Archive for the ‘economie’ Category
Griekenland, Odysseus en de Sirenen
Ik kan al een tijdje niet aanzien wat er met Griekenland gebeurt en de rol die Europa daarin speelt. De financiële markten vertrouwen niet langer dat Griekenland zijn staatschuld zal afbetalen. De rente op tweejarige Griekse staatsobligaties is met 10 procent inmiddels zo hoog geworden dat het een kwestie van tijd is dat Griekenland zal verzaken. Griekenland heeft daarom eindelijk bij IMF aangeklopt. Ook Europa zegt de Grieken dan tegemoet te komen met goedkope leningen.
De kern van het Griekse probleem laat zich het mooiste beschrijven met het verhaal van Homerus over Odysseus en de Sirenen. De Sirenen waren halfgodinnen, half vogel en half mens. De Sirenen waren beeldschoon en konden prachtig zingen. De Sirenen woonden op een eiland. Iedereen die was gezwicht voor de verlokkingen van de Sirenen keerde nooit meer levend van het eiland terug. Odysseus wist welk noodlot hem zou treffen als hij langs het eiland zou varen. Als de bemanning van zijn schip de gezangen van de Sirenen zou horen, zou ze zich niet kunnen weerhouden, de boot op de klippen laten lopen en schipbreuk lijden. Odysseus liet daarom de oren van zijn mannen vol smeren met bijenwas zodat ze de Sirenen niet zouden horen. Odysseus liet zichzelf aan de mast vastbinden om pas weer losgemaakt te worden als ze de Sirenen voorbij waren gevaren, terwijl hij vol van verlangen had geluisterd en vergeefs had gesmeekt om zijn handen los te maken.
De bemanning van de boot zijn de Griekse politici. De Griekse bevolking zijn de Sirenen. De politici bezwijken voor de verlokkingen van de Sirenen. De bevolking accepteert niet dat het land op de rand van het bankroet verkeert. Ze protesteren tegen de regering omdat ze niets willen inleveren van hun pensioenen of uitkeringen, de ambtenaren willen geen salaris inleveren en de bevolking wil (nog steeds) niet echt hogere belastingen betalen. Ze steken hun hoofd in het zand en geven de schuld aan corrupte politici, die ze zelf hebben gekozen. Ook wordt de zwarte piet naar de bankiers gespeeld. Natuurlijk treffen die ook blaam, maar de problemen in de Griekse overheidsfinanciën waren er allang, ook voordat de financiële crisis losbarstte.
De bevolking ‘verlokt’ de Griekse politici om te blijven lenen, alleen moeten ze daarvoor steeds hogere tarieven betalen. Uiteindelijk wordt die schuldenlast zo hoog dat uiteindelijk de Griekse economie op de rotsen loopt.
Papandreou, de Griekse president, zou de Odysseus van het verhaal moeten zijn. Alleen lukt het nog niet om zijn handen aan de mast te binden en zijn volksvertegenwoordigers de oren vol met was te stoppen. De financiële markten geloven nog steeds niet dat zijn begrotingsvoorstellen voldoende zijn, dus schroeven ze de rente verder op. Alleen met ingrijpende hervormingen van de overheidsfinanciën kan de Griekse economie langs de rand van de afgrond worden geloodst.
Europa snapt kennelijk nog steeds niet de essentie van het Griekse probleem. Europa bazelde bij monde van Angela Merkel dat ze een ‘collectieve verwantwoordelijkheid’ voor Griekenland voelde. Maar ze hadden de Grieken alleen kunnen helpen door Papandreou met zijn handen aan de mast te binden. Met andere woorden: ze hadden alleen pas met steun over de brug mogen komen nadat de Grieken pijnlijke hervormingen in gang zouden hebben gezet. Andermaal is aangetoond dat Europa geloofwaardigheid ontbeert om streng op te treden als dat moet.
Het Groei- en Stabiliteitspact is inmiddels een dode letter; vele landen hebben de regels voor begrotingstekort en staatsschuld ongesanctioneerd overtreden. Financiële markten hebben daarom nooit geloofd dat Europa nu opeens streng durft te zijn tegen Griekenland.
Europa had de Grieken daarom direct naar het IMF moeten sturen, ook al wilde Papandreou dat zelf niet. Maar dat is niet gebeurd uit misplaatste Europese trots. Met volstrekt opzichtige bezweringsformules heeft Europa de onrust op de financiële markten proberen te bezweren. Het tegenovergestelde lijkt inmiddels bereikt.
