Archive for oktober 2011
There is no such thing as a free lunch: alleen mensen betalen de rekening van de Eurocrisis
Onze politici zijn naarstig op zoek naar geld, naar een magische oplossing, een wonderolie of een benevolente suikeroom zodat de Eurolanden worden verlost uit hun financiële lijdensweg. Allerlei opties worden nu bediscussieerd zoals extra leningen van IMF of China aan het noodfonds, het omvormen van het noodfonds tot een bank die onbeperkt geld kan opnemen bij de ECB, het garanderen van de eerste 20 procent verliezen op staatsleningen, een belasting op banken of op financiële transacties, het afschrijven op Griekse staatsobligaties (‘haircut’).
Het NRC Handelsblad schreef gister: “Alleen superingevoerden begrijpen de voordelen en nadelen hiervan”. Dit ontlokte Bert Wagendorp in De Volkskrant de opmerking: “Het begint erop te lijken dat we problemen moeten oplossen waarvan niemand meer de complexiteit volledig doorgrondt.”
Het valt wel mee, al doen onze politici niet erg hun best om de zaak transparanter te maken. Twee dingen moeten uitelkaar worden gehouden.
1. Wat doen we met failliete landen en banken?
2. Wat doen we met niet-failliete landen en banken?
Wat doen we met failliete landen en banken?
Het antwoord op deze eerste vraag is: we moeten de oninbare verliezen nemen. En die verliezen komen hoe dan ook bij mensen terecht. Uiteindelijk betalen u en ik daarvoor. Om Milton Friedman aan te halen: There is no such thing as a free lunch. Zie dit filmpje:
Als u in de veronderstelling verkeert dat het u niets gaat kosten, kan ik u uit die droom helpen. Uiteindelijk betalen alleen mensen de kosten van de crisis. Gaan de banken meebetalen via een bankenbelasting, transactiebelasting, of een grotere afschrijving op Griekse obligaties? Helaas: de verliezen worden afgewenteld op de spaarders met lagere rentes, op mensen die geld lenen met hogere rentes, zoals de hypotheekrente, en op de aandeelhouders van de banken die een lager rendement ontvangen op hun beleggingen (denk aan onze pensioenfondsen). Het zijn dus u en ik die de verliezen van banken betalen, via hogere prijzen van bankdiensten of via ons pensioenfonds dat verliezen incasseert op bankbeleggingen, maar niet ‘de banken’.
Een groter noodfonds? U en ik moeten als belastingbetaler, samen met de belastingbetalers van de andere Europese landen, het noodfonds vullen. Hoe groter het noodfonds, hoe meer u en ik mogelijk worden aangeslagen via de blauwe envelop om eventuele verliezen van het noodfonds te betalen. Een gepimpt noodfonds dat via financiële constructies (‘leveraging’) groter kan worden kan mogelijk meer armslag krijgen, maar het wordt daardoor onherroepelijk een veel riskanter vehikel. En voor die risico’s staan uiteindelijk de belastingbetalers in de Eurozone garant, direct of indirect als de risico’s naar de ECB worden verschoven. De burgers van de Eurolanden zijn via hun overheid aandeelhouder bij de ECB. Het maakt dus niets uit of de ECB verliezen maakt; die komen altijd naar rato van het aandelenkapitaal weer terug bij de overheden van de Eurolanden.
Het IMF en China om het noodfonds te vullen? Aan buitenlandse geldschieters moet altijd met rente of verlies aan politieke invloed worden betaald. Netto wordt de Eurozone daar niet rijker van; tegenover een groter noodfonds (bezittingen) staan ook hogere schulden. Dat is dus een schijnoplossing.
De ECB laten meebetalen? Veel politici vinden het maar wat fijn dat de ECB nu voor hen de hete kolen uit het vuur haalt. Als de ECB geld moet drukken om de verliezen goed te maken op openmarktoperaties, dan neemt de inflatie toe, en zien mensen het reële (voor inflatie gecorrigeerde) rendement op hun spaargeld en pensioenen dalen. (Overigens is het niet gezegd dat de ECB altijd verliezen maakt op openmarktoperaties, daarover hieronder meer.) Ook de reële kosten van schuld dalen. Een hogere inflatie is feitelijk een belasting op besparingen.
Als de ECB met de geldpers failliete landen en banken overeind houdt, betalen uiteindelijk u en ik de inflatiebelasting doordat ons spaargeld en pensioenvermogen minder waard wordt. Vooralsnog is er mijns inziens geen gevaar voor inflatie gezien de gedeprimeerde toestand van de Europese economie. Maar of de kosten van een land/bankfaillissement nu via de ECB of het noodfonds loopt, maakt niet uit. In beide gevallen bent u het haasje. Alleen denken onze politici via de inflatiebelasting stiekem hun politieke verantwoordelijkheid te ontlopen voor dit quasi-fiscale beleid van de ECB. (Vandaar het gedonder met Duitsland en opstappende ECB-bestuurders.)
Monetaire politiek moet niet worden vermengd met budgettaire politiek om de geloofwaardigheid van de ECB te bewaren. De ECB moet daarom geen obligaties opkopen van failliete landen. Ook moet ze banken die failliet zijn niet langer aan het infuus houden. Failliete banken en landen moeten geherstructureerd, al dan niet met behulp van het noodfonds. Het is beter om direct die verliezen te nemen via het noodfonds dan de geloofwaardigheid van de ECB te verpesten.
Het maakt voor de omvang crisisrekening niets uit of we die direct moeten betalen via onze overheid of via banken of via de ECB of via het buitenland. Het is een illusie te denken dat we die rekening via een slinkse route op een ander af kunnen wentelen. Het is daarom ook zo treurig te zien dat onze politici al maanden in de weer zijn een magische truc te verzinnen. Maar er is geen magische truc en er zijn ook geen marsmannetjes die de crisisrekening graag willen betalen.
Maakt het dan economisch helemaal niets uit? Jawel. Je wilt dat diegenen die risico’s hebben genomen, ook de prijs betalen voor dat risico. Dus: banken moeten bloeden voor hun grote blootstelling aan riskante obligaties; de aandeelhouders (ook onze pensioenfondsen) zien dan hun aandelen helemaal niets meer waard worden. Als banken daardoor omvallen, moeten belastingbetalers banken herkapitaliseren om te voorkomen dat een bankencrash optreedt. Bankieren moet worden gered, niet bankiers. Overigens is het afschrijven van verliezen in banken riskant. De politiek mag nooit verlangen dat banken verliezen nemen zonder dat ze een vangnet onder het financiële systeem spannen. Landen die gefaald hebben in toezicht op hun financiële sector (bv. Frankrijk) moeten eerst zelf de consequenties dragen van dat falen, voordat ze een beroep doen op andere landen. Een bankenbelasting of een transactiebelasting is daarentegen minder verstandig; die wordt eenvoudig afgewenteld op de consument, zeker als niet alle landen meedoen.
Het zou mooi zijn als onze politici eerlijk zouden zijn en direct te proberen belastingbetalers het hele verhaal te vertellen:
De verliezen op failliete landen en banken moet u betalen, linksom of rechtsom, als belastingbetaler, aandeelhouder rekeninghouder of spaarder. Er is geen gratis lunch. Wij proberen te zorgen dat diegenen die verkeerde beslissingen hebben genomen, ook de grootste verantwoordelijkheid daarvoor dragen, teneinde te voorkomen dat ze worden beloond voor slecht gedrag.
Wat doen we met niet-failliete landen en banken?
Het antwoord op de tweede vraag is ook heel simpel: die moeten we met alle macht beschermen tegen omvallen door marktpaniek. Europa moet de lijn trekken waar landen en banken solvabel zijn en waar niet. En dat weigeren we nu.
Bij de banken heeft de ECB al alle speciale voorzieningen die in 2008 in het leven zijn geroepen inmiddels weer geoperationaliseerd. De ECB is de lener in laatste instantie (‘lender of last resort’) als banken op de geldmarkt geen geld meer kunnen krijgen. De ECB verdomt het echter om lender of last resort te zijn voor overheden. Nu zitten we met het probleem dat solvabele overheden kunnen omvallen door marktpaniek die vanzelf bewaarheid wordt. Als beleggers denken dat landen failliet gaan, verkopen ze hun obligaties, de rentelasten voor betreffende overheden stijgen, beleggers zien vervolgens dat de kans dat die overheden niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen toeneemt, waaroor de angst van beleggers dat landen failliet gaan wordt bevestigd. Zo kunnen rentes in Eurolanden in no-time door het dak gaan en kunnen op hol geslagen financiële markten iedere overheid tot een faillissement dwingen.
Zolang het noodfonds nog niet groot genoeg is, moet de ECB daarom de opdracht krijgen van de Eurolanden om coûte-que-coûte faillissementen bij solvabele landen te voorkomen – al dan niet na enige budgettaire ingrepen en banksaneringen (Spanje, Italië en Frankrijk). De ECB kan tegen dumpprijzen obligaties opkopen van beleggers die van hun obligaties afwillen en die weer verkopen als de gekte in de hoofden van beleggers weer is opgehouden.
Opkopen van obligaties van niet-failliete landen, die nu door marktpaniek geen geld kunnen lenen, kost geen geld. Als beleggers ten onrechte denken dat een land failliet gaat kan de ECB tegen een veel lagere koers dan de werkelijke waarde obligaties opkopen en dat later (waarschijnlijk met winst) weer verkopen. De ECB kan altijd de inflatie onder controle houden door een deel van de opgekochte obligaties weer te verkopen teneinde zo de geldhoeveelheid te verkrappen. Bovendien kan Europa nu best wat inflatie gebruiken. Door de economische krimp dreigt een schuld-deflatie-spiraal: de reële waarde van schulden neemt toe door dalende prijzen terwijl de inkomens dalen. Dat is een recept voor financiële rampspoed. Tot slot, de ECB moet niet landen ‘excessief’ gaan steunen zodanig dat de druk helemaal wegvalt om de begroting op orde te houden. Rentes op staatsobligaties moeten daarom een adequate weerspiegeling blijven van het wanbetalingsrisico van overheden.
Het is voor de ECB belangrijk om haar geloofwaardigheid te behouden bij de monetaire politiek. Daarom moet monetaire financiering van oninbare staats- en bankschulden (waar Mathijs Bouman en de Duitsers terecht bang voor zijn) worden voorkomen. Maar liquiditeitssteun aan solvabele overheden is in principe geen monetaire financiering (het kost in beginsel niets) en ondermijnt daarmee de geloofwaardigheid van de ECB niet. Je kunt de monetaire politiek bovendien perfect scheiden van het stabiliseren van de obligatiemarkten. Het meest direct is om alle mogelijke verliezen op het opkoopprogramma van de ECB (als ze al optreden) direct door het noodfonds te laten betalen en, wanneer het noodfonds is opgetuigd, het opkoopprogramma via het noodfonds voort te zetten en uit de ECB te halen. Maar zolang overheden het noodfonds te klein houden, is de ECB werkelijk de enige instantie die nu een economische meltdown in het Eurogebied kan voorkomen.
Ook nu weer weigeren onze politici om kiezers de waarheid te vertellen. Het stoppen van de crisis betekent onherroepelijk een (minimale) overdracht van soevereiniteit. Wil het Europese project slagen, dan moeten de belastingbetalers van alle Eurolanden garant staan voor alle landen en banken die solvabel worden geacht. Welk instrument ook wordt gekozen (noodfonds, ECB, Eurobonds, etc), in alle gevallen staat de belastingbetaler garant. Zolang die garanties alleen gelden voor solvabele landen en banken loopt de belastingbetaler geen financieel risico. Als dit niet gebeurt, dan blijven markten in paniek en alle landen en banken met in eerste instantie alleen liquiditeitsproblemen gaan dan uiteindelijk toch failliet. Dat is de reden dat de kosten van het oplossen van de Eurocrisis steeds hoger worden. Steeds meer landen en banken die aanvankelijk alleen maar een liquiditeitsprobleem hadden worden nu door de richting een faillissement gedwongen, aangezien het commitment van onze politici aan de Euro halfhartig is.
Door dit aanhoudende mismanagement van de Eurocrisis, raakt de Europese economie in een nieuwe recessie. U en ik betalen daarvoor met een lager loon, hogere werkloosheid, minder rendement op ons spaargeld en pensioenbeleggingen en lagere huizenprijzen. Ook grotere staatsschulden moeten ooit weer door ons terugbetaald worden met lastenverzwaringen of bezuinigingen.
De weigering van Duitsland en Nederland om zowel het noodfonds te vergroten als de ECB de opdracht te geven om nu vol gas te geven, om te voorkomen dat Spanje, Italië en zelfs Frankrijk omvallen, is uitermate destructief en legt een bom onder de Eurozone. Ook hier moeten onze politici belastingbetalers wederom het hele verhaal vertellen:
Voor het beëindigen van de problemen in de Eurozone, moet u, samen met alle andere belastingbetalers in de Eurozone, garant staan voor de schulden van landen en banken die wij solvabel achten. Als u zich volledig committeert gaat dat u helemaal niets extra kosten (afgezien van de onvermijdelijke verliezen op de failliete landen en banken — zie vorige stuk). Wij hebben dan dankzij uw commitment de ‘bazooka’ waarmee paniek op de financiële markten voor eens en voor altijd stopt en de Euro in tact blijft. Maar als u weigert om uzelf committeren aan het Europroject, dan krijgt u, belastingbetaler, van ons de waarschuwing dat dit uit kan draaien op een bankencrash en een economische depressie. Grote delen van uw geld en pensioenvermogen dat is belegd in obligaties en is gestald bij banken zullen verdampen. Uw inkomen gaat dalen, u kunt werkloos raken, de belastingen gaan stijgen, de overheidsvoorzieningen worden minder en de huizenprijzen zullen dalen. De keus is aan u.
Politici moeten ophouden met het zoeken naar uitwegen die de problemen niet oplossen, maar alleen maar groter maken.
Eurotop: toch nog hogere kapitaaleisen banken, Nederland blaast hete lucht
In mijn vorige blog haalde ik het FD aan dat Spanje, Italië en Portugal hogere kapitaaleisen voor banken zouden blokkeren. Ze zijn kennelijk toch overstag gegaan: er komen toch (iets) hogere kapitaalbuffers voor banken. Gelukkig maar; tenminste een klein lichtpuntje op de Eurotop.
Rutte begint steeds daarentegen steeds karikaturalere trekken te krijgen. Zie dit FD stuk waarin hij nog een Eurotop-succes claimt voor Nederland met de plannen voor de EU-commissaris. Nota bene de Staatssecretaris van Buitenlandse zaken — Ben Knapen — heeft meer realiteitszin dan Rutte. Over de Nederlandse voorstellen voor een EU-commissaris zei hij, wederom in het FD:
‘Het gaat om het principe, dat de discipline wordt versterkt. Dat lidstaten die zich niet aan de afspraken houden, niet meer kunnen draaien. Hoe we dat bereiken is vers twee.’
Het staat er echt: hoe we een van de defecten in de Eurozone repareren (landen die afspraken aan hun laars lappen), zal ons eigenlijk worst wezen. Dit doet mij teveel aan de politieke tactiek van Wilders denken: we roepen maar wat en het interesseert ons eigenlijk niet of we daarmee iets bereiken, zolang het maar het electoraat beroert.
Hoe denkt Nederland te voorkomen dat Duitsland en Frankrijk in de toekomst de Euroregels niet meer schenden? Denkt Rutte nu werkelijk dat Merkel en Sarkozy zich iets laten vertellen door een EU-commissaris? Zo ja, hoe dan?
Merkel en Sarkozy hebben ongetwijfeld vriendelijk naar Rutte geluisterd toen hij over zijn voorstel begon. (Ach! Nederland wil ook even aandacht, alleen het gaat even niet over de zaken die we hier nu dringend moeten bespreken: noodfonds, Griekenland, banken.) Nadat Rutte zijn zegje heeft kunnen doen zijn ze vast tot de wanorde van de dag over gegaan. Rutte:
“Heel veel hiervan zal ook weer terug moeten komen bij de top van zeventien eurolanden en ik weet ook niet of dat allemaal lukt tussen nu en woensdag, dus dat zal ook wel daarna moeten gebeuren.”
De regering blaast dus hete lucht met de voorstellen voor een EU-commissaris. En Rutte probeert op basis van het verplaatsen van hete lucht een succes te claimen. Tja…
Eurotop = Eurostop
Het ware misschien beter geweest als onze regeringsleiders helemaal geen top hadden gehouden, want wat er nu gebeurt, is volkomen destructief en is een serieuze bedreiging aan het worden voor het voortbestaan van de Eurozone.
Een Trojka rapport is uitgelekt waarin wordt gezegd dat het akkoord 21 juli inmiddels volledig achterhaald is door de verslechterde economische toestand in Griekenland:
“The financing package agreed on July 21(especially lower rates on EFSF loans) does help the debt trajectory, but its impact is more than offset by the revised macro and policy framework.”
Het hele noodfonds kan worden opgesoepeerd door alleen de financieringsbehoefte van Griekenland:
“Cumulative additional financing needs (including rollover of existing official debt) could approach €450 billion.”
Met andere woorden: Griekenland zit in een steeds dieper wordend gat, waaruit het nooit en te nimmer meer kan ontsnappen zonder een default. Er moet worden afgeschreven op de Griekse schulden. Iets wat alle verstandige economen al tijden roepen. Percentages van 60 procent doen inmiddels de ronde.
Deze conclusie veroorzaakt tweespalt in de Troijka, want ECB vreest voor een financiële implosie bij afschrijvingen op Griekse schulden, aangezien de banken niet voldoende zijn gekapitaliseerd. Vandaar dat vrijwel iedereen vindt dat banken geherkapitaliseerd moeten worden. Dat gaat alleen niet meer lukken.
Het Financieele Dagblad bericht dat Portugal, Italie en Spanje weigeren hogere kapitaaleisen voor hun banken in te voeren. Daarmee halen ze niet alleen het mogelijk enige positieve resultaat van de Eurotop onderuit, maar deze landen saboteren zo ook de urgente herstructurering van Griekse schulden.
Frankrijk en Duitsland liggen met elkaar in de clinch over de bankensteun. Frankrijk wil dat Duitsland via het noodfonds gaat meebetalen aan redden van Franse banken. Duitsers zeggen — volkomen terecht deze keer — dat Frankrijk eerst zijn eigen bankproblemen moet oplossen, en pas als dat niet meer lukt, kan aankloppen voor steun. Frankrijk poogt op opzichtige wijze de kosten van het redden van de eigen banken op de Duitsers af te wentelen.
Door dit gedonder zullen de Duitsers nooit instemmen met een groter noodfonds, hetgeen uiterst urgent is (liever nog: een expliciet mandaat om de ECB als bazooka in te zetten). Er komt dus geen adequaat toegeruste lender of last resort voor overheidspapier. Hooguit komt er een PSPV (‘pimped special purpose vehicle’) dat van het geld dat nog onverblijft (na redding Griekenland en aanspraken Portugal en Ierland) een klapperpistooltje maakt richting de financiële markten. De financiële markten zullen nog lang onrustig blijven.
Onze politici kunnen of willen nog steeds niet aanvaarden dat de crisis hoe dan ook geld gaat kosten. Dat ze dus een onpopulaire boodschap moeten verkopen aan hun kiezers. Dat geldt voor alle politici. In Noord-Europa moeten politici vertellen dat er geld van Noord-Europese belastingbetalers zal gaan naar Zuid-Europa. En in Zuid-Europa moeten ze vertellen dat ze niet kunnen doorgaan op oude voet en ingrijpend moeten hervormen. In beide gevallen is Europa als geheel, maar zijn ook de Noord- en Zuid-Europese bevolkingen afzonderlijk, altijd beter af dan in een scenario waarin de Eurozone uit elkaar spat.
Iedereen is nog steeds bezig met het korte-termijn eigenbelang; proberen zoveel mogelijk kosten van de Eurocrisis op een ander af te wentelen. Er is geen enkele bereidheid om de onvermijdelijke verliezen bij failliete banken en landen te aanvaarden. Het is politiek allemaal begrijpelijk, maar onze regeringsleiders hebben kennelijk nog steeds niet in de gaten dat ze met deze onverantwoordelijke politieke strategie een totale financiële chaos in de Eurozone riskeren.
Als onze leiders maar lang genoeg treuzelen en blijven uitstellen dan worden de kosten van het redden van de Eurozone vanzelf groter dan de kosten van het laten ontploffen van de Eurozone….
Eurotop: PM, PM, PM
De Engelse tabloid The Telegraph heeft een uitgelekte ruwe versie van het statement van de Euroleiders op de aanstaande Eurotop op haar website gepubliceerd. Ik heb even alle PM’s uit het stuk op een rij gezet:
- In this context (fiscal consolidation and and structural reforms – BJ), we welcome the specific commitments made by Italy and Spain
- pm strengthening of the monitoring of the Greek program
- pm: PSI to be prepared by the Eurogroup
- p.m. increasing the efficiency of the EFSF- to be discussed by the Eurogroup
- p.m.: full lending capacity of the ESM/ decision making procedures – to be discussed by the Eurogroup
- p.m. reinforcement of banking sector to be discussed by the Ecofin
Waar zijn ze in Europa in vredesnaam mee bezig? Ze hebben kennelijk na alle voorgekookte gesprekken van afgelopen maanden nu nog geen duidelijke plannen hebben voor de volgende cruciale zaken
- het noodfonds
- schuldherstructurering Griekenland en toezicht op nakomen verplichtingen,
- de bankensector,
- private bijdragen aan de schuldenproblematiek (PSI),
- structurele hervormingen in Spanje en Italië.
O ja, natuurlijk staat er verder wel heel veel oeverloos gepraat over de ‘sixpack’ en vooral nieuwe plannen om veel vaker bij elkaar te komen. Ik weet niet hoe dit soort beleidsdocumenten correct gelezen moet worden. Maar deze signalen suggereren op zijn zachtst dat deze top zal uitdraaien op een mislukking.
Ik kwam op Mike “Mish” Shedlock’s site de volgende samenvatting tegen: “Euro Summit Statement “Leaked” Draft Looks Like Swiss Cheese… There were six items actually pertaining to the Eurozone crisis in the draft. None of them had any details… With nothing but holes everywhere else, I am pleased to present the 10-point agenda to establish more meetings.“
Onevenwichtigheden in Eurogebied: waarom het schuld- en boeteverhaal niet klopt
In een aantal blogs — waaronder de vorige — heb ik een aantal malen aangenomen dat het Eurogebied de facto als een gesloten economie kan worden beschouwd. Dat is natuurlijk niet zo. Eurolanden handelen ook met de rest van de wereld. Je kunt je dan afvragen of het verhaal nog waar is dat de Noord-Europese exportoverschotten de Zuid-Europese schulden zijn. Het antwoord daarop is nog steeds: ja.
De handel van het Eurogebied met de rest van de wereld is in de afgelopen jaren niet toegenomen; de exporten van het Eurogebied naar de rest van de wereld zijn vrijwel even groot als de importen. De lopende rekening van het Eurogebied is grosso modo in evenwicht. Zie deze grafiek, waarin het exportsaldo van het Eurogebied al sinds 1991 tussen plus en min 1 procent van het Europese bbp schommelt:
Deze en de volgende grafiek laten ook mooi zien hoe de Europese onevenwichtigheden zijn ontstaan: de exportoverschotlanden waren Duitsland en Nederland, terwijl de exporttekortlanden de bekende ‘probleemlanden’ zijn geweest. De exportoverschotten van Nederland en Duitsland schommelden de laatste jaren tussen de 5 en 10 procent van het bbp, terwijl sommige probleemlanden exporttekorten van meer dan 10 procent hadden:
De conclusie is dat de onevenwichtigheden binnen het Eurogebied volledig van Europese makelij zijn. Het Noord-Europese exportsucces is het Zuid-Europese schuldenprobleem geworden. Het is dus — nogmaals — een onjuist verhaal dat Zuid-Europa de boel heeft laten ontsporen en ons met de gebakken peren confronteert. Wij hebben in de afgelopen jaren via een ongekende exportboom geprofiteerd van de Zuid-Europeanen, mede dankzij hun sterk verslechterende concurrentiepositie. Equivalent geformuleerd: de Zuid-Europeanen konden boven hun stand blijven leven, mede dankzij de kredieten van Noord-Europa.
Het schuld en boeteverhaal is natuurlijk te mooi voor worden voor electoraal gewin van onze politici, maar het klopt gewoon niet. Ja, Zuid Europa heeft schulden gemaakt, en ja, Noord-Europa heeft daar heel veel geld aan verdiend. Noord-Europa is de pot die de ketel verwijt zwart te zien.
Elementaire economische inzichten ontbreken bij Verhagen
Ik heb regelmatig mijn verbazing uitgesproken over het onvermogen van de Nederlandse regering om tot een adequate oplossing van de Eurocrisis te komen. Verhagen heeft gister een brief (samen met De Jager) met plannen gestuurd aan de kamer. Die brief is weer tenenkrommend:
“Landen die sociaaleconomisch een solide beleid hebben gevoerd, worden nu met de rekening geconfronteerd van landen die de zaak economisch uit de hand hebben laten lopen en/of de overheidsfinanciën hebben laten ontsporen. Dit is niet aanvaardbaar.”
Weer het schuld- en boeteverhaal. Snapt de Maxime Verhagen – de Minister van Economische Zaken – nu echt helemaal niets van elementaire beginselen uit de internationale economie? Wolfgang Münchau had deze week in een prachtige column helemaal gelijk: “The political leaders who run the eurozone have a small open economy mindset – every one of them, without exception.” Om Krugman te citeren: ” … in the real world, bad policy more often arises from failure even to get the principles right at the individual country level.” En, inderdaad, dat geldt ook voor Verhagen.
Zuid-Europese landen hebben kunnen lenen van Noord-Europese landen. Waarom? Noord-Europese beleggers waren op zoek naar hoger rendement dan ze konden halen dan in Noord Europa. De externe schulden (publiek en privaat) van Zuid-Europa zijn bovendien (per definitie) de exporttekorten geweest naar (voornamelijk) Noord-Europa. Zuid-Europa heeft geprofiteerd van goedkope leningen en importen. Noord-Europa heeft geprofiteerd van renteinkomsten op die leningen en hogere exporten. Zie ook dit mooie verhaal van Kash Mansori.
