 0,2 procent bbp.

Banken

“Het risico bestaat dat, net als bij de Japanse ―zombiebanken‖in de jaren negentig, insolvabele banken dankzij het infuus van de ECB nog jaren zieltogend overeind blijven, met alle misallocaties van krediet die dat tot gevolg heeft. Als het vertrouwen in de Europese bankensector niet is hersteld tegen de tijd dat de LTRO afloopt, zal opnieuw liquiditeitssteun nodig zijn om te voorkomen dat banken omvallen. Een tweede risico is dat als de LTRO er toe leidt dat banken met de liquiditeit van de ECB op grote schaal Italiaans en Spaans schuldpapier kopen, de kosten voor de Europese banken veel hoger zijn als onverhoopt toch een herstructurering van Spaanse of Italiaanse schulden nodig is.”

Daling Nederlandse consumptie door problemen bij huis en pensioen

“Het huizenvermogen van gezinnen daalt dus in reële termen fors, en dit heeft een sterk negatief effect op de consumptie. …Deze vermogensverliezen hebben een effect van -½% per jaar op de consumptie van gezinnen in de periode 2011-2015. Ook de (toekomstige) kortingen op pensioenen werken negatief uit op de consumptie omdat de gezinnen meer gaan sparen om het vermogensverlies gedeeltelijk goed te maken. Ten slotte sparen gezinnen extra uit voorzorg, omdat zij negatieve verwachtingen hebben voor de nabije toekomst, bijvoorbeeld omdat zij vrezen hun baan kwijt te raken. De spaarquote loopt dus sterk op.”

Verslechtering begrotingssaldo door achterblijvende belastingen

“De verslechtering van het EMU-saldo is echter groot in vergelijking tot de groeibijstelling. De belangrijkste verklaring hiervoor zijn de achterblijvende belastinginkomsten in de huidige raming. Belangrijke oorzaak van de achterblijvende inkomsten is een verminderde progressie in de loon- en inkomstenbelasting, doordat de reële loonstijging kleiner is dan in de doorrekening van het regeer- en gedoogakkoord. Ook bij de btw is sprake van een forse tegenvaller als gevolg van de terugval van het incidenteel hoge niveau in 2010, de lagere consumptie in de huidige raming en de verschuiving van consumptie naar het lage tarief als gevolg van de zwakkere reële loonstijging. De ongunstiger ontwikkeling op de woningmarkt leidt tot fors lagere inkomsten uit overdrachtsbelasting.”

Forse oploop staatsschuld en sterke verslechtering houdbaarheidstekort

“Het houdbaarheidstekort, de permanente verbetering van het begrotingssaldo nodig om de onbeheersbare groei van de overheidsschuld op lange termijn te voorkomen, wordt geraamd op -2,6% bbp in 2015. Ten opzichte van de raming ten tijde van het regeer- en gedoogakkoord is het robuust saldo met 2,1% bbp verslechterd.  Het pensioenakkoord leidt tot een verbetering van het houdbaarheidstekort met 0,6% bbp. Per saldo verslechtert het houdbaarheidstekort in 2015 met 1,5% bbp ten opzichte van de stand ten tijde van het regeer- en gedoogakkoord… Het EMU-saldo staat fors in het rood en de staatsschuld loopt in zeven jaar tijd op van 46% naar 75% van het bbp. Afgaande op het houdbaarheidstekort van 2,6% bbp, moet het EMU-saldo structureel met 17 mld euro (bedragen 2015) worden verbeterd.”

Lage rentelasten

“Ondanks de hogere overheidsschuld zijn de rentelasten uitgedrukt in procenten bbp nauwelijks opgelopen doordat tegelijkertijd rentes op een historisch laag niveau zijn beland.”

Over structurele hervormingen

“… het uit de weg gaan van structurele hervormingen (heeft) hetzelfde effect als het laten oplopen van de staatsschuld: het legt de rekening bij toekomstige generaties. Alleen door nieuwe generaties hun vleugels uit te laten slaan kan de economie weer gaan groeien, en alleen zo blijven zorg en pensioenen voor de huidige generatie ook in de toekomst betaalbaar… Vanuit dit gezichtspunt staat Nederland voor hetzelfde probleem als Italië en Spanje. … Als beleidsmakers moeten kiezen, dan winnen bezuinigingen het vaak van hervormingen.”

Eigen huis

“De verhouding tussen de hypotheekschuld en de waarde van de eigen woning is gestegen van 25% in 1970 naar 50% in 2010. Sinds begonnen is met de meting in 1970, is dit percentage nog nooit zo hoog geweest… De kapitaalverzekering leidt tot balansverlenging, een onnodige combinatie van schuld en vermogen.”

Banken en kredietverlening bedrijven

“De groei van de kredietverlening aan het bedrijfsleven is sinds eind 2009 sterk gedaald. Onduidelijk blijft of dit een vraag- dan wel een aanbodeffect is.”

“Ondanks de strengere eisen en de ingediende herkapitalisatieplannen hebben markten echter nog steeds weinig vertrouwen in de gezondheid van Europese banken: banken lenen elkaar nog steeds nauwelijks geld en de CDS spreads blijven hoog, alhoewel deze sinds the Long Term Refinancing Operation (LTRO) van de ECB wel zijn afgenomen.”

Lastenverwaring 4,6 mrd drukt groei economie tijdens recessie

“In 2012 loopt het overheidstekort naar verwachting met 0,4% bbp terug tot 4,6% bbp. Bezuinigingen beperken de nominale uitgavenstijging, terwijl substantiële lastenmaatregelen (een lastenverhoging van 4,6 mld euro op EMU-basis) zorgen voor een toename van belastingen en premies ondanks de recessie.”

Kostenexplosie zorg zet door

“In de periode 2007-2011 zijn de reële collectieve zorguitgaven met 5% per jaar gestegen. Dat is iets sneller dan in de periode 2001-2005 en veel sneller dan in de jaren daarvoor. Ter vergelijking, het reële bbp groeide de afgelopen vijf jaren met gemiddeld 1% per jaar. Het betekent dat de collectieve zorguitgaven beslag legden op de helft van de reële bbp-groei.”

Zonder maatregelen blijft zorg helft economische groei opsoeperen

“Vooralsnog is in de raming voor 2012-2015 gerekend met een vertraging (in de zorguitgaven – BJ) van het reële groeitempo tot 3% per jaar. Aangenomen is dat het onderliggende groeitempo afzwakt en dat een belangrijk deel van de ombuigingsmaatregelen die de regering neemt, het verwachte neerwaartse effect zullen hebben. Bij dit relatief gematigde groeitempo legt de collectieve zorg nog altijd beslag op eenderde van de reële bbp-groei in deze jaren. Bij dit tempo wordt het Budgettair Kader Zorg in 2015 met 2½ mld euro overschreden. Mocht het reële groeitempo van 5% van de afgelopen vijf jaar zich onverhoopt doorzetten, dan zou de overschrijding in 2015 ongeveer 5 mld euro hoger uitkomen.”

Jan-Kees de Jager profiteert van ruilvoetmeevallers in begrotingskaders

“De huidige kaderoverschrijdingen in de periode 2013 tot en met 2015 doen zich dus voor ondanks forse ruilvoetwinsten. Zonder deze ruilvoetwinsten, zouden de kaderoverschrijdingen nog omvangrijker zijn.”

Over effecten bezuinigingen

“Het Maastrichtplafond geldt voor het feitelijke en niet voor het structurele overheidstekort. Dit betekent dat tijdelijke uitverdieneffecten relevant zijn. Vrijwel alle tekortreducerende maatregelen verminderen in eerste instantie de binnenlandse vraag. Dit zorgt voor een lager bruto binnenlands product op korte termijn, wat het tekortverminderende effect van de maatregelen tijdelijk beperkt.33

Voetnoot 33: Zie ook het tekstkader „De economische effecten van ombuigingen en lastenverzwaringen„ in CPB, 2010, Verkiezingsprogramma’s doorgerekend: Keuzes in Kaart 2011-2015, mei.”

Op pagina 21 staat het tekstkader. Het CPB rekent een bezuinigingspakket van 15 mrd euro door – vergelijkbaar met wat nu wellicht zal gebeuren. Dat  geeft 8,6 mrd netto saldo verbetering door uitverdieneffecten. 0,4 procent minder groei gedurende 4 jaar en 1 procent hogere werkloosheid.

Written by basjacobs

20 maart 2012 bij 13:12

Geplaatst in Uncategorized

Eén reactie

Subscribe to comments with RSS.

  1. “Het huizenvermogen van gezinnen daalt dus in reële termen fors, en dit heeft een sterk negatief effect op de consumptie. …Deze vermogensverliezen hebben een effect van -½% per jaar op de consumptie van gezinnen in de periode 2011-2015. Ook de (toekomstige) kortingen op pensioenen werken negatief uit op de consumptie omdat de gezinnen meer gaan sparen om het vermogensverlies gedeeltelijk goed te maken. Ten slotte sparen gezinnen extra uit voorzorg, omdat zij negatieve verwachtingen hebben voor de nabije toekomst, bijvoorbeeld omdat zij vrezen hun baan kwijt te raken. De spaarquote loopt dus sterk op.”

    Of het huizenvermogen daalt of niet is van geen belan, behalve dan dat men tegen een lagere prijs tot aankoop over kan gaan. De schuldenpositie van de huisbezitter destemeer. Onnodige sterke fluctuaties, vanwege overheidsmaatregelen daarin, leiden enkel tot onnodige onrust.
    De negatieve verwachtingen zijn in te perken door bijv. de WW-uitkeringen niet in te korten tot 1 jaar maar te handhaven tot drie. ( mensen hebben jarenlang betaald voor een uitkering van vijf jaar !).Dar geeft de broodndige rust. Het handhaven van de aow leeftijd van 65 is niet alleen een prachtige banenmotor, maar ook een rechtvaardige eis om een gedane belofte gestand te doen.
    Dat de spaarquote sterk oploopt is niet meer dan een begin van het oplossen van problemen.

    Betere voorstellen tot bezuiniging zijn het verlagen van belastingen, lager btw-tarief, verkleining van subsidiestromen en het verkopen van staatseigendom, staatsbosbeheer of het verkleinen van het wagenpark bijvoorbeeld, of het stoppen van langjarige (bouw)projecten. Maar ook het afstoten van overheidstaken met een slecht rendement is ook een ( relatief) gemakkelijke.

    sirik

    28 maart 2012 at 07:47


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: