Archive for the ‘verkiezingen’ Category
CPB: zegen voor de democratie
Het CPB ligt onder vuur. Dit is altijd zo in de aanloop naar de verkiezingen. Het CPB zegt dat sommige verkiezingsbeloftes niet haalbaar zijn. Politieke partijen raken vervolgens gefrustreerd en beginnen te miepen in de media. Dit jaar lijkt het erger dan normaal. Vermoedelijk komt dat omdat politieke partijen veel meer dan normaal gebakken lucht in hun verkiezingsprogramma’s hebben geblazen.
Wilders zegt dat dit misschien wel de laatste keer is dat de PVV zijn verkiezingsprogramma laat doorrekenen: “Doorrekenen door het CPB betekent dansen naar de pijpen van een clubje economen met een bepaalde achtergrond. De directeur is lid van de PvdA.” aldus Geert Wilders. Rita Verdonk is inmiddels afgehaakt, omdat het CPB een aantal van haar voorstellen onhaalbaar achtte.
Columnist Theodor Holman verliest zichzelf een beetje in buitengewoon scherpzinnige opmerkingen in Het Parool: “Nu wordt het CPB door de slijmballen die zogenaamd lief zijn geweest gebruikt als klassenleraar die je vertelt of je over bent of bent blijven zitten. Is het niet vreemd dat een zelfverklaarde PvdA-man, die directeur is van een regeringsorgaantje, alle partijprogramma s in het openbaar kritiseert?”
De Telegraaf kopieert even fantasie- als kritiekloos de teksten van Wilders: “Het CPB wekt de suggestie dat het met een politieke bril kijkt naar de verkiezingsprogramma’s. Het Planbureau wordt aangevoerd door een prominent PvdA’er (Teulings) en juist de PvdA zegt in haar programma niets duidelijks over de salarissen bij de overheid.”
Ik vraag me af wie er hier met een politieke bril kijkt. Dergelijke opmerkingen heb ik zelden uit Telegraaf-kringen vernomen toen Gerrit Zalm – openlijk VVD’er – directeur was van het CPB.
In weerwil van alle kritiek: het CPB is een zegen voor de democratie. Het CPB disciplineert politieke partijen door domweg te controleren of alle inkomsten en uitgaven wel netjes optellen. Dat voorkomt dat politici hun kiezers knollen voor citroenen kunnen verkopen. Het vertrouwen van kiezers in de politiek zou nog lager zijn als politici ongehinderd aan volksverlakkerij kunnen doen.
Politieke partijen hebben in hun verkiezingsprogramma’s veel meer beloofd dan ze kunnen waarmaken. De hardheid van de tientallen miljarden die politieke partijen denken te bezuinigen, bedragen van een historisch ongekende omvang, kan ernstig worden betwijfeld. Het is daarom terecht dat het CPB een rode streep haalt door sommige plannen.
Vrijwel alle politieke partijen boeken bijvoorbeeld niet onderbouwde ‘efficiency kortingen’ in bij de overheid: de overheid moet dan hetzelfde gaan doen met minder geld. Alleen wordt meestal niet uitgelegd hoe de overheid dan doelmatiger moet gaan werken. Het CPB zegt daarom: geen onderbouwing = geen bezuiniging.
De VVD en CDA willen bezuinigen op de lonen bij de overheid. Maar dat kan niet zomaar. De overheid kan wel de ambitie hebben om de lonen te matigen of bevriezen, maar in de onderhandelingen met de vakbonden zal pas blijken of dat lukt. De vakbonden zijn niet achterlijk en zien de bui allang hangen. Zie hun activisme de laatste weken. Grotere bezuinigingen op de lonen dan circa 4 miljard zijn behoorlijk lastig.
Het CPB heeft ook terecht de exploderende zorgkosten onderwerp van politiek debat gemaakt. Tot aan deze verkiezingen zaten alle kostenstijgingen in de zorg altijd automatisch ‘ingebakken’ in de begrotingskaders. Zo stijgen de zorgkosten in de huidige regeerperiode bijna twee keer zo hard als de economische groei. Maar het is een politieke keus om ieder jaar hogere zorgpremies te vragen en meer aan publiek gefinancierde zorg uit te geven.
Voor de komende regeerperiode veronderstelt het CPB dat de zorgkosten groeien met de economische groei gecorrigeerd voor de vergrijzing. Alle extra uitgaven die daar bovenop komen, worden verondersteld privaat gefinancierd te worden via hogere eigen bijdragen. Als politieke partijen geen hogere private bijdragen willen, is dat een prima te verdedigen politieke keuze. Maar dan zullen ze de komende regeerperiode wel bijna 4 mrd extra moeten bezuinigen of lasten verzwaren.
Natuurlijk is best kritiek mogelijk op het CPB. Maar die kritiek moet komen van economen, niet van politici.
Het is duidelijk dat sommige politieke partijen hun verkiezingsbeloftes niet goed kunnen waarmaken. Het is dan buitengewoon zwak om de boodschapper van het slechte nieuws te onthoofden. Op lange termijn hebben politieke partijen er niets aan als de reputatie van het CPB wordt beschadigd. Iedere politieke partij kan dan het volk weer ongehinderd een rad voor ogen draaien, zoals we dat zien in alle andere landen, die geen CPB hebben.
Verdere vergroening belastingen?
Bijna alle politieke patijen willen de belastingen ‘vergroenen’. Dat wil zeggen dat belastingen op milieuvervuilende activiteiten worden verhoogd, zoals energie, brandstoffen, energieslurpende auto’s, enz. Zie bijvoorbeeld de partijprogramma’s van GroenLinks, D66, SP, PvdA en D66.
Ik maak me net als velen zorgen over klimaatverandering. De klimaatverandering door opwarming van de aarde vormt een van de grootste bedreigingen voor het voortbestaan van de planeet. Sir Nicholas Stern publiceerde in 2006 een groot rapport in opdracht van de Britse overheid en hij spreekt daarin van ‘the greatest and widest-ranging market failure ever seen’. De schade van milieuvervuiling is onvoldoende doorberekend in de marktprijzen. Dus warmt de aarde veel te snel op.
Het ligt dan ook voor de hand dat belastingen worden gebruikt om milieuvriendelijk gedrag aan te moedigen, of, in economenjargon, voor het internaliseren van de externe effecten van consumptiegoederen die tot opwarming van de aarde leiden. Denk daarbij aan reductie van de vraag naar fossiele brandstoffen, grijze elektriciteit, vlees en vis, enz. Daarom pleiten veel politieke partijen voor een verschuiving van de belastingdruk van arbeid naar vervuilende consumptie.
Maar is verdere vergroening van de belastingen wel het goede beleid? Ik heb daar een aantal vraagtekens bij. Overigens betekent dit niet dat ik een klimaatscepticus ben.
Milieuheffingen moeten worden ingevoerd om de milieuschade te verwerken in de martktprijzen. De optimale, zogenaamde, pigouviaanse milieuheffing internaliseert exact de maatschappelijke schade in de prijzen van de vervuilende goederen. Dus hoe meer milieuschade, hoe hoger de milieuheffing.
Door velen worden milieuheffingen ook verdedigd met het argument dat milieuheffingen helpen om de schatkist te vullen. Maar de vraag is of met milieuheffingen op de meest efficiënte manier belasting wordt geheven. Een hogere BTW of inkomstenbelasting is een aantrekkelijker instrument om de schatkist te vullen dan een hogere milieubelasting. Milieuheffingen verstoren het arbeidsaanbod namelijk meer dan de belasting op arbeidsinkomen of de BTW.
Door de belastingopbrengst te genereren met heffingen op milieuvervuilende goederen worden verstoringen consumptiegedrag van huishoudens gecreëerd die om milieuredenen gewenst zijn, maar die ook de arbeidsmarkt verstoren. In gewone mensentaal: individuen worden gerpikkeld minder vervuilende en meer schone goederen te consumeren. Maar bij een verstoord consumptiepakket zal het reële netto loon meer dalen bij een hogere milieubelasting dan een hogere inkomstenbelasting of BTW met een identieke belastingopbrengst zou doen. De belasting op arbeid verstoort namelijk de relatieve prijs van vuile goederen in termen van schone goederen niet, waardoor met de beloning van een uur werk uiteindelijk meer goederen gekocht kunnen worden. Vanuit het perspectief van de schatkist is het daarom niet optimaal om milieuheffingen te heffen zolang ook belasting op arbeidsinkomen of BTW geheven kunnen worden.
De optimale milieuheffing hangt daarom alleen af van de vraag of de maatschappelijke schade wel in de marktprijzen is verwerkt, niet of de schatkist daarmee wordt gevuld. Zie ook Jacobs en De Mooij (2010)*.
Hoe hoog moeten de milieuheffingen dan zijn? Stern (2007) schat dat de maatschappelijke externe kosten van CO2-uitstoot tot 85 dollar per ton kunnen oplopen. Stern (2007) presenteert daarmee de hoogst denkbare schattingen uit de literatuur. 85 dollar is circa driemaal hoger dan de meest gangbare schattingen van de schade van CO2-uitstoot, zie ook het literatuuroverzicht in Tol (2008). Overigens ben ik geneigd een relatief groot gewicht toe te kennen aan Stern’s waarde. Fundamentele onzekerheid over toekomstige klimaatontwikkelingen en onomkeerbare klimaatprocessen nopen tot een prudent beleid. Maar zelfs als we aannemen dat een ton CO2-uitstoot 85 dollar kost, dan zijn de huidige ecotaksen voor huishoudens al hoger dan de maatschappelijke schade van hun energieverbruik (gas: 89 euro/ton CO2, elektriciteit: 192 euro/ton CO2, zie Ter Haar, 2010). Voor MKB en zakelijke dienstverleners liggen de tarieven rond Stern’s waarde (gas: 78 euro/ton CO2, elektriciteit: 70 euro/ton CO2, zie Ter Haar, 2010). Er bestaat daarom geen reden om aan te nemen dat huidige energieheffingen op gas en elektriciteit voor huishoudens, MKB en zakelijke dienstverleners verhoogd moeten worden om de maatschappelijke kosten van CO2-uitstoot te internaliseren in de prijzen.
De brandstofaccijnzen op brandstoffen – behalve die voor kerosinel en LPG – liggen ver boven de conservatieve waarde voor de maatschappelijke schade van 85 dollar per ton CO2-uitstoot. Ter Haar (2010) geeft een overzicht van de Nederlandse accijnzen per ton CO2 -uitstoot: diesel 130 euro, rode diesel 80 euro, benzine 250 euro, LPG 40 euro, biodiesel 160 euro, ethanol 460 euro, en kerosine 0 euro. De overheid zou de accijnzen per ton CO2-uitstoot over alle brandstoffen moeten gelijk moeten maken. De lage brandstofaccijnzen op LPG, rode diesel en kerosine kunnen worden opgehoogd om vergelijkbare heffingen te krijgen (per ton CO2) zoals die ook voor diesel en benzine gelden.
De vrijstellingen en kortingen op energieheffingen dienen wat mij betreft te worden geschrapt in de glastuinbouw, luchtvaart en de scheepvaart. Daarnaast kan een hogere accijns op bio-industrieproducten helpen om de grote uitstoot van broeikasgassen in de vleesproducerende industrie af te remmen (zie ook Ter Haar, 2010).
Maar het lijkt erop dat de accijnzen op benzine en diesel vanuit breed welvaartsoogpunt het optimum voorbij zijn geschoten: de opgeofferde materiële welvaart door verminderde consumptie van fossiele brandstoffen kan inmiddels groter zijn dan de milieuwinst van minder brandstofgebruik.
De marginale milieuschade van CO2-uitstoot is niet constant maar zal toenemen naarmate de aarde sterker opwarmt. Daarnaast zullen positieve externe effecten van het ontwikkelen van energiebesparende technologieën en alternatieve energiebronnen toenemen naarmate de fossiele energievoorraden meer uitgeput raken. Daarom moeten milieuheffingen door de tijd heen wel een stijgend pad volgen (zie ook Sinn, 2008; Van der Ploeg en Withagen, 2010). Maar dat betekent niet dat Nederland nu op eigen houtje verder moet gaan met het verder opvoeren van de milieuheffingen.
Eenzijdige maatregelen gericht op het verminderen van de CO2-uitstoot zijn niet zo effectief. Het milieu is een mondiaal collectief goed dat nauwelijks wordt voortgebracht door grote internationale free-rider en coördinatieproblemen, zoals de laatste top in Kopenhagen helaas weer eens heeft aangetoond. Alleen alomvattende, voor alle landen bindende afspraken over milieuheffingen of verhandelbare emissierechten kan de CO2-uitstoot effectief beperken.
Als Nederland (of het Westen) eenzijdig de vraag naar energie probeert af te remmen, zonder dat andere landen of andere delen van de wereld volgen, dan zakt slechts de wereldmarktprijs van energie totdat de wereldvraag naar energie weer gelijk is aan het aanbod van energie (Sinn, 2008). Het effect van vraagremmende maatregelen op de consumptie van energie zorgt er dan slechts voor dat de CO2-uitstoot zich verplaatst, maar niet afneemt.
Nederland moet daarom in internationaal verband streven naar een systeem van verhandelbare emissierechten en/of milieuheffingen. Zonder internationale coördinatie kan Nederland helaas geen zelfstandig milieubeleid voeren. Nederland kan wel unilateraal een CO2-bijdrage leveren door minder aanbod van energie te produceren, door bijvoorbeeld het tempo waarmee de gasvoorraad wordt opgepompt te vertragen of stil te leggen. Maar daar staat tegenover dat de overheid gasinkomsten zal moeten missen.
Ik maak me met vele anderen zorgen over de klimaatverandering. Maar klimaatproblemen kunnen we uiteindelijk alleen internationaal gecoördineerd oplossen via internationale milieuheffingen of verhandelbare emissierechten. Onze milieuheffingen zijn al zo hoog dat de maatschappelijke schade van CO2-uitstoot inmiddels verwerkt is in de marktprijzen. Wel kunnen nog allerlei uitzonderingen worden geschrapt voor bepaalde sectoren of brandstoffen. Het lijkt me onverstandig om in Nederland de belastingen verder te vergroenen als we dit unilateraal doen. Als politieke partijen vergroening van de belastingen alleen maar aangrijpen om de schatkist te vullen, laat ze dan de inkomstenbelasting of de BTW verhogen. Dat is minder schadelijk voor de economie.
*Dit is een simplificatie die alleen opgaat als het arbeidsmarktgedrag van huishoudens niet samenhangt met de consumptie van vervuilende goederen of het aanbod van een beter milieu. Voor geïnteresseerden in deze materie verwijs ik graag naar Jacobs en De Mooij (2010).
Literatuur
Haar, Bernard ter (2010), “Nieuwe Paden voor Vergroening”, Essay Studiecommissie Belastingstelsel, http://www.minfin.nl.
Jacobs, Bas, en Ruud A. de Mooij (201o), “Pigou Meets Mirrlees: On the Irrelevance of Tax Distortions for the Second-Best Pigouvian Tax“, mimeo: Erasmus Universiteit Rotterdam.
Ploeg, Rick van der, en Cees Withagen (2010), “Is there Really a Green Paradox?”, mimeo: Oxford University.
Sinn, Hans-Werner (2008), “Public Policies against Global Warming”, International Tax and Public Finance, 15, (4), 360-394.