Griekenland heeft nu in arren moede eindelijk moeten aankloppen bij het IMF. Het IMF kan Griekenland helpen om de handen aan de mast te binden door harde voorwaarden aan leningen te verbinden. Het IMF heeft in dat opzicht meer geloofwaardigheid dan Europa.
Laten we hopen dat de Griekse bevolking tot bedaren komt en in gaat zien dat alleen met een harde sanering van de overheidsfinanciën Griekenland een economische ramp bespaard kan worden. En misschien is het goed dat Europa zich wegens een beschamende overdosis aan politiek onvermogen zich maar een tijdje niet actief met de Grieken bemoeit. Laat het over de brug komen met krediet voor Griekenland als het IMF dat nodig vindt, maar voor de rest z’n mond houden. Dus ook geen nationale stemmingen over steun aan Griekenland of niet. Dan begint het hele gezeur weer van voren af aan.
Investeringen in HBO: gratis lunches bestaan niet
Vandaag staat er in De Volkskrant dat iedere euro geïnvesteerd in het hbo maar liefst 3 euro rendement oplevert. Wim Groot en Henriëtte Maassen van den Brink van het Top Institute for Evidence Based Education Research (TIER) zouden dit hebben uitgerekend. Zie de website van de HBO-raad.
Als het waar is, dan zijn investeringen in het hbo de grootste geldmachine die ik ooit in het onderwijs heb gezien. Een rendement van maar liefst 200 procent op iedere geïnvesteerde euro! Politieke partijen weten wat ze te doen staat….
Dit soort cijfers is zo onvoorstelbaar hoog dat ik ze ga wantrouwen. Laten we echt ieder jaar zoveel geld op straat liggen? Briljant econoom Milton Friedman schreef ooit een boekje met de titel ‘there is no such thing as a free lunch’. Behalve voor mijn vriendin bestaan er geen gratis lunches. Alles heeft zijn prijs.
Mijn eerste vermoeden was dat er in het rapport gegoocheld is met de discontovoeten in de kosten-batenanalyse. De discontovoet is de rentevoet waarmee toekomstige kosten of baten teruggerekend worden naar euro’s van vandaag. Het idee is dat als je vandaag een euro spaart, diezelfde euro over een jaar meer waard is vanwege de rente, zeg 5 procent. Een euro die je over een jaar pas hebt is dus vandaag maar 1/1,05 = 95 eurocent waard. De discontovoet geeft daarom de alternatieve kosten van een euro over een jaar weer.
Stel nu dat je een investeringsproject hebt dat een aantal jaar loopt en iedere geïnvesteerde euro ieder jaar meer rendement oplevert dan de euro opzij zetten op een bank- of beleggingsrekening. Je zult natuurlijk nu gek zijn om niet in dit project te investeren.
En dat is precies wat Groot en Maassen van den Brink hebben aangenomen in hun sommen. Het rendement voor onderwijsinvesteringen wordt op zo’n 8 procent gezet, terwijl ze een discontovoet gebruiken van 3 procent. Geen wonder dat hbo-onderwijs zo’n rendabele investering lijkt. En hoe langer de terugverdientijd, hoe meer de opbrengsten van hbo-investeringen worden opgeblazen. Als ik nu aanneem dat we tot in de oneindigheid de opbrengsten van hogere investeringen in het hbo kunnen incasseren, worden de opbrengsten van die investering ook oneindig hoog. Mijn vermoeden dat er een geldmachine in berekeningen is gestopt, blijkt helaas te kloppen.
Overigens is er wel iets raars aan de hand. Waarom is het rendement op onderwijsinvesteringen zoveel hoger dan de risicovrije rente van ongeveer 3 procent? Dit wordt de scholingspremiepuzzel genoemd. De wetenschap is daar nog niet uit. Natuurlijk kunnen hoge rendementen eigenlijk een vergoeding voor talent van individuen zijn. Ook als slimmeriken geen hbo-opleiding zouden volgen, verdienen ze meer. Voor deze zg. ability-bias moet eigenlijk worden gecontroleerd. Als mensen bovendien niet kunnen lenen of het risico op hun investeringen niet kunnen afdekken dan moet het rendement op onderwijsinvesteringen hoger zijn. Net als bij aandelen dat het geval is. Ook is onderwijs een onomkeerbare investering en niet liquide. Je kunt je menselijk kapitaal immers niet weer verkopen als je het niet meer nodig hebt. Ook dan stijgen rendementen. Daarnaast kost het investeren van menselijk kapitaal niet alleen tijd, maar ook bloed, zweet en tranen. Ook voor de kosten van inzet worden gecompenseerd met hogere rendementen. Zie een stuk dat ik voor het CPB heb geschreven met meer discussie over de scholingspremiepuzzel.
De conclusie moet zijn dat de rendementen op onderwijsinvesteringen hoog zijn om goede redenenen, ook al kennen we die misschien nog niet precies. Aannemen dat de markt uit eigen beweging ernstig onderinvesteert, en dat de overheid nu over de brug moet komen met veel extra geld is slechte economie. Omdat de aandelenrendementen hoger zijn dan de rente op de staatsschuld, willen we toch ook niet dat de overheid massief gaat lenen en vervolgens gaat beleggen op de aandelenmarkt? De markt vraagt terecht een premie op aandelen.
Iedereen die gratis lunches belooft, moet uitleggen waar die vandaan komen. Van hoogleraren van het Top Institute for Evidence Based Education Research had ik iets meer verwacht. Ze laden met het verstoppen van geldmachientjes in hun sommen wel erg de verdenking op zich hun broodheer naar de mond te praten.
Taco van der Hoek en maatschappelijke verwarring over bezuinigingen
Er staat vandaag een mooi interview met Taco van der Hoek in het Financieele Dagblad. Hoewel ik lang niet met alles onderschrijf, ben ik het met de kern van zijn betoog eens. De gevolgen van de crisis zijn bepaald niet verwaarloosbaar maar lijken beperkter dan we tot nu toe dachten. Maar de gevolgen van de vergrijzing zijn veel groter door de gestegen levensverwachting. Die zaken worden nu verward in het maatschappelijke debat. Dit komt ook door ongelukkige adviezen van de Studiegroep Begrotingsruimte en de Nederlandsche Bank. Zij bepleitten de komende 4 jaar toch minstens een miljard of 20 te bezuinigen.
De opdracht voor de overheidsfinanciën is dat de komende regeerperiode niet in paniek 20 mrd of meer bezuinigd moet worden vanwege de crisis. Waarom zwaar reageren op iets dat toch maar beperkte effecten heeft? De overheid moet juist langetermijnhervormingen doorvoeren vanwege de vergrijzing. Daar mag de overheid best de tijd voor nemen, maar burgers moeten wel helderheid hebben over wat ze te wachten staat. Met andere woorden: dat het begrotingstekort niet volledig in de komende regeerperiode hoeft te worden weggewerkt is geen excuus om de overheidsfinanciën niet houdbaar te maken.
Een gerelateerde verwarring in het maatschappelijke debat is dat geen goed onderscheid wordt gemaakt tussen het begrotingsstekort en het houdbaarheidstekort. Dit zijn twee volledig verschillende begrippen maar worden wijd en zijd door elkaar gehaald. Het begrotingstekort gaat over het verschil tussen uitgaven en inkomsten in 1 jaar. Het houdbaarheidstekort is gelijk aan, niet schrikken, de annuïteit van de verdisconteerde waarde van het verschil van alle toekomstige uitgaven en inkomsten. Of, simpeler gezegd, het houdbaarheidstekort is het bedrag dat jaarlijks extra nodig is om alle huidige en toekomstige uitgaven te kunnen betalen zonder de belastingen te verhogen.
Nu kun je een houdbaarheidstekort van 29 mrd natuurlijk in een kabinetsperiode wegwerken door 29 mrd te bezuinigen tot aan 2015. Maar dit kan ook door langetermijnmaatregelen die aantellen na 2015. Denk dan aan de stijging van de AOW-leeftijd of fiscalisering van de AOW of hervormingen in de woningmarkt (hypotheekrenteaftrek en huurbeleid). Immers, het houdbaarheidstekort gaat over het verschil tussen inkomsten en uitgaven niet alleen dit jaar, maar ook voor alle jaren daarna.
Voor geïnteresseerden in deze materie, zie ook: Jacobs, Bas (2009), “Politieke Economie en Methodologie van Vergrijzingssommen”, Tijdschrift voor Openbare Financiën, 41, (4), 199-218.