Politieke Economie – Bas Jacobs

Eerste lijsttrekkersdebat: waarom?

with 2 comments

 Ik werd niet vrolijk van het eerste lijsttrekkersdebat gisteravond. Het kernprobleem is dat onze politieke leiders wel plannen hebben, maar niet kunnen uitleggen waarom ze die plannen hebben.

Geen van de politieke leiders wist met een heldere master narrative duidelijk te maken waar zijn partij voor staat. Dit is een (optimistisch) verhaal dat de essentie van een politieke partij moet zien duidelijk te maken aan de kiezers. Bij ieder standpunt dat een politicus inneemt moet hij kunnen uitleggen in kernachtige bewoordingen waarom hij/zij juist dit standpunt inneemt. Ik doe hier een – ongetwijfeld matige – poging voor PvdA, PVV, VVD en CDA.

De PvdA staat voor solidariteit, rechtsvaardigheid en wederkerigheid. De PvdA moet het verhaal vertellen dat zij diegenen wil beschermen die niet kunnen meekomen (solidariteit). Dat zijn diegenen die buiten hun schuld om de pech hebben ziek of werkloos te worden, maar ook diegenen die zich niet veilig op straat voelen en niet kunnen meekomen vanwege bijvoorbeeld een handicap. Maar om voor de zwakkeren te kunnen zorgen, moet iedereen die een maatschappelijke bijdrage kan leveren dat ook doen. En dat diegenen die dat niet willen worden aangepakt (wederkerigheid). Wederkerigheid geldt niet alleen voor de sociale zekerheid, maar ook bij veiligheid. Dus om echt solidair te kunnen zijn moet de PvdA streng durven zijn. De PvdA staat ook voor rechtvaardigheid: dat iedereen voor de wet gelijk is, ongeacht afkomst, ras of religie. Rechtvaardigheid komt tot uitdrukking in rechtsgelijkheid. De rechtstaat moet de minderheden immers beschermen tegen de almacht van de meerderheid.

Solidariteit, rechtvaardigheid en wederkerigheid zijn de kernwaarden waaruit bijna alle PvdA-verhalen kunnen worden opgebouwd en die moeten dan ook consequent worden herhaald. Denk bijvoorbeeld aan het inmiddels sleets geworden ‘sterk en sociaal’. Ook de hogere pensioenleeftijd komt voort uit wederkerigheid: mensen die een bijdrage kunnen leveren moeten dat doen, om te zorgen dat diegenen die dat niet meer kunnen toch op een goede oude dag kunnen blijven rekenen.

Cohen probeerde het PvdA-verhaal min of meer vorm te geven met veiligheid, de rechtstaat en de hypotheekrenteaftrek. Misschien dat hij daarom nog redelijk scoorde in de polls, maar hij wist toch niet goed over te brengen dat deze standpunten voortkomen uit dezelfde onderliggende fundamentele waarden. Het verhaal over ‘bindend leiderschap’ waar de PvdA nu op hamert komt niet aan; dat gaat uitsluitend over de bestuursstijl van Cohen. Het is niet onbelangrijk, maar helpt niet om goed uit te leggen waar de PvdA voor staat.

Saillant is dat PVV feitelijk voor een belangrijk deel dezelfde waarden – solidariteit en wederkerigheid – tot uitgangspunt van haar programma maakt. De PvdA is daarom de natuurlijke vijand van de PVV en daarom kiest Wilders Cohen als kop van jut. De PVV ziet net als de PvdA de staat als ultieme middel om solidariteit vorm te geven. En de PVV wil diegenen die hieraan geen bijdrage leveren hard aanpakken. Alleen maakt de PVV de kachel aan met het gelijkheidsbeginsel. De PVV wil de solidariteit begrenzen tot autochtonen onderling. Allochtonen – met name van islamitische oorsprong – zoeken het maar uit en worden uitgesloten van collectieve solidariteit. Wilders wil – geheel op zijn SP’s – vrijwel niets veranderen aan de arbeidsmarkt, de zorg en de pensioenleeftijd. De PVV is daarom in letterlijke zin zowel nationalistisch als socialistisch.