Stern, Nicholas H. (2007), The Economics of Climate Change: The Stern Review, Cambridge and New York: Cambridge University Press.
Tol, Richard S.J. (2008), “The Social Cost of Carbon: Trends, Outliers and Catastrophes”, Economics, 2, 2008-25, http://www.economics-ejournal.org.
Verkiezingsprogramma VVD: rondvliegende botte bijlen
De VVD presenteerde vorige week als laatste van de grote partijen hun verkiezingsprogramma. De VVD lijkt haar geluid weer te hebben gevonden. Het is een voor de VVD consistent verhaal geworden: niet te zwaar, vanuit een aanstekelijk optimisme geschreven en onversneden rechts. Het verkiezingsprogramma van de VVD leest daarom, in vergelijking met de gortdroge en langdradige teksten van CDA en PvdA, als een trein. De typografie van het stuk is bombastisch en geheel op z’n Rutte’s doorspekt met hyperbolen. ‘Openbaar vervoer brengt je op een plek waar je niet bent, naar een plek waar je niet wilt zijn’. Het is geen stuk met diepgravende (economische) analyse, maar er wordt gehakt (en er vallen spaanders).
De VVD wil de komende regeerperiode maar liefst 30 mrd bezuinigingen. Dat is een ongekend hoog bedrag. Daarnaast wil ze zo’n 10 mrd aan lastenverlichting geven, waardoor een netto bezuinigingsbedrag resulteert van zo’n 20 mrd euro. Dat is volgens mij veel teveel van het goede en de kans op een dubbele dip in de economie wordt met een dergelijk bezuinigingspakket reëel; de economie kan tot stilstand komen. Ik vraag me ook af of het technisch en fysiek wel mogelijk is zoveel geld bij de overheid weg te halen in vier jaar tijd. En of de VVD het houdbaarheidstekort volledig wegwerkt wordt ook niet duidelijk. Ze zal een eind komen, want het programma staat vol harde maatregelen.
Ik kan me niet voorstellen dat de VVD met haar programma 30 mrd vrijspeelt bij de uitgaven. Hoewel de VVD een flauwe poging doet, zien we ook in het VVD programma weer geen deugdelijke financiële onderbouwing van haar plannen. Zelfs de partij die altijd zegt prat te gaan op haar financiële degelijkheid, meent de kiezer tegemoet te treden zonder harde cijfers.
Hoe dan ook, de bijl wordt gezet in de ontwikkelingssamenwerking, die wordt gehalveerd. Ook wil de VVD op de EU-afdrachten bezuinigen, maar hoe dat kan, wordt niet hard gemaakt. Het zouden niet mijn keuzes zijn geweest, maar dat terzijde. Daarnaast wil de VVD het mes zetten in het openbaar bestuur, net als alle andere partijen, maar onderbouwt ook dit weer niet.
Ook hoopt de VVD, net als het CDA overigens, op loonmatiging in de collectieve sector. Dat de lonen gematigd worden lijkt me verstandig, aangezien die lonen gedurende crisisjaren nog altijd sneller stegen dan de inflatie. Maar de VVD heeft de vakbonden niet aan een touwtje. Bovendien kan loonmatiging alleen tijdelijk, zeg gedurende de komende vier jaar, anders vind je op een gegeven moment niemand meer die in de publieke sector wil werken. De VVD wil ook een sociaal leenstelsel voor het hoger onderwijs.
De VVD wil de in de CBP-sommen ingebakken verhoging van de eigen bijdragen in de zorg maximeren op 300 euro. Dat kost dus geld. Ook wil ze wonen en zorg scheiden in de AWBZ. Lijkt me prima.
De VVD wil de WAjong, Wet Sociale Werkvoorziening met de Bijstand samenvoegen en uitvoering door de gemeenten laten doen. Dit is het overdenken waard, want de gemeenten lijken probleemgevallen massaal in de WAjong te loodsen nu ze financieel verantwoordelijk zijn geworden voor de Bijstand. Wat meer aandacht voor de uitvoering lijkt me wel op zijn plaats, want de sociale dienst is niet overal een schoolvoorbeeld van klantvriendelijkheid en doelmatigheid.
De VVD wil wel dat de AOW-leeftijd naar 67 gaat, niet duidelijk wordt of deze wordt gekoppeld aan de levensverwachting. Ook dat de aanrechtsubsidie wordt afgeschaft. Beide zijn goed te verdedigen op economische gronden.
Daarnaast verkort de VVD de maximale duur van de WW-uitkeringen en versoepelt het ontslagrecht (net als D66). Dat zal met name de arbeidsmarkt voor ouderen beter laten functioneren. Ook wil de VVD snoeien in een aantal niet-effectieve arbeidsmarktsubsidies. Ook allemaal maatregelen die economisch te verdedigen zijn.
De VVD maakt een volstrekt bizarre opmerking dat mensen zich op de markt tegen arbeidsongeschiktheid moeten verzekeren. Waarom hebben we een publieke arbeidsongeschiktheidsverzekering? Omdat de markt tot risicoselectie en uitsluiting leidt, waardoor mensen met een vlekje zich niet kunnen verzekeren…
De VVD neemt ook een aantal onversneden rechtse maatregelen – die zeker niet mijn politieke keus zouden zijn geweest. De zorgtoeslag wordt bevroren. Dit kan tot enorme inkomenseffecten bij de laagst betaalden leiden aangezien de zorgpremies sterk zijn gestegen gedurende de laatste jaren en dat ook in de toekomst zullen blijven doen.
Daarnaast wil de VVD alle uitkeringen behalve de AOW koppelen aan de inflatie in plaats van de loongroei. Dat scheelt zo’n 1,75% koopkracht per jaar voor de uitkeringsgerechtigden. Het verschil tussen de inflatie en de loongroei is de productiviteitsgroei, die door het CPB geraamd wordt op zo’n 1,75 procent per jaar. Daar delen de uitkeringsgerechtigden – behalve de AOW’ers – dus niet langer in mee. Ik mag bovendien hopen dat het CPB niet toestaat dat de VVD over haar graf heen regeert en dit beleid tot aan 2050 inzet; de uitkeringen zullen tegen die tijd in koopkracht zijn gehalveerd ten opzichte van de lonen van werknemers.
(Ik zou het bovendien omgekeerd hebben gedaan: alleen de AOW koppelen aan de prijzen en de arme ouderen ontzien met de ouderenkorting. Dan gaan de welvarende ouderen automatisch bijdragen aan de kosten van de vergrijzing. Maar de VVD wil dat niet, ook gezien haar plannen voor de belastingen, zie beneden.)
De VVD wil ook de huren liberaliseren maar onduidelijk is of ze laagste inkomens volledig wil compenseren. Daarnaast vinden we bij de VVD nog steeds een onbegrijpelijk ‘njet’ op ingrijpen bij de hypotheekrenteaftrek. Sterker, ze wil de subsidies op het eigen woningbezit juist verder vergroten. De VVD wil afschaffing overdrachtsbelasting, terugdraaien van de verhoging van het eigenwoningforfait voor huizen boven 1 mln euro en een wettelijk maximum op de onroerend zaakbelasting. Die laatste twee maatregelen zijn economisch niet te beargumenteren en zijn alleen maar ingegeven door de wens om cadeautjes uit de delen aan het rijkste deel van de bevolking.
Deze belastingmaatregelen zijn bovendien economisch bezien stupide. Dat geldt ook voor de afschaffing van de erfenisbelasting (op termijn) en het terugdraaien van de AOW-fiscalisering (‘Bosbelasting’). Dit zijn belastingen op ‘dood vermogen’. Als je dit vermogen belast, is er nauwelijks schade aan de economie, want erfenissen, huizen en Nederlandse bedrijfstakpensioenen lopen niet weg. De VVD wil dus de economisch minst verstorende belastingen verlagen waardoor de belastingdruk wordt verschoven naar de economisch veel verstorender belastingen op arbeid, besparingen en bedrijfsinvesteringen. De VVD brengt met haar belastingideeën de economie schade toe. In VVD-jargon: de gewone man betaalt het gelag met lagere lonen en hogere werkloosheid.
Bovendien zijn belastingen op huizen, pensioenen en erfenissen buitengewoon effectief om de welvaartsverschillen te verkleinen. Veel effectiever dan een hoger toptarief in de inkomstenbelasting, dat door de VVD terecht wordt afgewezen. Ook corrigeren deze belastingen de scheeflopende verdeling tussen de generaties. Door de kosten van de vergrijzing zal een hoge rekening op het bordje van de jongeren worden gelegd. De VVD frustreert met haar belastingplannen dat de welvarende ouderen ooit nog een bijdrage leveren aan de kosten van de vergrijzing.
Gelukkig wil de VVD wel de levensloopregeling en de doorwerkbonus afschaffen.
Helaas ontbreekt ook bij de belastingen een solide onderbouwing, net als bij de uitgaven. Ik denk dat het goed mogelijk is dat de VVD veel meer dan 10 mrd aan lastenverlichting weggeeft. We zullen zien wat ervan terecht komt bij de CPB-doorrekening.
Een paar dingen die tamelijk inconsequent zijn: de VVD wijst het prijsmechanisme af om de files op te lossen, want ze wil geen kilometerheffing. De VVD wil ook niet af van de staatssteun aan eigen huisbezitters. Sterker, die moeten juist meer subsidie krijgen. Ook vinden we bij de VVD geen pleidooi voor harder mededingingsbeleid, iets wat je van een liberale partij zou mogen verwachten. Ook is hervormingsagenda voor de financiële sector uiterst summier, op het beschamende af. De ellende die de economische crisis heeft veroorzaakt zou juist de VVD als pleitbezorger van het kapitalisme zich moeten aantrekken.
Tot slot, bij het lezen van het VVD verkiezingsprogramma moet ik steeds aan een messenwerper denken in een volgepakt circus. Zo’n messenwerper gooit vervolgens een aantal hakbijlen in de richting van een vrouw die voor een groot bord staat met haar armen en benen gespreid. De messenwerper raakt haar dan precies niet – als het goed gaat. Alleen weet ik niet of dat bij de VVD het geval zou zijn. De bijlen waarmee de VVD gooit zijn bot en ik weet niet hoe goed de VVD kan mikken. Wat de VVD wil doen de komende jaren is macroeconomisch riskant. Bovendien vindt ik de economische onderbouwing van de VVD-plannen niet altijd even sterk. De lage inkomensgroepen zijn bovendien gewaarschuwd; de VVD wil de lasten voor hoge inkomens en zeer vermogenden verlagen en wil dat betalen door de uitkeringen en toeslagen voor laagstbetaalden fors te snoeien.
Waarom we een sociaal leenstelsel moeten hebben
Ik ben al minimaal 10 jaar vurig pleitbezorger van een sociaal leenstelsel: het is de beste manier om tegen de laagste publieke kosten de toegankelijkheid van het hoger onderwijs te garanderen. Zie artikelen uit de ESB en in de Macroeconomische Verkenning van het CPB voor goede overzichten van de argumenten.
Verschillende politieke partijen hebben inmiddels het idee van een sociaal leenstelsel omarmd: VVD, PvdA en D66. GroenLinks wil een academicusbelasting invoeren, wat vergelijkbaar is. Het CDA is vaag over wat ze wil. Ik ben blij dat de Heroverwegingscommissie Hoger Onderwijs in hun rapport ook invoering van een sociaal leenstelsel aanbevelen.
Het toegankelijkheidsprobleem in het hoger onderwijs ontstaat door falen op de kapitaal- en verzekeringsmarkt. Studenten kunnen nu niet tegen toekomstig inkomen lenen voor hun studie. Evenmin kunnen de financiële risico’s van een opleiding worden verzekerd.
De overheid moet dit marktfalen corrigeren door leningen mogelijk te maken en een deel van de inkomensrisico’s te verzekeren via een sociaal leenstelsel. Daarin dragen afgestudeerden een percentage van hun inkomen af voor rente en aflossing. De risico’s van niet-terugbetalen kunnen worden gedeeld onder afgestudeerden via een renteopslag. Ook de overheid kan de aflossingsrisico’s dekken.
Met een sociaal leenstelsel kan iedereen studeren. Leenaversie is geen issue want niemand hoeft bang te zijn voor onoverzienbare aflossingsverplichtingen. De toegankelijkheid kan met minder (of geen) subsidie worden gewaarborgd en ongewenste bijwerkingen van subsidies blijven uit.
Hoge beurzen en lage collegegelden leiden tot instroom van ongeïnteresseerde en lanterfantende studenten. De kosten van drop-outs (meer dan 30 procent in zowel hbo als wo in 2006), lange studieduren (hbo: 4,5 jaar, wo: 6,3 jaar in 2006) en verkeerde studiekeuzes komen voor rekening van de samenleving. Met hogere eigen bijdragen worden studenten geconfronteerd met de financiële consequenties van studiekeuzes en gebrekkige inzet.
Bovendien vergroten subsidies voor het hoger onderwijs op een perverse manier de inkomensverschillen. De gemiddelde inkomens van afgestudeerden zijn hoog. Een wo’er verdient gemiddeld 80 procent meer dan iemand met alleen basisonderwijs, een hbo’er 60 procent. Zie een artikel van mij met Dinand Webbink, waarin we de rendementen op onderwijs schatten.
Het levensinkomen van een gemiddelde afgestudeerde in een fulltimebaan is ongeveer anderhalf miljoen euro. Zie een CPB-studie uit 2002 met allerlei berekeningen. Studenten kunnen hun opleiding uitstekend zelf bekostigen. Afgestudeerden die pech hebben worden bovendien ontzien via inkomensafhankelijke terugbetalingen. Nu betalen niet-gestudeerden met een laag levensinkomen voor gestudeerden met een hoog levensinkomen. Dat is bizar.
Daarenboven komt zo’n 20 procent van de studenten uit de armste helft van de bevolking, en 80 procent uit de rijkste. Zie het SCP met hun studies naar profijt van de overheid. Gechargeerd gesteld: de niet-gestudeerde belastingbetaler draait op voor subsidies aan bierzuipende corpsballen.
Het streven om kinderen uit kwetsbare groepen te laten studeren is terecht. Maar de basisbeurs of het lage collegegeld doen daar helemaal niets aan. Reden: kinderen uit kwetsbare milieus gaan niet studeren omdat ze niet op havo of vwo terechtkomen. De overgang basis-middelbaar onderwijs is de bottleneck, niet de studiefinanciering. Eenmaal op havo/vwo stromen bijna alle leerlingen door naar het hoger onderwijs. Zie ook de kerncijfers van het Ministerie van Onderwijs.
Vaak wordt gesuggereerd dat de scheve inkomenseffecten meevallen omdat afgestudeerden meer belasting betalen. Die suggestie is onterecht. Tijdens de studie mist de overheid belastinginkomsten omdat studenten niet werken en verstrekt aanzienlijke subsidies. De extra belastinginkomsten die afgestudeerden later betalen wegen daar niet tegenop. De reden is dat de overheid de kosten van een onderwijs opleiding (zowel gederfd loon als directe kosten) gemiddeld tegen een hoger tarief subsidieert dan waarmee de toekomstige inkomsten worden belast.
De overheid kan om andere redenen dan toegankelijkheid het onderwijs subsidiëren. De maatschappij zou baat kunnen hebben bij hoger opgeleiden voor innovatie, economische groei, instandhouding van het maatschappelijk en cultureel erfgoed, enzovoorts. Het empirische bewijs ontbreekt alleen dat de maatschappelijke baten opwegen tegen de kosten bij het huidige, riante niveau van onderwijssubsidies. Zie een artikel samen met Rick van der Ploeg.
Publiek geld is niet gratis. Door ongerichte subsidies stijgt de belastingdruk – dat is slecht voor de arbeidsmarkt – en kan er minder worden uitgegeven aan zaken die prioriteit hebben of om de overheidsfinanciën op orde te krijgen.
Laten we hopen dat het CDA weer bij zinnen komt en dat bij de aanstaande regeringsformatie het sociaal leenstelsel wordt ingevoerd.
Nb. Deze blog is een bewerking van een artikel dat ik ooit voor NRC Handelsblad schreef. Namens het CPB heb ik ook berekeningen gemaakt voor een studiecommissie over de studiefinanciering onder leiding van Willem Vermeend. Samen met Sweder van Wijnbergen schreef ik een wetenschappelijk artikel over optimale studiefinanciering.
CDA en houdbaarheid overheidsfinanciën
Vanavond houd ik een voordracht bij het Wetenschappelijk Instituut van het CDA over hun rapport ‘Op Weg naar Houdbare Overheidsfinanciën‘. Dit zijn mijn conclusies:
- Harde elementen in rapport: hogere AOW-leeftijd (zonder koppeling levensverwachting), scheiding zorg-wonen AWBZ, verkorting WW-duur
- Bij inboeken behoedzaamheidsmarge resteert slechts 2% bbp (13 mrd euro) houdbaarheidswinst (niet 36 mrd)
- Stijging productiviteitsgroei en verkleining overheidsapparaat worden nergens aannemelijk gemaakt
- Productiviteitsgroei helpt niet om overheidsfinanciën houdbaar te maken
- Bezuinigingen van 20 mrd tot aan 2015 zijn nergens onderbouwd
- CDA is de weg naar houdbare overheidsfinanciën kwijt: grote mond over financiële degelijkheid, maar houdbaarheidsnotitie (en verkiezingsprogramma) is financieel drijfzand
Zie hier mijn slides.
PvdA imiteert CDA met vaag programma zonder financiële onderbouwing
Vorige week woensdag presenteerde de PvdA haar verkiezingsprogramma. De PvdA committeert zich niet aan houdbare overheidsfinanciën, in tegenstelling tot D66, GroenLinks en de VDD. De PvdA zegt voor 10 mrd in de komende regeerperiode te willen bezuinigen of de lasten te verzwaren. Op zich is het inderdaad verstandig niet al te hard in te grijpen op korte termijn. Maar dan moet de PvdA zich wél committeren aan voldoende maatregelen op lange termijn. En dat doet de PvdA niet.
De PvdA schrijft zo’n 10 mrd euro structureel in de boeken met hervormingen na 2015: verhoging van de AOW-leeftijd, hervormingen bij de hypotheekrenteaftrek en omzetting van de studiefinanciering in een sociaal leenstelsel. Daarnaast maakt het programma gewag van scheiding van wonen en zorg in de ABWZ en verdere fiscalisering van de AOW-premies. Op zich zijn het allemaal prima ideeën, maar de uitwerking is te vaag.
De PvdA komt zo’n 10 mrd structureel tekort om houdbaarheid te realiseren. PvdA laat dus de teugels vieren in de komende regeerperiode zonder uitzicht te bieden op houdbare overheidsfinanciën. Voor de PvdA geldt daarom (in mindere mate) wat ik eerder over de SP schreef: they don’t own the problem. Bos moet vervolgens niet op zijn weblog klagen als hij dan kritiek krijgt. Overigens moet het CDA oppassen met kritiek op de PvdA, want dat is de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet.
Of het de PvdA lukt om 10 mrd te bezuinigen tot aan 2015 moet bovendien worden bezien. Bij de PvdA zien we weer veel hot air over bezuinigingen op de bureaucratie en bestuurslagen, net als bij alle andere partijen. Dit soort populisme begint inmiddels heel vervelend te worden aangezien harde onderbouwingen ontbreken. Mijn hoop blijft gevestigd op de rode pen van het CPB, die hier dikke strepen doorhaalt.
Er staat een zinnetje over de zorgkosten in het PvdA-programma (p.38) dat bij mij de alarmbellen doet afgaan: ‘Om budgettaire overschrijdingen te voorkomen houden we vast aan budgettaire kaders gebaseerd op een reële schatting van de toekomstige zorgbehoefte.’ Als ik dit goed interpreteer, verwerpt de PvdA de technische aanname van het CPB dat de zorgkosten alleen maar groeien met de economische groei (gecorrigeerd voor demografie). Aangezien de reële zorgkosten veel sneller groeien dan het bruto binnenlands product, neemt het CPB aan dat deze hogere groei privaat gefinancierd wordt via, bijvoorbeeld, hogere eigen bijdragen.
Als de PvdA géén stijging van de eigen bijdragen wil, dan kost dit de komende regeerperiode een kleine 4 mrd extra. Zonder dekking elders is de netto bezuiniging dan niet 10 mrd, maar slechts 6 mrd tot aan 2015. (Dit geldt overigens ook voor andere politieke partijen die geen hogere private bijdragen zouden willen, denk bijvoorbeeld aan de SP.)
Als de PvdA (en andere politieke partijen) ook nà 2015 geen hogere eigen bijdragen wensen om de groei van de zorguitgaven op te vangen, dan kost dit zo’n 2 procent bbp (13 mrd) structureel extra. Zie ook de MLT-raming van het CPB (p.65).
De PvdA hult zich ook in bezweringsformules als het gaat om de insider-outsiderproblemen op arbeidsmarkt. Er komen geen ingrepen bij WW of ontslagrecht, maar er moet een nieuw ‘Sociaal Akkoord’ komen. Dit is een rookgordijn om de interne verdeeldheid bij de PvdA te verhullen als het gaat om een consistente visie op de toekomst van de arbeidsmarkt. Ik vind het moeilijk te begrijpen dat Het Financieele Dagblad zonder scepsis deze bezweringsformule napraat. Ook Het Parool is niet bepaald neutraal of kritisch: ‘Het is een verassende, spannende en strategisch slimme zet van de PvdA’.
Net als bij het CDA, houdt de PvdA zich op vele andere terreinen op de vlakte. Is dit de invloed van Cohen? Als je het verkiezingsprogramma doorleest, neemt de ergernis over het gebrek aan concrete plannen met de bladzijde toe. Wat wil de PvdA bijvoorbeeld met de vastgelopen woningmarkt? Er staat alleen dat het tarief voor de hypotheekrenteaftrek wordt beperkt, maar niet wat er gebeurt met het eigen woningforfait, de overdrachtsbelasting en of het eigen huis verhuist naar Box-3 van de belastingen.
Bij de huurwoningen kom je er ook niet achter wat de PvdA wil: iets met aanpassing van het puntenstelsel bij de vaste huurprijs. Wel staat er een stupide passage over dat scheefwonen maatschappelijk gewenst is: ‘Scheefwonen kan worden geaccepteerd in het geval het positief bijdraagt aan de sociaal-economische diversiteit in de wijk’. De PvdA wil dus scheefwonen om de doorstroming op de woningmarkt verder te verstoppen, de lage inkomensgroepen langer op de wachtlijst voor een woning te zetten, en – onder het mom van eerlijk delen – hoge inkomensgroepen nog meer te bevoordelen met lage huurprijzen. Het is een gotspe. Als de PvdA menging wil in de woningvoorraad – een prima doel – dan zijn daar directe instrumenten voor via het ruimtelijke ordeningsbeleid en het bouwbeleid van de woningbouwcorporaties, maar niet het huurbeleid.