Van vrijhandel wordt altijd iedereen beter, anders zou er geen vrije handel zijn. Dus waarom hebben zowel Noord als Zuid Europa geprofiteerd? Omdat internationale kapitaal- en goederenstromen alleen tot stand komen als daar wederzijds voordeel bij te behalen is. Hoezo is dit volgens Verhagen ‘niet aanvaardbaar’? Als de schuldenproblemen in Zuid-Europa onaanvaardbaar zijn, dan zijn de winsten uit de Noord-Europese exporten en beleggingen van Noord-Europa dat ook.
Nu komt Verhagen met een plan dat er niet alleen een Europese politieagent moet komen voor staatsschuld en financieringstekort, maar ook voor andere macro-economische variabelen: werkloosheid, concurrentiepositie, importen, private schulden, huizenprijzen, enz. Europa gaat landen dan op een aantal variabelen scoren en boetes uitdelen als het misgaat. Je kunt een serieus debat voeren of dit praktisch eigenlijk wel kan en moet. Maar het idee om naar andere zaken, dan alleen naar staatsschuld- en begrotingstekort te kijken, lijkt op zich prima, alleen niet om de reden die de regering geeft:
“De focus van de procedure ligt op het voorkomen van macro-economische ontwikkelingen die op termijn zouden kunnen leiden tot negatieve grensoverschrijdende effecten naar andere lidstaten.”
Verhagen denkt dus dat met het voorkomen van problemen in Eurolanden Nederland gevrijwaard zou zijn van negatieve grensoverschrijdende effecten. Dat berust – wederom – op een denkfout. Via Europa de handels- en kapitaalstromen bijsturen of inperken heeft onvermijdelijk consequenties, ook voor Nederland.
Stel dat de Zuid-Europeanen de lonen te lang hebben laten oplopen en hun concurrentiepositie hebben laten verslechteren. Dan betekent dat automatisch dat, als Europa ingrijpt, en Zuid Europa dwingt de lonen te matigen, de concurrentiepositie van Noord-Europa verslechtert ten opzichte van Zuid Europa en dat dus de Noord-Europese exporten dalen.
Stel dat Zuid-Europa staatsschulden moet afbouwen door te bezuinigen, dan zorgt dat voor grotere nationale besparingen in Zuid-Europa en grotere netto exporten in Zuid-Europa, die alleen hun uitweg vinden als de concurrentiepositie van Noord-Europa verslechtert ten opzichte van Zuid-Europa. Dus onze netto exporten dalen om een (groot) deel van de hogere netto exporten uit Zuid Europa te absorberen.
Stel dat Zuid-Europa private schulden moet afbouwen door minder te consumeren en meer te sparen. Dan gebeurt precies hetzelfde als dat de overheid moet bezuinigen: grotere netto exporten in Zuid-Europa, kleinere netto exporten in Noord-Europa. Dat kan alleen als de Noord-Europese concurrentiepositie verslechtert ten opzichte van Zuid-Europa.
Natuurlijk is het gezond dat de onevenwichtigheden in Europa verdwijnen. En het is prima dat Verhagen daar ook aandacht voor vraagt. Zie ook deze column van Martin Wolf. Op lange termijn moeten die onevenwichtigheden kleiner worden.
Maar dat betekent altijd dat de concurrentiepositie van Noord-Europa moet verslechteren ten opzichte van Zuid-Europa als de schulden van Zuid-Europa aan Noord-Europa kleiner worden. Dat gaat dus ook pijn doen in Noord-Europa, en zeker in kleine handelslanden als Nederland. Dit verhaal vertelt Verhagen alleen niet.
Tot slot, aan de vooravond van de volgende Eurotop is de regering nog immer bezig om de volgende crisis te bestrijden. Fantastisch hoor, al die plannen voor Europese politiemannen, die ongehoorzame Eurolanden in de toekomst in het gareel moeten houden. Tenminste, … als er dan nog een Eurozone is.
We hebben op korte termijn geen politieagenten nodig, maar brandweermannen. De Eurozone staat in brand en die moet worden geblust:
- De ECB moet onmiddellijk het mandaat krijgen om op grootschalige wijze te interveniëren op de obligatiemarkten ten einde de run op obligaties van illiquide maar solvabele landen te stoppen (Spanje en Italië). Als het noodfonds verviervoudigd is, kan het noodfonds deze taak overnemen.
- Banken moeten direct worden geherkapitaliseerd, eerst met privaat en dan met publiek geld (dat laatste pas nadat verliezen op rotte papieren zijn genomen).
- De schulden van failliete landen (Griekenland, waarschijnlijk ook Portugal en misschien ook Ierland) moeten worden geherstructureerd. Essentieel is dan dat banken voldoende gekapitaliseerd zijn om zo’n herstructurering op te vangen.
Helaas horen we van de regering te weinig in deze richting. Het is om je haren bij uit het hoofd te rukken.
Niet weglopen, maar meedoen
Erik Bakker schrijft de volgende reactie op mijn vorige blog:
“nou nu zijn we helemaal fucked !ik ga in het bos wonen ,zoek het allemaal maar uit met de klotenzooi!”
Dit is volgens mij precies hoe het niet moet: weglopen. (Sorry Erik!)
Ik zou willen dat jongeren zich engageren en zich eindelijk eens gaan bemoeien met de inrichting van de publieke sector. De overheidsvoorzieningen (zorg, pensioen, sociale zekerheid, onderwijs, enz) zijn voor iedereen van essentieel belang, jong en oud, arm en rijk. Maar ook de financiering daarvan via onze belastingen en schuldpolitiek (= toekomstige belastingen). Wie gaat wat en waarvoor betalen?
Die politieke besluitvorming vindt niet plaats op Facebook, Twitter of welk ander sociaal medium dan ook. De politieke besluitvorming over belangrijke zaken vindt in onze democratie nog altijd in Den Haag plaats, door de regering en gecontroleerd door de Tweede en Eerste Kamer.
Als je vindt dat politieke besluitvorming niet gaat zoals je wilt, zullen de politici in Den Haag op andere gedachten moeten worden gebracht. Dat kan op diverse manieren: lidmaatschap van een politieke partij of belangengroep, direct benaderen van regering/volksvertegenwoordigers om je standpunten over te brengen, of onze regering/volksvertegenwoordigers indirect op andere gedachten proberen te brengen via bijvoorbeeld het schrijven van beleidsadviezen, artikelen en boeken.
Doe dus mee en loop niet weg als het moeilijk wordt.
Vergrijzing en het conflict tussen de generaties
Vandaag hield ik een voordracht in de stadsschouwburg bij Wish you were here, georganiseerd door Toneelgroep Amsterdam. Het gaat over het conflict tussen de generaties.
Er is een beroemd gezegde dat luidt: als je jong bent en niet progressief bent geweest, dan heb je geen hart gehad. En als je oud bent en niet conservatief bent geworden, dan heb je geen verstand gehad. Als dit gezegde waar is, dan loopt het slecht af met de vergrijzing in Nederland.
Stel dat we ons verplaatsen naar Nederland in 2050. Hoe ziet Nederland er dan uit? Ik heb daarvoor een scenario bedacht. Dit is een scenario, geen werkelijkheid, alhoewel ik wel mijn best heb gedaan het enigszins realistisch te maken. De belangrijkste aanname is dat we alles op zijn beloop hebben gelaten en niets hebben gedaan. Wat gebeurt er dan?
De bevolking is gaan krimpen. De steden groeien nog wel, maar het platteland is in hoog tempo aan het leeglopen. In de uithoeken van het land bevinden zich grote concentraties ouderen, terwijl de jongeren massaal de wijk hebben genomen naar de randstad.
Ouderen zijn alomtegenwoordig. In 2050 zijn er 4,5 miljoen ouderen (65+) in Nederland, terwijl er nog maar 9½ miljoen 20-65 jarigen zijn. Een gemiddelde 65 jarige wordt maar liefst 89 jaar oud. In 2010 was dat nog 81 jaar. Nederland is grijs geworden. En chagrijnig.
Het is prachtig dat mensen ouder en vooral ook gezonder oud worden. Alleen zijn de baten van het ouder worden privaat en de kosten daarvan publiek. Ouderen gaan bakken met publiek geld kosten. Niet alleen moet er in 2050 voor 4,5 miljoen ouderen een AOW-uitkering zijn – bijna het dubbele van 2011. Daar zullen we in 2050 zo’n 9 procent van het nationale inkomen aan gaan uitgeven. Nederland geeft ook een kwart tot een derde van het nationale inkomen aan gezondheidszorg uit zolang de kostenexplosie in de zorg doorzet. Twee tot drie keer zoveel als in 2011. Dat komt doordat de medische technologie voortschrijdt; iedereen krijgt steeds betere medicijnen en behandelingen. En geen politicus haalt het in zijn hoofd het zorgpakket te verkleinen of hogere eigen betalingen te bepleiten op straffe van groot electoraal verlies.
De pensioenfondsen zijn in 2050 ook bijna leeggegeten. Terwijl iedereen aan het begin van deze eeuw nog dacht dat Nederland het beste pensioensysteem ter wereld had. Inderdaad, in 2010 had Nederland na IJsland en Griekenland het meest riante pensioensysteem van de OESO. Maar zelfs met een belegd vermogen van 800 miljard in 2010 hadden we honderden miljarden te weinig gespaard om alle pensioenbeloften gestand te kunnen doen. Diegenen die in 2050 met pensioen gaan, krijgen — als ze mazzel hebben — misschien nog 30 procent van het gemiddeld verdiende salaris aan pensioen, in plaats van de ooit beloofde 70 procent.
Hoewel de jongeren nauwelijks politieke macht hebben, hebben ze wel economische macht. Arbeid is schaars geworden, kapitaal (pensioenvermogen) is overvloedig aanwezig. Op die manier komt er via de markt herverdeling tot stand van oud naar jong. De pensioenfondsen proberen met man en macht zich in te dekken tegen de dalende rentes door steeds riskanter te gaan beleggen. Helaas was het gevolg dat grote delen van het pensioenvermogen daardoor verdampten. Door de schaarste op de arbeidsmarkt is er veel looninflatie ontstaan. Handen aan het bed zijn nauwelijks te krijgen. Net als leraren voor de klas. Het leven voor ouderen wordt door de stijgende (loon-)inflatie steeds duurder, terwijl hun inkomens achterblijven. Ook dalen de huizenprijzen, met name op het platteland. De ouderen proberen nu via een bittere politieke strijd hun koopkracht te behouden door hogere belastingen en pensioenpremies te bedingen bij overheid en pensioenfondsen.
Ouderen hebben zich decennialang succesvol verzet tegen maatregelen om het tij te keren. Dat begon al eind jaren 90 van de vorige eeuw toen het eindloonpensioen werd omgezet in een middelloonpensioen. Aan het begin van de jaren 2000 konden babyboomers nog allemaal met VUT op kosten van de jongeren. De fiscalisering van de AOW was net niet het politieke waterloo van Wouter Bos geworden, maar is in de decennia daarna nooit echt doorgezet. De geplande verhoging van de AOW-leeftijd in 2020 ging uiteindelijk niet door omdat de de PVV in 2015 de verkiezingen won en de grootste partij werd. Die partij heeft tot 2030 alle ingrepen in de arbeidsmarkt en ontslagrecht weten te voorkomen. Daarnaast zijn de sociale partners er tijdens de economische crisis van 2008-2011 in geslaagd een pensioenakkoord te smeden waarin – zoals voorspeld door Sweder van Wijnbergen – een tijdbom werd geplaatst onder de solidariteit tussen de generaties. De oudere generaties bleven zich verzetten tegen hogere private bijdragen in de zorg en meer private financiering van bepaalde zorg, ook al hadden ze daar wel het inkomen en/of vermogen voor.
De belasting- en premiedruk is inmiddels opgelopen naar maar liefst 65 procent van het bbp – hoger dan in de tijd van de volledig ontspoorde sociale zekerheid van de jaren 70 van de vorige eeuw. (De overheid is toen enige decennia in de weer geweest om dat beest weer in zijn hok te krijgen.)
Door de enorme belastingdruk is de economie volledig stil komen te staan. De economische groei is weggevallen. Het arbeidsaanbod neemt al af door het grote aantal mensen dat met pensioen is gegaan. De hoge belastingen maken het voor de resterende werknemers geen pretje meer om te werken. Jongeren ontworstelen zich in hoog tempo aan het keurslijf van de CAO’s door een bedrijf te starten of zzp-er te worden. Sommige kansrijke jongeren zien het helemaal niet meer zitten en migreren naar, demografisch bezien, groenere landen, waar de belastingen lager zijn en de voorzieningen voor gezinnen met kinderen beter.
Hoewel iedereen had gehoopt dat er veel meer ouderen nog bleven werken, is dat steeds maar niet gelukt omdat de ouderen systematisch alle veranderingen blijven blokkeren in de arbeidsmarkt. Daardoor leidt de enorme krapte op de arbeidsmarkt er niet toe dat meer ouderen aan het werk zijn geraakt, maar wel dat de lonen door grote schaarste zijn blijven stijgen. Geen werkgever wil ouderen inhuren zolang de loonkosten zo hoog en ontslagbescherming zo sterk blijven.
Ook werd er niet slimmer gewerkt. De onderwijsuitgaven werden jaren verdrongen, omdat hogere zorguitgaven altijd prioriteit hadden boven hogere onderwijsinvesteringen. Daardoor blijft de arbeidsproductiviteit al jaren achter en wordt Nederland armer.
De jongeren voelen zich in 2050 in de steek gelaten omdat zij voor alle kosten van de AOW, aanvullende pensioenen en zorg opdraaien. Maar ook omdat zij zelf niet meer kunnen rekenen op een fatsoenlijke oudedagsvoorziening en er geen geld meer is voor onderwijs en kinderopvang. De ouderen weten – gezien hun grote politieke macht – alle beslissingen steeds in hun voordeel te draaien.
Niet alleen draait de economie slechter, maar er ontstaan ook grotere sociale problemen. Door bezuinigingen op de onderwijsuitgaven groeit een nieuwe onderklasse van laaggeschoolde kansarmen. Ondanks alle strenge wet- en regelgeving om illegale migratie te stoppen, neemt de vraag naar illegaal zwart werk gigantisch toe door de enorme stijging van de belastingdruk. Daarnaast is het ondoenlijk om zonder officiële arbeidsmigratie in alle arbeidsmarkttekorten te voorzien; de tekorten in de zorg kunnen anders niet worden opgevangen.
Het conflict tussen de generaties is volledig losgebarsten. De jongere generaties betalen zich blauw aan alle belastingen en premies. Maar zij zijn niet opgewassen tegen het enorme electorale belang van de ouderen. Nederland is in een gerontocratie veranderd: een democratie waarin de ouderen altijd de meerderheid van stemmen hebben.
De jongeren hebben zich jarenlang in volstrekte desinteresse afwezig gehouden in het politieke debat. Om Hirschman aan te halen: ze hebben gekozen voor exit, in plaats van voice: ze zijn weggelopen in plaats van hun stem te laten horen. Toen alle beslissingen in hun nadeel werden genomen hoorde en zag je nergens jongeren, behalve een enkeling: een oplettende groep ambtenaren, een nooit echt tot opbloei gekomen Alternatief Voor Vakbond, of een enkele economiehoogleraar, die de bui zag hangen.
In 2050 is kortom, de solidariteit tussen generaties opgeblazen in de collectieve voorzieningen. Kinderen van rijke babyboomers ontvingen nog grote erfenissen en huizen. Maar de overgrote meerderheid van die generatie heeft geen erfenis en moet weer voor ouders zorgen omdat de publieke zorgvoorzieningen te karig zijn geworden. Vrouwen gaan dan weer terug naar het aanrecht om te zorgen, niet alleen voor eigen kinderen, maar ook voor ouders. En arme kinderen kunnen niet meer studeren, omdat te weinig geld beschikbaar is gesteld voor het onderwijs. Het conflict tussen de generaties krijgt dan een hele wrange nasmaak; juist de arme ouderen en arme jongeren worden de dupe.
Dit is maar een scenario. Het is niet de waarheid. Maar het scenario kan wel werkelijkheid worden. Door een generatieconflict zal uiteindelijk iedereen slechter af zijn. Door de gigantische publieke herverdeling van middelen, zal heel veel geld terecht komen bij ouderen die dat gezien hun pensioeninkomen, hun vermogen in hun huis en hun spaargeld die overheidssteun niet per se nodig hebben. Ouderen hebben decennialang hun verworven rechten met hand en tand verdedigd vaak uit angst proberen te behouden wat ze hadden. En vaak met een misplaatst beroep op de eigen verantwoordelijkheid en solidariteit.
Maar die eigen verantwoordelijkheid gold alleen voor de jongeren, die moesten meer voor zichzelf zorgen, opdat ouderen langer en beter door de staat konden worden verzorgd. Ook al konden vele ouderen vaak nog best wat langer doorwerken, al dan niet part-time en tegen een wat lager salaris. Die solidariteit was volstrekt eenzijdig: jong moest solidair met oud zijn, niet omgekeerd. Maar solidariteit vereist wederkerigheid en aan die wederkerigheid heeft het vaak ontbroken.
Voorzieningen voor zorg en pensioen zijn bedoeld om mensen een waardige oude dag zonder armoede en gezondheidsproblemen te geven. Die voorzieningen zijn niet bedoeld als een verworven recht om soms bijna een derde van het leven op kosten van de samenleving te worden verzorgd. Eigen verantwoordelijkheid en wederkerigheid betekenen dat iedereen, jong én oud, die nog een bijdrage kan leveren aan de instandhouding van onze voorzieningen dat ook moet doen om te voorkomen dat de ouderen die dat niet meer kunnen aan hun lot worden overgelaten. De les van het donkere scenario is dat er geen vrijheid is zonder verantwoordelijkheid. En er bestaat ook geen solidariteit zonder wederkerigheid.
Als je jong bent en niet progressief bent geweest, dan heb je geen hart gehad. En als je oud bent en niet conservatief bent geworden, dan heb je geen verstand gehad. Zo gaat de zegswijze. Maar als dit zou kloppen, dan kan ook zo maar het donkere scenario bewaarheid worden. Het zou goed zijn als jongeren wat meer verstand krijgen; ophouden naïef te geloven dat alles vanzelf goed komt. Ophouden met zich af te wenden van de publieke zaak. En het zou goed zijn als ouderen weer wat meer hart krijgen; om in te zien dat de angst voor aantasting van verworven rechten een generatieconflict kan veroorzaken. En daar is uiteindelijk niemand bij gebaat.
Verantwoording
De demografische cijfers kunnen worden gevonden bij het CBS op www.statline.nl.
Cijfers voor diverse uitgavencategorieën kunnen worden teruggevonden in de CPB-studie Vergrijzing Verdeeld.
Van de zorguitgaven heb ik een extrapolatie gemaakt op basis van de groei van het uitgavenaandeel van 6% in 2000 naar 10,2% in 2011. (Het CPB neemt aan dat de zorguitgaven – afgezien van demografie – net zo hard groeien als de economie, waardoor de zorguitgaven in haar basisprojectie op zo’n 14 procent uitkomt. Dit is volstrekt onrealistisch en niet in lijn met de feitelijke groei van de zorguitgaven, die al jaren tweemaal zo hoog is als de economische groei.)
Ik heb eerder een vergelijkbaar scenario van een vergrijzingsconflict geschreven: Jacobs, Bas (2006), “De Politieke Economie van de Vergrijzing en het Conflict tussen de Generaties“, in: Dolf van den Brink en Frank Heemskerk (eds) (2006), De Vergrijzing Leeft, Amsterdam: Bert Bakker, 13-46.
De top drie van meeste riante pensioensystemen in de OESO (1. Griekenland, 2. IJsland, 3. Nederland) komt uit OECD (2011), Pensions at a Glance, Parijs: OECD. Verder heb ik hier eerder over het pensioenakkoord geschreven.
PSI = 0, da’s logisch
We horen al een tijdje niets meer over de bijdrage van de private sector aan de oplossing van de schuldencrisis. Het Nederlandse parlement hamerde nog zo op het laten meebetalen van de banken aan de Griekse schuldencrisis. Jan-Kees de Jager en Angela Merkel stonden erop dat er private sector involvement (PSI) zou komen.
Bij het EU-plan van 21 juli ging het helemaal mis. Rutte en De Jager kwamen vrolijk aan de kamer vertellen dat er een forse private bijdrage voor oplossing voor de Griekse schuldencrisis zou komen. Ze vergisten zich in de sommetjes een miljard of 50, en daar viel iedereen over. Niemand heeft kennelijk in de gaten gehad dat de private sector bijdrage feitelijk nul is.
Reden? Financiële partijen doen alleen vrijwillig mee als ze er iets aan verdienen. En aangezien de banken alleen vrijwillig meedoen, krijgen ze in ruil voor hun deelname zoethoudertjes die het voordeel van de lagere schuld voor de Grieken volledig neutraliseert. Zo konden Rutte en de Jager voor de Bühne pronken met een hogere private bijdrage, zonder dat die er feitelijk was.
Sweder van Wijnbergen legt in NRC uit:
Commerciële partijen doen alleen maar vrijwillig mee als er iets aan te verdienen valt en dat is helaas onverenigbaar met lasten delen want dat betekent inleveren, helemaal niet verdienen. Maar Brussel is in de val gelopen en is met een deal gekomen die officieel de private partijen erbij betrekt maar op voorwaarden die absurd aantrekkelijk zijn. Voor obligaties waar de markt slechts 50 procent van de nominale waarde voor geeft, wordt 80 procent aangeboden met volledige garanties. Dat is meteen al 60 procent winst. Daar komt nog eens 2 tot 3 procent opslag bij als ze 20 jaar looptijd bieden, oftewel nog eens zo’n 50 procent extra. Dus kopen voor 50 cent, en inruilen voor iets dat meteen 130 waard is. En dat noemen ze burdensharing?
Nouriel Roubini schrijft over de zogenaamde private bijdrage van de banken:
The recent debt exchange deal Europe offered Greece was a rip-off, providing much less debt relief than the country needed. If you pick apart the figures, and take into account the large sweeteners the plan gave to creditors, the true debt relief is actually close to zero. The country’s best current option would to reject this agreement and, under threat of default, renegotiate a better one.
Hier staat in gewone taal dat de zogenaamde private bijdrage aan Griekse schuldverlichting nul is.
Afgelopen week sloeg oud DNB-directeur Hoogduin nogal wild om zich heen. Door van private partijen een bijdrage te vragen, is volgens hem de vlam in de pan geslagen in de Eurozone, met alle problemen van dien, tot het omvallen van Dexia toe. Als dit zou kloppen, dan moet Hoogduin maar eens uitleggen hoe het kan dat, als private partijen feitelijk niets hoeven te betalen (en de Grieken dus geen enkele feitelijke schuldverlichting krijgen), toch grote problemen ontstaan bij de Eurobanken?
Het was en is een uitstekend idee om de banken te laten bloeden voor de excessieve risico’s die ze hebben genomen door een deel van de Griekse schulden af te stempelen. Dat kan echter alleen goed gaan als de overheid tegelijkertijd omvallende banken zal redden met publiek geld, onder de voorwaarde dat verliezen op obligaties worden genomen. Belastingbetalers hebben dan niet alleen het neerwaartse risico, maar ook het opwaartse. Bankieren moet worden gered, niet bankiers.
De gedachte dat private partijen op vrijwillige basis geld in een gat zwart storten, is te naïef voor woorden. De Nederlandse volksvertegenwoordiging heeft zich of met een kluitje in het riet laten sturen of doelbewust meegedaan met de poppenkast van de regering om haar populistische behoeften te bevredigen.
Jan-Kees de Jager had eerder al volkomen gelijk; zonder dwang krijg je geen private bijdrage. En Johan Cruijff zou zeggen: da’s logisch.
Merkozy’s uitstelgedrag onverdraaglijk
Vandaag opent de Volkskrant dat Merkozy aan het einde van de maand een algehele oplossing hebben voor de Eurocrisis. Waarom blijven onze politici vooral roepen dat ze de crisis oplossen, maar doen ze intussen niets? Het kan niet anders of iedereen wordt hier nog nerveuzer van. Achter dit uitstelgedrag zit een politieke onwil om
1. de kosten van de schuldencrisis te aanvaarden en
2. die kosten te verdelen tussen de Eurolanden.
Sommige landen en banken zijn failliet. Dat gaat publiek geld kosten. Die boodschap willen de politici niet aan hun kiezers vertellen. Op schulden van Griekenland, waarschijnlijk Portugal en misschien ook Ierland moet worden afgeschreven. Grote banken in de Eurozone kunnen die afschrijvingen niet hebben, vooral in de betreffende landen zelf, maar ook in bijvoorbeeld Frankrijk en in Duitsland. De banken moeten worden geherkapitaliseerd om te voorkomen dat ze omvallen. Ook dat gaat publiek geld kosten. Wederom vervelende boodschap van de politici aan hun kiezers.
Maar zelfs als de politici de waarheid onder ogen gaan zien, dan nog is het probleem niet over. Duitsland (met Nederland in haar kielzog) is als de dood dat het opdraait voor de problemen in de rest van Europa. Die angst is voor een deel paranoia. Ook Duitsland heeft banken die omvallen bij een Grieks bankroet.
Maar oplossing van de Eurocrisis vereist dat de sterke landen, dus Noord Europa, meer inleveren dan de zwakke, lees Zuid Europa. Hoewel vervelend voor die landen, Noord Europa is dan nog altijd beter af dan met een implosie van de Euro. Het is beter om op iedere Euro nog 50 cent terug te krijgen dan helemaal niets.
Noord Europa weet dit, Zuid Europa ook. Noord Europa wil terecht voorkomen dat Zuid Europa veel te weinig doet om uit de problemen te komen. En dat dreigt te gebeuren. Zuid Europese regeringsleiders als Berlusconi, maar ook de Grieken, doen te weinig om hun economie structureel te hervormen in de verwachting dat het schip met geld uit Noord Europa binnen vaart.
Zolang onze Europese leiders blijven ontkennen dat de crisis geld gaat kosten, en zoveel mogelijk problemen in de schoenen van andere landen proberen te schuiven, komt er geen oplossing voor de Eurocrisis, worden de kosten van mogelijke oplossingen alleen maar groter, neemt de marktpaniek alleen maar verder toe en wordt het politieke draagvlak voor oplossingen alleen maar kleiner. Laten Merkozy stoppen met treuzelen. Het is onverdraaglijk aan het worden.