De VVD staat voor individuele vrijheid, eigen verantwoordelijkheid en rechtsbescherming van het individu. De VVD moet een optimistisch verhaal houden dat individuen het beste tot bloei komen bij grote individuele vrijheid en een kleine staat. De inbreuken op de individuele vrijheid (door bijvoorbeeld belastingheffing) zijn alleen te verteren om te voorkomen dat individuen elkaar schade berokkenen (criminaliteit, files) en om de veiligheid te garanderen dat al die individuen op een vreedzame manier kunnen handelen en samenleven. De rechtstaat is bij de VVD essentieel voor het waarborgen van de veiligheid en om het particuliere eigendom te beschermen. De VVD staat sceptisch ten opzichte van de staat, niet alleen omdat dit vaak de individuele verantwoordelijkheid ondermijnt (sociale zekerheid), maar ook omdat de staat beslag legt op de opbrengsten van individuele inspanningen om bijvoorbeeld hard te werken en te ondernemen. Individuen horen in deze visie hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. De staat is er niet voor diegenen die niet willen voorzien in hun inkomen.

Vrijheid, verantwoordelijkheid en veiligheid zijn daarom de kernbegrippen waarmee bijna alle VVD-verhalen te vertellen zijn. Bijvoorbeeld het op orde brengen van de overheidsfinanciën is geen doel op zich, maar voorkomt dat de overheid via een almaar stijgende belastingdruk een steeds groter deel van de private opbrengsten van werk en ondernemerschap moet gaan afromen. Ook de hervormingen in de sociale zekerheid en de zorg kunnen onder deze noemer worden gebracht. Individuen horen immers meer hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Rutte wist in het hele debat dit VVD-verhaal redelijk goed over te brengen. Rutte’s verkiezingsthema’s zijn het op orde brengen van de overheidsfinanciën en de economie. Het zijn goed gekozen thema’s die op dieper niveau aansluiten bij wat VVD-kiezers willen. Dit zal hebben bijgedragen aan de overwinning van Rutte in het debat.

Het CDA staat voor gemeenschapszin, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap. Het CDA ziet de samenleving niet als een optelsom van individuen maar als een organisch geheel van gemeenschappen die sterk op lokaal niveau zijn georganiseerd. Het CDA heeft een groot vertrouwen in het ‘maatschappelijk middenveld’ (organisaties voor liefdadigheid, kerken, verenigingen, polderinstituties) en families (in ruime zin) voor onderlinge zorg, het delen van risico’s in het leven en voor de voortbrenging van publieke goederen. De staat moet zich terughoudend opstellen. Niet om individuen meer vrijheid te geven, maar om de onderlinge verbanden in die lokale gemeenschappen niet te verstoren. Vandaar dat het CDA verantwoordelijkheden wil spreiden over verschillende lagen in de samenleving. Zaken moeten het liefst op zo decentraal mogelijk niveau worden geregeld. Onder verwijzing naar het geloof, wil het CDA dat gemeenschappen het opportunisme van (‘zondige’) individuen in rechte banen leiden en wil niet dat wangedrag van individuen door de staat (PvdA) of de markt (VVD) moet worden afgestraft. Denk ook aan het normen en waardendebat. Het vaak genoemde rentmeesterschap bestaat eruit dat de staat de voorwaarden moet scheppen dat al die gemeenschappen ongestoord kunnen blijven voortbestaan.

Hoewel het CDA verkiezingsprogramma een vage brei is van standpunten, kunnen de meeste standpunten worden herleid op de kernwaarden van gemeenschapszin, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap. Denk bijvoorbeeld aan het decentraliseren van zorg en sociale zekerheid aan de gemeenten. Maar denk ook aan de sanering van de overheidsfinanciën.

Helaas kregen we gister van JBP geen enkele uitleg waarom het CDA bepaalde dingen eigenlijk wil. Ook al was hij behendig in het debat, het werd maar niet concreet waar het CDA voor staat. Het zal niet hebben bijgedragen aan zijn eindscore in het debat.

Je wilt als kiezer niet alleen horen wat een partij wil. Je wilt vooral horen waarom een partij dat wil. Het is teleurstellend dat je als kiezer nog steeds geen goed beeld kunt vormen welke waarden bij welke partij horen. Hun politieke strategen moeten maar eens in de denktank hoe ze de boodschappen van hun partij op een duidelijker manier communiceren aan het grote publiek.