Daarnaast komt de PvdA met een onverstandig plan om de toptarieven van de belastingen te verhogen naar 60 procent. Het zal tot minder arbeidsaanbod leiden en investeringen in menselijk kapitaal, carrière en ondernemerschap ontmoedigen. Daarnaast worden welvarende huishoudens aangezet om een BV te starten (en zich als grootaandeelhouder te laten uitbetalen) of inkomen over de grens te parkeren. Het is symboolpolitiek die niets oplevert en waarschijnlijk zelfs belastingopbrengst kost. Waarom niet de belastingen voor de laagstbetaalden (meer) verlaagd? Waarom doet de PvdA zo weinig om de lekken in de vermogenssfeer te dichten? Denk aan hogere erfenisbelastingen (die door de PvdA en CDA zijn verlaagd in Balkenende-IV), een vermogenswinstbelasting (ook op winsten gerealiseerd bij verkoop van het eigen huis). De PvdA kan ook veel meer ingrijpen bij de overheidssubsidies op eigen huis en pensioenopbouw.
Net als het CDA verzuimt de PvdA ook maar het begin van een financiële onderbouwing te geven van haar plannen. De financiële bijlage is een vodje. De PvdA verschuilt zich, ook weer net als het CDA, achter de heroverwegingscommissies en de aanstaande CPB-doorrekeningen. Ik vind het van minachtig getuigen voor de kiezers. Zeker als we weten dat iemand als Wouter Bos, voormalig minister van financiën en prominent lid van de programmacommissie, van de hoed en van de rand weet hoe de begroting in elkaar zit en hoeveel bepaalde maatregelen kosten of opleveren.
Het is dus niet dat de PvdA geen open en transparant verkiezingsprogramma kan schrijven, ze wil het kennelijk niet.
D66 doet het anders en beter
D66 publiceerde vrijdag hun verkiezingsprogramma. Een voor verkiezingsprogramma’s behoorlijk solide onderbouwing laat precies zien wat D66 wil doen en waar de zwakke plekken zitten. Daardoor is een inhoudelijke discussie mogelijk over de door hun voorgestelde plannen.
D66 brengt in twee perioden de overheidsfinanciën op orde met 15 miljard aan bezuinigingen tot aan 2015 en ze werken het hele houdbaarheidstekort weg met maatregelen na 2015. D66 wil net als Groenlinks het houdbaarheidsprobleem in de overheidsfinanciën gedurende de komende kabinetsperiode wegwerken. Het getuigt van politieke moed om de problemen op te lossen en de kiezer te confronteren met pijnlijke keuzes. Het getuigt van groot respect voor de kiezer om openheid van zaken te geven. D66 verdient daarvoor een grote pluim.
Ik vind de bezuiniging van 15 mrd in de komende regeerperiode iets te veel van het goede, maar met een beetje meer temporiseren zal D66 ook het houdbaarheidsprobleem kunnen wegwerken zonder al te hard de economie af te knijpen.
De plannen van D66 raken wat mij betreft aan de kern van de problemen waar Nederland mee kampt: tweedeling tussen insiders-outsiders in arbeids- en huizenmarkten, toenemende verschillen tussen hoog- en laaggeschoolden en oplopende spanningen tussen de generaties vanwege de vergrijzing en milieu- en klimaatproblemen.
D66 adresseert de toenemende tweedeling op de arbeidsmarkt tussen hoog- en laaggeschoolden met bijvoorbeeld intensiveringen van onderwijsinvesteringen, beperken van schooluitval, en voorschoolse interventies met name voor kinderen met achterstanden. Daarnaast worden hogere private bijdragen in het hoger onderwijs gevraagd via een sociaal leenstelsel en die bijdragen vloeien terug in het onderwijs; zo worden publieke middelen meer op het lager en middelbaar onderwijs gericht.
De arbeidsmarkt wordt opengebroken en insider-outsiderproblemen worden verminderd via verkorting van de maximale WW-duur en versoepeling van het ontslagrecht, lagere belastingen voor de minst verdienenden, afschaffing van de aanrechtsubsidie, beperking van de toegang tot de Wajong en het stopzetten van niet-effectieve reïntegratietrajecten. Daarnaast neemt de AOW-leeftijd versneld toe en deze wordt gekoppeld aan de levensverwachting.
D66 reanimeert de vastgelopen woningmarkt met zowel forse beperkingen van de subsidies op het eigen huis als de aanpak van scheefwonen bij de huren via een inkomenstoets en huurprijsliberalisaties. De laagste inkomens worden ontzien via de huurtoeslag.
Daarnaast probeert D66 de publiek gefinancierde zorgkosten te beperken via de scheiding van wonen en zorg in de AWBZ en inkomensafhankelijke verhoging van de eigen bijdragen.
D66 stimuleert via hogere milieu- en ecotaksen milieubewust gedrag. Er komt een vleesheffing (‘kiloknallertaks’). Daarnaast wil D66 een kilometerheffing, hoge heffingen op energievretende auto’s, minder lage energieprijzen voor bijvoorbeeld de glastuinbouw en fiscale stimulansen voor de ontwikkeling van duurzame energie.
Dankzij het heldere verkiezingsprogramma is het ook mogelijk om kritiek te hebben op onderdelen. Het is jammer dat D66 de subsidies op de pensioenopbouw ongemoeid laat en de AOW niet versneld fiscaliseert. De gestage overheveling van het eigen huis naar Box-3 kan wat mij betreft wat minder omslachtig en ik denk dat hierbij (nog) meer opbrengsten te realiseren zijn dan de 6 mrd die D66 nu in de boeken schrijft. Daarnaast wordt helaas niets gezegd over de erfenisbelasting, die wat mij betreft omhoog kan.
D66 geeft ook geld uit aan scholing van oudere werknemers. Echter, als die scholing niet bij bedrijven maar bij de overheid gebeurt, dan is dit niet goed besteed geld. Beter is om oudere werknemers te ondersteunen met loonkostensubsidies die op termijn worden uitgefaseerd, zie ook een artikel van mij met James Heckman.
D66 boekt ook nogal wat fried air in bij de bezuinigingen op het overheidsapparaat: de befaamde efficiëntiekortingen. Ook wordt weer niet hard onderbouwd hoe de bezuinigingen op het overheidsapparaat worden vormgegeven. Ik mag hopen dat het Centraal Planbureau die er bij zowel D66 als alle andere partijen uitschrapt. Dat geldt ook voor de ingeboekte bezuiniging van 1 mrd op de EU-afdrachten en 600 mln op allerlei subsidies.
Ook lijkt D66 de hogere bijdragen bij de gezondheidszorg dubbel te tellen: er zitten al voor 4 mrd hogere bijdragen bij de zorg ingebakken in de MLT-raming van het CPB. Hoe D66 de eigen bijdragen op maximaal 400 euro per persoon wil houden, is mij niet duidelijk.
Tot slot is mij niet duidelijk hoe de inkomenseffecten van het programma zullen uitpakken. Het D66 programma heeft her en der denivellerende elementen, zoals bij de ingrepen in de huur- en arbeidsmarkt. Ik hoop dat de laagstbetaalden voldoende worden gecompenseerd met lagere belastingen op arbeid en huurtoeslag. De CPB-doorrekeningen later zullen meer uitsluitsel kunnen geven.
Het D66-programma is een verademing in vergelijking met het mistgordijn van het CDA, zie mijn eerdere blog. D66 is eerlijk, open en transparant naar de kiezers. Het is een coherent verhaal dat getuigt van politieke moed om de kiezers pijnlijke keuzes voor te leggen. Zo hoort het te gaan in een democratie.
Bezuinig economie niet kapot
Alle politieke partijen zullen bezuinigen op de overheidsuitgaven. Sommigen zullen dat meer doen dan anderen. Aangezien het CPB dit jaar geen economische effecten zal doorrekenen van de verkiezingsprogramma’s, bestaat de kans dat politieke partijen in een soort misplaatste daadkracht meer bezuinigen dan goed is voor de economie. Het is daarom illustratief om te zien wat de effecten zijn van bezuinigingen op de economische groei gedurende de komende kabinetsperiode. In het beleidsarme scenario (dus zonder bezuinigingen) zal de economische groei naar schatting ongeveer 1,75 procent per jaar bedragen.
Uit de documentatie van het CBP-Saffiermodel voor de korte en middellang termijn kunnen we de volgende tabel halen die de gecumuleerde effecten geeft van 1 procent bbp structureel lagere overheidsuitgaven op de economische groei (zie tabel 5.11, p.69):
Jaar 1 Jaar 2 Jaar 4
-0,7% -0,8% -0,9%
(Ik heb de effecten van 1% bbp hogere overheidsuitgaven omgedraaid en er een minteken voorgezet.)
Deze simulatieuitkomsten moeten met grote voorzichtigheid worden geinterpreteerd, want het model is bij deze uitkomsten gecalibreerd op het jaar 2006. Dat is nu anders. Maar het geeft een idee van de orde van grootte van effecten.
Afhankelijk van het tempo waarin wordt bezuinigd, kan dus de economische groei een behoorlijke optater krijgen. Bijvoorbeeld, het CDA zegt voor 2015 3 procent bbp structureel extra te bezuinigen. Stel dat die bezuinigen gradueel worden ingevoerd: vanaf 2012 met 1 procent bbp extra per jaar. Mocht het CPB-model voldoende linear zijn — en we daarom de effecten kunnen optellen — dan kunnen we de volgende gecumuleerde effecten van de bezuinigingsoperatie krijgen:
2012 2013 2015
Jaar 1 -0,7% -0,8% -0,9%
Jaar 2 0 -0,7% -0,8%
Jaar 4 0 0 -0,8%
Totaal -0,7% -1,5% -2,5%
Bbp-groei 1% 2% 4,5%
De onderste regel geeft de gecumuleerde bbp-groei. Die is gelijk aan de geraamde bbp-groei (gecumuleerd) minus de gecumuleerde verliezen. Per jaar zakt de bbp-groei in dit scenario van 1,75 procent tot 1,1 procent.
Als alle bezuinigingen direct worden ingezet, krijgen we de volgende cijfers:
2012 2013 2015
Jaar 1 -2,1% -2,4% -2,7%
Bbp-groei -0,35% 1,1% 4,3%
In dit scenario krimpt het bbp aanvankelijk en groeit het bbp met gemiddeld iets meer dan 1 procent per jaar over de hele regeringsperiode.
Nogmaals moet opgemerkt worden dat dit geen harde cijfers zijn, alleen een zeer ruwe indicatie van mogelijke effecten op basis van simulaties met het bestaande CPB-model. Ik weet niet goed hoe het model zich gedraagt als grote schokken aan het model worden gegeven zoals een 3 procent bbp bezuiniging op de overheidsuitgaven. Bovendien kan ik niet precies inschatten of de effecten van bezuinigingen in de huidige economische situatie dezelfde effecten zullen hebben. Ook is onduidelijk hoe precies het CPB-model de korte-termijn effecten inschat. De laatste jaren hebben we gezien dat het CPB er nogal eens naast zat. Mijn indruk is dat het model op korte termijn misschien wel iets tè Keynesiaans zou kunnen zijn.
Maar zelfs bij al deze kwalificaties, is het goed mogelijk dat bij bezuinigingen in de orde van grootte van 20 miljard euro de economische groei een behoorlijke terugval krijgt van een half procent minder economische groei per jaar. En als er heel agressief wordt ingezet aan het begin van de regeerperiode kan de groei misschien wel stilvallen. Ik weet niet of dat de bedoeling is van de politieke partijen. Laten we daarom hopen dat het CPB tenminste ook een doorrekening maakt van de groei-effecten van de verkiezingsprogramma’s.
Politieke partijen zouden structurele hervormingen op lange termijn moeten doorvoeren. Deze maatregelen moeten niet al te doldriest worden ingezet, maar met een geleidelijke overgangstermijn worden ingevoerd. Hoe zwaarder partijen inzetten op die lange termijnhervormingen, hoe minder hard ze de komende regeerperiode hoeven te bezuinigen. Alleen dan wordt het mogelijke economisch herstel niet in de knop gebroken en slaan de overheidsfinanciën op lange termijn niet uit het lood.
CDA verkiezingsprogramma: drijfzand
De persconferentie het CDA verkiezingsprogramma was een journalistiek pijnlijke vertoning. Het CDA wil een harde bezuinigingsoperatie van meer dan 20 mrd euro inzetten om in 2015 begrotingsevenwicht te realiseren. De eerste vraag is of de economie hierdoor niet kapot wordt bezuinigd; het economisch herstel is nog zeer broos. De tweede vraag is hoe het CDA dit ooit voor elkaar zal krijgen en waar die meer dan 20 mrd vandaan komen. En de derde vraag is wie hiervoor zullen opdraaien.
Maar helaas. Geen journalist vroeg hoeveel de economische groei afneemt en of de economie misschien niet gaat krimpen door deze bezuiniging. Ook werd er niet doorgevraagd hoe het CDA aan meer dan 20 mrd aan bezuinigingen komt. (Eentje probeerde het aarzelend en werd direct met een kluitje in het riet gestuurd.) En geen journalist vroeg hoeveel de ambtenaren zullen inleveren aan salaris (hun salarissen gaan omlaag), hoeveel ambtenaren worden ontslagen (door de bezuinigingen bij de overheid), hoe zwaar de uitkeringsgerechtigden erop achteruit gaan (door ingrepen in sociale zekerheid), hoe zwaar wordt bezuinigd op de zorg en met welke ingrepen dat dan gepaard gaat. Overigens kunnen deze maatregelen best te verdedigen zijn, maar daar gaat het mij nu niet om. De publieke zaak is dat duidelijk wordt gemaakt waar het CDA staat en welke economische en maatschappelijke consequenties het programma van het CDA heeft.
Vragen die wel werden gesteld: ‘hoeveel ministeries verdwijnen er?’, ‘waarom doet u niets met de hypotheekrenteaftrek?’, ‘waarom noemt u niet het ministerie van LNV bij de bezuinigingen?’, ‘wat wil het CDA met de kilometerheffing?’, ‘hoeveel zetels levert het programma op?’.
Balkenende was slim genoeg door nauwelijks iets te zeggen over de zorg, daar worden door het CDA forse ingrepen gedaan. Daarnaast jokte Balkenende een beetje over de hypotheekrenteaftrek. Hij beweerde, net als Mark Rutte steeds doet, dat de hypotheekrenteaftrek de bezitsvorming stimuleert. Maar dat doet het nauwelijks. De huizenmarkt zit potdicht. Stimuleren van de vraag leidt voornamelijk tot hogere huizenprijzen, juist niet tot meer eigen huisbezit.
Als je het conceptverkiezingsprogramma van het CDA doorleest, zak je steeds verder weg in financiële drassigheid. Een financiële bijsluiter ontbreekt en het CDA verstopt zich achter de Heroverwegingscommissies. In een eerder rapport van het wetenschappelijk bureau hebben ze al een schot voor de boeg gegeven van allerlei zaken die nu terugkomen in het verkiezingsprogramma. Ook dat rapport was voor een deel op drijfzand gebouwd. Ik schat dat ongeveer de helft van de ingeboekte verbetering in de houdbaarheid van de overheidsfinanciën boterzacht is. En ik kom er maar niet achter hoe het CDA denkt 20 mrd te gaan bezuinigen.
Het CDA wil een kleine 10 mrd bezuinigen op het ambtenarenapparaat, maar legt nauwelijks uit hoe. ’Het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA wil in een tweetal rapporten specifiek hier aandacht aan besteden’ schrijven ze in het eerdere rapport. Natuurlijk komen we in het verkiezingsprogramma niet-onderbouwde efficiency-kortingen tegen op het openbaar bestuur. Ook worden lagere stijgingen van de ambtenarensalarissen en uitkeringen aangekondigd. Dat zal natuurlijk wel helpen om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen. Dat lijkt me terecht, aangezien de ambtenarensalarissen en uitkeringen ondanks de crisis altijd sneller stegen dan de inflatie. Maar deze maatregel biedt alleen tijdelijk soulaas. Op lange termijn moeten de salarissen bij de overheid, de zorg en het onderwijs de loonstijging in de marktsector volgen om te voorkomen dat niemand meer ambtenaar, leraar of verpleegkundige wil worden.
Het CDA denkt o.a. met fors hogere eigen bijdragen en ‘marktwerking’ de groei van de zorguitgaven te beheersen. De grote vraag is hoe een omslag van aanbod- naar vraagsturing zal helpen om de zoruitgaven onder controle te krijgen. Ik ben daar zeer sceptisch over. De zorgvraag is bijkans onverzadigbaar. Overigens is de zorgparagraaf het best uitgewerkte deel van het CDA programma, ook al staan er dingen in waar niet iedereen het mee eens hoeft te zijn zoals hogere eigen bijdragen, scheiding van zorg en wonen in de AWBZ en meer marktwerking in de zorg.
Daarnaast zegt het CDA met onderwijs- en technologiebeleid een half procent hogere economische groei per jaar te realiseren door ‘productiviteitsstijging’. Dit is wishful thinking; overheden kunnen niet direct de productiviteitsgroei van bovenop aansturen. Maar zelfs als het al zou lukken om de groei te laten toenemen en zo’n 6 mrd structureel vrij te spelen bij de overheiduitgaven, dan kan dat niet worden gerealiseerd zonder de ambtenarensalarissen en uitkeringen uiteindelijk te ontkoppelen van de groei. Zie mijn eerdere opmerking hierover.
De structurele hervormingen die het CDA voorstaat, zijn de verhoging van de pensioenleeftijd, hervorming van de WW en ontslagrecht conform voorstellen van de cie. Bakker en een aantal zorgmaatregelen. Op zich te verdedigen. Maar het is naar mijn inschatting onvoldoende om zicht te bieden op houdbare overheidsfinanciën. Ook interessant is waar het CDA tegen is: geen ingrepen hypotheekrenteaftrek, geen sociaal leenstelsel hoger onderwijs, geen beperking subsidies pensioenopbouw, geen lastenverhoging, …. Met al deze ‘njets’ maakt het CDA zich als toekomstige coalitiepartner onmogelijk, tenzij het gaat ‘draaien’.
Bij de komende verkiezingen moeten kiezers volstrekte duidelijkheid krijgen over wat hun de komende jaren boven het hoofd hangt. De problemen zijn groot en kiezers hebben het recht te weten waar politieke partijen voor staan. Maar het CDA draait kiezers een rad voor ogen dat ze de overheidsfinanciën op orde brengen: veel stoere taal over financiële degelijkheid, maar geen deugdelijke onderbouwing van de plannen. Het CDA verkiezingsprogramma is het optrekken van een politiek rookgordijn. Het is het soort politiek waar ik – en ik denk met mij heel veel kiezers – zo langzamerhand tabak van heb.
SP: they don’t own the problem
De SP presenteerde vandaag haar verkiezingsprogramma. De SP brengt het begrotingstekort de komende 4 jaar met 1,5 procent van het bbp terug als de economie voldoende groeit. Wat ze onder voldoende groei verstaat, is mij niet duidelijk geworden. Maar misschien heb ik iets over het hoofd gezien. Na 2015 zal nog een kleine procent bbp aan houdbaarheidswinst worden geboekt voornamelijk door een ingreep bij de hypotheekrenteaftrek. De SP zal daarmee circa de helft van de huidige problemen in de overheidsfinanciën doorschuiven naar toekomstige regeringen (lees: generaties).
Het is terecht dat de SP de economische groei niet in de knop wil breken en daarom niet al te hard wil bezuinigen tot aan 2015. Maar dat kan ze alleen geloofwaardig doen als ze op lange termijn wel zorgt dat de overheidsbegroting weer op orde komt. En dat laat de SP na en beroept zich op demagogie. Ze zegt dat het ‘idioot’ is om alle budgettaire problemen ‘voor de komende 50 jaar’ op te lossen.
Die toekomstige budgettaire problemen ontstaan omdat de overheid in de toekomst veel meer uitgeeft dan er binnenkomt aan belastingen. Het huidige beleid, doorgetrokken naar de toekomst, is daarom te genereus. De toekomstige generaties draaien op voor alle ongedekte rekeningen die nu worden nagelaten. De problemen in de overheidsfinanciën zijn zo groot dat het equivalent van minimaal zeven AOW-maatregelen nodig is om die problemen op te lossen. Politieke partijen moeten eerlijk zijn en kiezers duidelijk maken hoe de rekening betaald gaat worden. Als de SP zich zou committeren aan maatregelen die na 2015 voldoende geld opleveren, hoeven ze voor 2015 niet al teveel te bezuinigen. Al is het maar omdat lange overgangstermijnen bij majeure maatregelen nodig zijn.
Maar helaas: de SP duikt voor de verkiezingen en toont onvoldoende politiek leiderschap. Om Dr. Phil te citeren: ‘they don’t own the problem’.
Het is natuurlijk ook heel jammer dat de SP allerlei oud-linkse plannen bepleit die niet helpen om een rechtvaardiger wereld dichterbij te brengen. Drie voorbeelden:
1. Een hoger minimumloon betalen de laagstbetaalden zelf met hogere werkloosheid. Bedrijven ontslaan werknemers die meer kosten dan ze opleveren. Waarom geeft de SP geen belastingvoordeel aan de laagstbetaalden? Dan worden ze tenminste niet werkloos, terwijl ze wel een hoger inkomen krijgen. Dat kost natuurlijk geld, dus geeft de SP de laagstbetaalden blijkbaar liever een sigaar uit eigen doos.
2. Door de huurprijsstijging kunstmatig laag te houden nemen de wachtlijsten alleen maar toe omdat huurwoningen verder beneden de marktpijs worden aangeboden. De scheefwoners blijven nog langer zitten in sociale huurwoningen. Het CPB heeft berekend dat de rijkste helft van de bevolking het meeste profijt trekt van de vaste huurprijs; dat wordt dus erger. Waarom laat de SP de huren niet sneller stijgen waarbij de laagste inkomens met een hogere huurtoeslag worden gecompenseerd? In ieder geval worden dan de wachtlijsten korter, neemt het scheefwonen af en inkomensondersteuning wordt meer op de laagste inkomens gericht. Maar ook dat kost geld, dus wederom het sigaren-uit-eigen-doos verhaal: de laagste inkomens zijn de klos, omdat zij door de lage huurstijging nog meer moeite zullen hebben om een huurwoning te vinden, terwijl de scheefwoners riant blijven profiteren.
3. Een toptarief van 65 procent is economisch zo schadelijk dat het alleen maar minder belastingopbrengst zal genereren. Daardoor moet nog meer bezuinigd worden op de overheidsvoorzieningen, zie ook mijn boek De Prijs van Gelijkheid (Amsterdam: Bert Bakker). Ook daar hebben de lage inkomensgroepen niets aan. Als de SP eens bij Groenlinks zou buurten voor wat plannen om de belastingdruk op vermogen op te voeren, halen ze tenminste wel wat op bij de hoge inkomensgroepen.