Dan de vorm. Geen inhoud kan worden verteld zonder een goede vorm waarin die inhoud gegoten wordt. Het debat van gisteravond was bij tijd en wijle een puinhoop, zowel dankzij de sprekers als de debatleider. Het eerste deel zagen we vier mannen die elkaar vliegen afvangen en afkraken. Het eerste deel van het debat was dankzij Wilders zo naargeestig en negatief geladen dat je bijna geneigd was de televisie uit te zetten. In het tweede deel hield hij meer zijn mond en verbeterde de sfeer van het debat.

Een hakkelende Cohen wilde zo graag verbinden dat hij alleen maar kon zeggen dat hij het met een ander eens was. Maar wanneer hij vervolgens zijn eigen punt wilde maken saboteerden de anderen zijn bijdrage met vileine interrupties. Cohen moet snel leren om niet eerst een alinea tekst nodig te hebben voordat hij zijn punt maakt.

Dan Wilders. Hij heeft geen enkel respect voor de andere deelnemers aan het debat. Een ander laten uitpraten? Ingaan op een vraag?  De opponent met respect behandelen? Wilders schendt met zijn destructieve manier van debatteren al deze debatregels. Schofterig was zijn zogenaamde excuses aan de Marokkaanse bevolking. Als er een echte premierskandidaat tussen had gestaan, dan had die Wilders subiet tot de orde geroepen. Maar helaas, ook dat gebeurde niet. 

Rutte en Balkenende waren redelijk op dreef. Maar deze rechtse kandidaten verloren zich in een onnavolgbare discussie over wie er het meest sociaal was op de zorg en de sociale zekerheid. Beide partijen hakken fors in op zowel de zorg als de sociale zekerheid en ontlopen elkaar weinig als het gaat om het ‘sociale’ gehalte daarvan. De discussies over de details van hun plannen komen niet aan bij de kiezers. Beide moeten uitleggen waarom ze bepaalde hervormingen willen. Dat werd niet duidelijk, aangezien geen van beide de verbinding wist te leggen met de waarden (of ‘beginselen’) van hun partij.

Ook pijnlijk vond ik de afwezigheid van de debatleider. Het debat vloog vaak alle kanten op en was bij vlagen onnavolgbaar voor de kijker. Soms kreeg je zelfs de indruk dat Frits Wester het debat tussen kandidaten juist graag liet ontsporen. Wester leek niet echt geïnteresseerd in het zo goed mogelijk over brengen van de inhoudelijke verschillen tussen de partijen en waarom partijen een beleidsvoorstel doen. De voortdurende nadruk op het bevragen van partijen naar breekpunten in mogelijke coalitiebesprekingen getuigt van minachting voor de kiezer en een obsessie met politieke spelletjes in plaats van politieke ideeën. Kandidaten (met name Wilders) hadden bovendien geen enkel ontzag voor zijn debatleiding. Wester had nooit moeten tolereren dat Wilders het spreken van zijn opponenten voortdurend onmogelijk maakte en dat Wilders wegliep van de debattafel.

Tot slot, het joelende publiek kon voortdurend de debatterende politici ontregelen. Dat publiek zou voortaan beter geïnstrueerd moeten worden wanneer te klappen en wanneer stil te zijn. Een politiek debat is geen volkstribunaal.

Kijk eens naar een BBC-debat bij de laatste verkiezingen en zie hoe strak dat is georganiseerd. Sprekers gehoorzamen de debatleider, hebben respect voor hun opponent en het studiopubliek gedraagt zich. Bovendien hebben de sprekers beter in de gaten waarom ze iets bepleiten.

Laten we hopen dat de volgende debatten een meer sprankelend verloop hebben. Zowel politici als debatleiders moeten hun zaakjes beter op orde hebben. Zij moeten zich beiden tot doel stellen uit te leggen aan de kiezers wat partijen willen, maar vooral ook waarom partijen dat willen.

Written by basjacobs

25 mei 2010 bij 01:04

Geplaatst in Uncategorized

2 Reacties

Subscribe to comments with RSS.

  1. Zeer scherp en heldere analyse!

    Albert

    26 mei 2010 at 07:40

  2. Goed verhaal, ook je analyse over hoe CDA en VVD alsnog de hypotheekrente kunnen uitkleden zonder hun breekpunt te breken.. Heb het rondgetweet😉

    Naima

    27 mei 2010 at 18:28


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: