Archive for mei 2010
Hogere toptarieven economisch onzinnig
De PvdA, SP en GroenLinks stellen allemaal voor om de hoogste tarieven in de inkomstenbelasting te verhogen. De PvdA en GroenLinks willen een tarief van zestig procent voor inkomens boven 150.000 euro. De SP wil het huidige 52-procentstarief verhogen naar 55 procent en voor inkomens boven 150.000 euro een apart belastingtarief van 65 procent. Het lijkt wel links, maar het is het niet.
Door een hoger toptarief hebben individuen minder prikkels om arbeid aan te bieden, carrière te maken, te participeren en te investeren in menselijk kapitaal. Bovendien wordt migratie, belastingontwijking of ontduiking aantrekkelijker. Bedrijven kunnen ook de pensioenopbouw van werknemers aanpassen om loon uit te keren als lager belast pensioeninkomen. Daarnaast wordt het aantrekkelijker om een BV op te richten om de hogere tarieven in de inkomstenbelasting te ontwijken. Door al deze gedragsreacties krimpt de belastinggrondslag.
Hoe hoger het tarief, hoe kleiner de belastinggrondslag wordt. Uiteindelijk levert een hoger tarief helemaal geen extra belastinginkomsten meer op omdat de grondslag teveel krimpt. Het opbrengstmaximaliserende tarief is dat belastingtarief waarbij de hoogste belastingopbrengst wordt gerealiseerd.
Samen met Floris Zoutman heb ik de opbrengstmaximaliserende toptarieven voor Nederland uitgerekend. Zie hier voor het hele artikel dat dit weekend in Economisch Statistische Berichten verscheen. Maximale belastingopbrengsten in de topschijf zijn maatschappelijk optimaal als het doel van de overheid is de belastingen voor de laagste inkomens zo laag mogelijk te houden.
De opbrengstmaximaliserende toptarieven liggen volgens onze berekeningen met 48 procent lager dan het huidige toptarief. Een hoger toptarief dan 52 procent leidt tot lagere belastingopbrengsten en niet tot hogere belastingopbrengsten.
Het CPB maakt volgens ons daarom een ramingsfout in de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s. Ten onrechte worden bij de SP 400 mln en bij GroenLinks en PvdA 250 mln extra belastingopbrengst door de hogere toptarieven in de boeken geschreven.
Het is economisch bezien onzinnig en zeker niet links om hogere toptarieven te bepleiten. Als de belastingopbrengsten dalen dan moet de belastingdruk op de lagere en middengroepen stijgen of zal bezuinigd moeten worden op de publieke uitgaven. Beide zullen linkse partijen niet graag voor hun rekening nemen.
Als linkse partijen de belastingdruk eerlijker willen verdelen – een legitiem maatschappelijk doel – dan is het beter om de belastingen voor de laagst betaalden verlagen (via bijvoorbeeld lagere tarieven in de laagste schijven of een (inkomensafhankelijke) heffings- of arbeidskorting). In dat geval betalen niet de topinkomens, maar de hogere middeninkomens (tot aan ongeveer 50.000 euro bruto) meer belasting.
Een alternatief is om de belastingen op huizen, pensioenen, vermogen en erfenissen te verhogen. Dat is waarschijnlijk het meest effectief om de hoogste inkomens meer belasting te laten betalen.
Snoeihard beleid VVD raakt de lage en middeninkomens het meest
Er bestaat nu al een paar dagen commotie naar aanleiding van de Netwerk-uitzending over de inkomenseffecten van het VVD-programma. Die uitzending was bepaald smakeloos en gericht op het politiek besmeuren van Mark Rutte. Je kreeg toch sterk de indruk dat de EO liever wil dat het CDA en niet de VVD de grootste wordt. Publieke omroepen horen naar mijn opvatting niet – op kosten van belastingbetaler – zelf een rol te spelen in de verkiezingsstrijd.
Wel moeten omroepen kristalhelder de verschillen tussen de partijen over het voetlicht brengen. Het is daarom uitstekend dat de EO de inkomenseffecten van het VVD-programma wilde agenderen. De VVD voert een harde saneringsagenda door in de sociale zekerheid en gezondheidszorg. En hoe hard de VVD ook roept dat de laagste inkomens worden ontzien, ze kan dat niet waarmaken.
Netwerk heeft Alex Klein van Nyenrode University gevraagd de inkomenseffecten van het VVD verkiezingsprogramma na te rekenen. Mark Rutte was furieus toen de cijfers naar buiten kwamen. De VVD kwam direct in actie en rekende de sommen van Klein na. Zie de reactie op haar website. En inderdaad gaat Klein behoorlijk de mist in bij zijn berekeningen. Drie voorbeelden (zie VVD-reactie voor meer voorbeelden):
- De stijging van de huur wordt bij de VVD voor de 30-procent laagste inkomens gecompenseerd via de hogere huurtoeslag. Klein had dit niet meegerekend. Overigens betekent dit dat de middengroepen die huren nog steeds met grote huurstijgingen worden geconfronteerd (die kunnen oplopen tot 60 procent in 2040).
- De daling van de zorgpremies – door het hogere eigen risico – was niet meegenomen in de berekening. De stijging van de zorgkosten valt daarom ongeveer 50 euro per persoon per jaar lager uit.
- De bijstandsuitkering gaat met zo’n 10 procent omlaag. Dat komt omdat de VVD de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting uit het referentieminimumloon haalt. Zie ook p.47 van het rapport van de heroverwegingscommissie over de arbeidsmarkt. Daar staat tegenover dat ook de inkomstenbelasting omlaag gaat. Volgens de VVD leidt dit uiteindelijk tot een inkomensdaling van 8,5 procent. Dat scheelt zo’n 500 euro per jaar. Ook hier had Klein geen rekening mee gehouden.
De VVD was daarom terecht boos. Maar helaas vergeet ook de VVD in haar eigen reactie een aantal zaken te noemen, waardoor de VVD de koopkrachteffecten van haar programma mooier voorstelt dan ze zijn. Ook Klein heeft hier geen aandacht aan besteed:
- De VVD bevriest de zorgtoeslag. De stijging van de zorgpremie – hoewel die minder hard stijgt bij de VVD door lagere groei van de zorguitgaven – wordt daarom niet volledig gecompenseerd voor de lage inkomens met een hogere zorgtoeslag. Volgend jaar zal dit effect niet zo groot zijn, maar in de loop der tijd wordt het effect van de bevriezing van de zorgtoeslag zichtbaar. Stel dat de zorguitgaven (en dus de premies) met 1,75 procent per jaar groeien, zoals het CPB raamt bij de VVD. Bij een huidige zorgpremie van circa 1125 euro is de zorgpremie over een periode van 5 jaar gelijk aan 1227 euro. Het verschil in zorgpremie, zo’n 100 euro over vijf jaar, wordt niet gecompenseerd met een hogere zorgtoeslag. Daarnaast zorgt bevriezing dat de inflatie langzaam de waarde van de zorgtoeslag wegeet. Bij 2 procent inflatie per jaar, is de koopkracht van de zorgtoeslag na 5 jaar met zo’n 10 procent gedaald. Afhankelijk van de huishoudsamenstelling (hoeveel zorgtoeslagontvangers) en de snelheid waarmee de zorgpremies stijgen kan het om honderden euro’s per jaar gaan.
- Daarnaast ontkoppelt de VVD de uitkeringen van de loonontwikkeling en koppelt de uitkeringen (behalve AOW) aan de prijzen. De uitkeringen delen daarom niet langer mee in de algehele welvaartsstijging zoals momenteel gebruikelijk is. Ieder jaar loopt een uitkeringsgerechtigde zo’n één procent welvaartsgroei mis. Na 5 jaar is dat dus 5 procent minder inkomen ten opzichte van de situatie dat de uitkeringen gekoppeld zijn aan de lonen. De uitkeringen behouden natuurlijk wel hun koopkracht doordat ze worden gekoppeld aan de prijzen.
Bij de VVD kan een bijstandsgerechtigde makkelijk 10 procent van zijn netto inkomen (in absolute termen) in 2015 verliezen door de lagere uitkeringen en de bevriezing van de zorgtoeslag. En dan hebben we het niet over de relatieve achteruitgang door de ontkoppeling. De VVD reserveert 250 mln euro om bijstandsgerechtigden daarbij te ontzien, maar dit zal een doekje voor het bloeden zijn gezien de andere maatregelen die worden genomen (lagere uitkeringen: 700 mln, bevriezing zorgtoeslag is onbekend, ontkoppeling: 800 mln).
Maar niet alleen de bijstandsgerechtigden zullen te maken hebben met de denivellerende agenda van de VVD. De grootste bezuinigingsposten bij de VVD zijn de zorg (3,3 mrd) en de sociale zekerheid (10,7 mrd). Daarnaast verlaagt de VVD de belastingen, waar de hoge inkomens het meest profijt van hebben (5,1 mrd).
De kosten voor wonen en zorg worden gescheiden in de AWBZ. De woonkosten in zorginstellingen moeten individuen voortaan zelf betalen, waardoor de eigen bijdragen met 1,3 miljard stijgen. Dit is een groot bedrag en wordt volgens het CPB niet elders gecompenseerd (denk dan aan bijvoorbeeld de huurtoeslag). Hogere eigen bijdragen voor woonkosten in de zorg zullen op de minder welvarenden het zwaarste drukken.
Het eigen risico neemt toe naar 300 euro. Bovendien is bij de VVD de huisarts niet langer uitgezonderd van het eigen risico. De laagste inkomens zullen hierdoor relatief het meest worden geraakt aangezien het eigen risico niet inkomensafhankelijk is.
Het zorgpakket wordt bij de VVD het meeste verkleind van alle partijen: dbc’s met een lage ziektelast zitten niet langer in het basispakket, net als hulpmiddelen bij een lage ziektelast en delen van de paramedische- en ggz-zorg. Verder worden maagzuurremmers, cholesterolverlagers, anticonceptiemiddelen, gebitten en de tandarts voor 18-21 jarigen niet langer vergoed. Alle huishoudens moeten deze pakketverkleining zelf opvangen. De laagste inkomens hebben net als bij het eigen risico het meest last van de pakketverkleiningen.
De VVD wil de gratis schoolboeken afschaffen zonder dat hier compensatie voor terugkomt via de wet tegemoetkoming studiekosten. Ook hier hebben de laagste inkomens het meeste last van. Voordat de gratis schoolboeken werden ingevoerd werden de lage inkomens gecompenseerd voor de kosten van studieboeken via de wet tegemoetkoming studiekosten.
De VVD verlaagt de lasten over de hele linie met zo’n 5 mrd euro. De tarieven gaan voor iedereen omlaag met 1 procent. Dit zal het relatieve koopkrachtbeeld niet heel erg verstoren; iedereen zal relatief evenveel aan lastenverlaging krijgen.
Daarnaast gaat de arbeidskorting omhoog en wordt de inkomensafhankelijke arbeidskorting afgeschaft. Door die twee maatregelen wordt het belastingstelsel minder progressief. Ten eerste neemt door de hogere arbeidskorting het inkomensverschil tussen werkenden en uitkeringsgerechtigden (verder) toe; alleen werkenden krijgen de arbeidskorting. Daarnaast wordt de belastingdruk voor arme werkenden verhoogd ten opzichte van de belastingdruk voor rijke werkenden. Immers, de lagere inkomensgroepen hebben niet langer een groter voordeel van de arbeidskorting dan de hoge inkomensgroepen.
Door de afschaffing van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting (‘aanrechtsubsidie’) neemt het inkomensverschil tussen eenverdieners en tweeverdieners toe.
De VVD wil de hogere bijtelling van het eigen woningforfait voor huizen boven 1 miljoen euro terugdraaien. Hiervan profiteren alleen mensen met een huis van meer dan 1 miljoen euro.
De VVD wil de gestage fiscalisering van de AOW-premies, de bosbelasting, terugdraaien. Daarvan profiteren met name de welvarende ouderen, aangezien de arme ouderen werden ontzien bij deze maatregel door de ouderenkorting en de netto-netto koppeling.
Ook wil de VVD de erfenisbelasting halveren. 90 procent van de erfenissen wordt nagelaten door de 30 procent rijkste huishoudens, zie de CBS-cijfers in mijn essay voor de Studiecommissie Belastingstelsel. Voornamelijk de zeer welvarenden profiteren dus.
De VVD wil een paar maatregelen nemen die de hoge inkomens wel raken: afschaffing levensloopregeling en beperking van de fiscaal ondersteunde ruimte om pensioen op te bouwen. Daarnaast wil ze een vermogenstoets invoeren bij de huur- en zorgtoeslag.
De inkomensverschillen tussen uitkering en werk, tussen een- en tweeverdieners, tussen lage en hoge inkomensgroepen nemen toe. Door deze sterke denivellering weet de VVD zeer goede cijfers te scoren voor de arbeidsmarkteffecten omdat de arbeidsparticipatie zal toenemen, evenals het aantal gewerkte uren. Maar daar moet wel een prijs voor worden betaald in termen van een ongelijkere inkomensverdeling.
De VVD doet een paar voorstellen waar ik het mee eens ben en vele waarmee ik het oneens ben. Maar daar gaat het mij niet om. Iedereen die beweert 28 miljard om te buigen op de publieke sector, zonder dat daarbij de koopkracht wordt aangetast, verkoopt knollen voor citroenen. De VVD wil een snoeiharde bezuinigingsoperatie doorvoeren, met name in de sociale zekerheid en de zorg. De VVD moet ruiterlijk erkennen dat de laagste en middeninkomensgroepen het meeste moeten bloeden en dat de hoogste inkomens het meest profiteren van de voorgestelde belastingmaatregelen. Het is niet chic als ze door een wesp gestoken reageert als dit aan de kaak wordt gesteld.
De kiezer mag via zijn stem bepalen of de VVD-voorstellen acceptabel zijn.
Alle cijfers in dit stuk komen uit de CPB-doorrekening van het VVD programma.
Breekpunt hypotheekrenteaftrek CDA lege huls
In het fantastische lijsttrekkersdebat gisteravond heeft Balkenende zijn eigen breekpunt over de hypotheekrenteaftrek om zeep geholpen. Niemand lijkt het nog in de gaten te hebben, maar in een een-tweetje met Mariëlle Tweebeeke (zie filmpje) gaf Balkenende ronduit toe dat het eigenwoningforfait best verhoogd mag worden om zo de hoge inkomens meer belasting te laten betalen.
Misschien was Balkenende erg gecharmeerd van Tweebeeke of misschien dacht hij slim te zijn. Maar onbedoeld heeft Balkenende de angel gehaald uit zijn breekpunt over de hypotheekrenteaftrek.
Hoe zit dit? Fiscaal-technisch wordt het eigen huis beschouwd als een vorm van inkomen. De kosten ter verwerving van dat inkomen – de hypotheekrente – zijn aftrekbaar. Tegelijkertijd is het inkomen uit het eigen huis belast. Dit is voor de meeste huisbezitters inkomen in natura; zij hoeven geen huur te betalen omdat zij in hun eigen huis wonen. Vandaar dat de fiscus een fictieve huuropbrengst optelt bij het belastbare inkomen. Dat is maximaal 0,6 procent van de WOZ-waarde van het eigen huis.
Zolang de renteaftrek hoger is dan de bijtelling van het eigenwoningforfait hebben mensen een fiscaal voordeel. Stel iemand heeft een huis van 300.000 euro volledig gefinancierd met een hypotheekschuld van 300.000 euro. De hypotheekrente is 5 procent. De aftrek is dan 5 procent van 300.000 = 15.000 euro per jaar, terwijl de bijtelling bij het inkomen 0,55 procent van 300.000 euro = 1.650 euro per jaar. 13.350 euro mag dan worden afgetrokken van de belastingen. Afhankelijk van het belastingtarief kan het netto fiscale voordeel oplopen ruim 6900 euro bij een belastingtarief van 52 procent.
Mensen kunnen nooit nadeel hebben van de bijtelling. Zolang de betaalde rente hoger is dan de bijtelling kunnen ze fiscaal voordeel incasseren. Maar zodra de betaalde rente kleiner wordt dan de bijtelling hoeven ze netto niets te betalen (Wet Hillen). Mensen die hun huis hebben afgelost en dus geen rente meer aftrekken, hebben dus ook geen bijtelling meer bij het inkomen.
Balkenende zegt dat hij niet wil tornen aan de renteaftrek, maar dat veranderingen in het eigenwoningforfait wél bespreekbaar zijn.
Stel nu dat we in het voorbeeld het eigenwoningforfait ophogen van 0,55 procent naar 5 procent. Dan kan 15.000 euro rente worden afgetrokken, maar de bijtelling bij het inkomen wordt dan ook 5 procent van 300.000 = 15.000 euro. Het netto fiscale voordeel is dan nihil.
Met andere woorden, we kunnen de hele fiscale subsidie op het eigen huis ook via de achterdeur weghalen door het eigenwoningforfait te verhogen, zonder dat we aan de hypotheekrenteaftrek komen!
De overheid derft momenteel zo’n 12 mrd aan belastinginkomsten uit de renteaftrek. Tegelijkertijd heeft ze 2 mrd aan inkomsten uit het eigen woningforfait. Als we nu het eigen woningforfait met een factor 6 ophogen naar 3,3 procent van de WOZ-waarde, dan krijgen we dus 12 mrd belastingopbrengst uit het eigenwoningforfait, waarmee het fiscale voordeel van de renteaftrek kan worden weggenomen. (Overigens is dit zonder veranderingen in huizenprijzen of aantallen woningen.)
Het breekpunt van Balkenende over de hypotheekrenteaftrek is daarom een lege huls als hij niet tegelijkertijd verhogingen van het eigenwoningforfait ook tot breekpunt maakt. En dat heeft hij gisteravond uitgesloten. Het is lood om oud ijzer of huiseigenaren minder renteaftrek of meer bijtelling hebben. Huiseigenaren kunnen dus niet gerust zijn dat er niets met de netto fiscale subsidie op hun huis gebeurt.
Rutte had helemaal gelijk met de misplaatste stoerheid van het CDA. Het CDA kan stiekem de subsidies op het eigen huis verlagen door het eigenwoningforfait te verhogen. Best verstandig overigens, maar dat terzijde. Het zal daarom de komende dagen wel prijsschieten worden voor zowel VVD als de linkse partijen.
Ps. Een technische uitwijding: eigenlijk zou je het eigenwoningforfait moeten ophogen naar het gemiddelde rentepercentage van de hypotheekrente om ook het gespaarde geld in het eigen huis te belasten. Dat is nu met 0,55 procent bijtelling vrijwel onbelast. Maar als je dat doet, en je houdt het eigen huis in Box-1, maak je sparen in het eigen huis minder aantrekkelijk dan geld op een spaarrekening zetten of beleggen. Dat wordt namelijk tegen een lager percentage belast in Box-3. Om ongewenste gedragseffecten te voorkomen zou het eigen huis daarom op termijn naar Box-3 moeten worden overgeheveld. Dan is de rente aftrekbaar tegen 30 procent en wordt de bijtelling voor het eigen huis zo’n 5,7 procent. Zie een eerdere blog.
Eerste lijsttrekkersdebat: waarom?
Ik werd niet vrolijk van het eerste lijsttrekkersdebat gisteravond. Het kernprobleem is dat onze politieke leiders wel plannen hebben, maar niet kunnen uitleggen waarom ze die plannen hebben.
Geen van de politieke leiders wist met een heldere master narrative duidelijk te maken waar zijn partij voor staat. Dit is een (optimistisch) verhaal dat de essentie van een politieke partij moet zien duidelijk te maken aan de kiezers. Bij ieder standpunt dat een politicus inneemt moet hij kunnen uitleggen in kernachtige bewoordingen waarom hij/zij juist dit standpunt inneemt. Ik doe hier een – ongetwijfeld matige – poging voor PvdA, PVV, VVD en CDA.
De PvdA staat voor solidariteit, rechtsvaardigheid en wederkerigheid. De PvdA moet het verhaal vertellen dat zij diegenen wil beschermen die niet kunnen meekomen (solidariteit). Dat zijn diegenen die buiten hun schuld om de pech hebben ziek of werkloos te worden, maar ook diegenen die zich niet veilig op straat voelen en niet kunnen meekomen vanwege bijvoorbeeld een handicap. Maar om voor de zwakkeren te kunnen zorgen, moet iedereen die een maatschappelijke bijdrage kan leveren dat ook doen. En dat diegenen die dat niet willen worden aangepakt (wederkerigheid). Wederkerigheid geldt niet alleen voor de sociale zekerheid, maar ook bij veiligheid. Dus om echt solidair te kunnen zijn moet de PvdA streng durven zijn. De PvdA staat ook voor rechtvaardigheid: dat iedereen voor de wet gelijk is, ongeacht afkomst, ras of religie. Rechtvaardigheid komt tot uitdrukking in rechtsgelijkheid. De rechtstaat moet de minderheden immers beschermen tegen de almacht van de meerderheid.
Solidariteit, rechtvaardigheid en wederkerigheid zijn de kernwaarden waaruit bijna alle PvdA-verhalen kunnen worden opgebouwd en die moeten dan ook consequent worden herhaald. Denk bijvoorbeeld aan het inmiddels sleets geworden ‘sterk en sociaal’. Ook de hogere pensioenleeftijd komt voort uit wederkerigheid: mensen die een bijdrage kunnen leveren moeten dat doen, om te zorgen dat diegenen die dat niet meer kunnen toch op een goede oude dag kunnen blijven rekenen.
Cohen probeerde het PvdA-verhaal min of meer vorm te geven met veiligheid, de rechtstaat en de hypotheekrenteaftrek. Misschien dat hij daarom nog redelijk scoorde in de polls, maar hij wist toch niet goed over te brengen dat deze standpunten voortkomen uit dezelfde onderliggende fundamentele waarden. Het verhaal over ‘bindend leiderschap’ waar de PvdA nu op hamert komt niet aan; dat gaat uitsluitend over de bestuursstijl van Cohen. Het is niet onbelangrijk, maar helpt niet om goed uit te leggen waar de PvdA voor staat.
Saillant is dat PVV feitelijk voor een belangrijk deel dezelfde waarden – solidariteit en wederkerigheid – tot uitgangspunt van haar programma maakt. De PvdA is daarom de natuurlijke vijand van de PVV en daarom kiest Wilders Cohen als kop van jut. De PVV ziet net als de PvdA de staat als ultieme middel om solidariteit vorm te geven. En de PVV wil diegenen die hieraan geen bijdrage leveren hard aanpakken. Alleen maakt de PVV de kachel aan met het gelijkheidsbeginsel. De PVV wil de solidariteit begrenzen tot autochtonen onderling. Allochtonen – met name van islamitische oorsprong – zoeken het maar uit en worden uitgesloten van collectieve solidariteit. Wilders wil – geheel op zijn SP’s – vrijwel niets veranderen aan de arbeidsmarkt, de zorg en de pensioenleeftijd. De PVV is daarom in letterlijke zin zowel nationalistisch als socialistisch.
De VVD staat voor individuele vrijheid, eigen verantwoordelijkheid en rechtsbescherming van het individu. De VVD moet een optimistisch verhaal houden dat individuen het beste tot bloei komen bij grote individuele vrijheid en een kleine staat. De inbreuken op de individuele vrijheid (door bijvoorbeeld belastingheffing) zijn alleen te verteren om te voorkomen dat individuen elkaar schade berokkenen (criminaliteit, files) en om de veiligheid te garanderen dat al die individuen op een vreedzame manier kunnen handelen en samenleven. De rechtstaat is bij de VVD essentieel voor het waarborgen van de veiligheid en om het particuliere eigendom te beschermen. De VVD staat sceptisch ten opzichte van de staat, niet alleen omdat dit vaak de individuele verantwoordelijkheid ondermijnt (sociale zekerheid), maar ook omdat de staat beslag legt op de opbrengsten van individuele inspanningen om bijvoorbeeld hard te werken en te ondernemen. Individuen horen in deze visie hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. De staat is er niet voor diegenen die niet willen voorzien in hun inkomen.
Vrijheid, verantwoordelijkheid en veiligheid zijn daarom de kernbegrippen waarmee bijna alle VVD-verhalen te vertellen zijn. Bijvoorbeeld het op orde brengen van de overheidsfinanciën is geen doel op zich, maar voorkomt dat de overheid via een almaar stijgende belastingdruk een steeds groter deel van de private opbrengsten van werk en ondernemerschap moet gaan afromen. Ook de hervormingen in de sociale zekerheid en de zorg kunnen onder deze noemer worden gebracht. Individuen horen immers meer hun eigen verantwoordelijkheid te nemen.
Rutte wist in het hele debat dit VVD-verhaal redelijk goed over te brengen. Rutte’s verkiezingsthema’s zijn het op orde brengen van de overheidsfinanciën en de economie. Het zijn goed gekozen thema’s die op dieper niveau aansluiten bij wat VVD-kiezers willen. Dit zal hebben bijgedragen aan de overwinning van Rutte in het debat.
Het CDA staat voor gemeenschapszin, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap. Het CDA ziet de samenleving niet als een optelsom van individuen maar als een organisch geheel van gemeenschappen die sterk op lokaal niveau zijn georganiseerd. Het CDA heeft een groot vertrouwen in het ‘maatschappelijk middenveld’ (organisaties voor liefdadigheid, kerken, verenigingen, polderinstituties) en families (in ruime zin) voor onderlinge zorg, het delen van risico’s in het leven en voor de voortbrenging van publieke goederen. De staat moet zich terughoudend opstellen. Niet om individuen meer vrijheid te geven, maar om de onderlinge verbanden in die lokale gemeenschappen niet te verstoren. Vandaar dat het CDA verantwoordelijkheden wil spreiden over verschillende lagen in de samenleving. Zaken moeten het liefst op zo decentraal mogelijk niveau worden geregeld. Onder verwijzing naar het geloof, wil het CDA dat gemeenschappen het opportunisme van (‘zondige’) individuen in rechte banen leiden en wil niet dat wangedrag van individuen door de staat (PvdA) of de markt (VVD) moet worden afgestraft. Denk ook aan het normen en waardendebat. Het vaak genoemde rentmeesterschap bestaat eruit dat de staat de voorwaarden moet scheppen dat al die gemeenschappen ongestoord kunnen blijven voortbestaan.
Hoewel het CDA verkiezingsprogramma een vage brei is van standpunten, kunnen de meeste standpunten worden herleid op de kernwaarden van gemeenschapszin, gespreide verantwoordelijkheid en rentmeesterschap. Denk bijvoorbeeld aan het decentraliseren van zorg en sociale zekerheid aan de gemeenten. Maar denk ook aan de sanering van de overheidsfinanciën.
Helaas kregen we gister van JBP geen enkele uitleg waarom het CDA bepaalde dingen eigenlijk wil. Ook al was hij behendig in het debat, het werd maar niet concreet waar het CDA voor staat. Het zal niet hebben bijgedragen aan zijn eindscore in het debat.
Je wilt als kiezer niet alleen horen wat een partij wil. Je wilt vooral horen waarom een partij dat wil. Het is teleurstellend dat je als kiezer nog steeds geen goed beeld kunt vormen welke waarden bij welke partij horen. Hun politieke strategen moeten maar eens in de denktank hoe ze de boodschappen van hun partij op een duidelijker manier communiceren aan het grote publiek.
Dan de vorm. Geen inhoud kan worden verteld zonder een goede vorm waarin die inhoud gegoten wordt. Het debat van gisteravond was bij tijd en wijle een puinhoop, zowel dankzij de sprekers als de debatleider. Het eerste deel zagen we vier mannen die elkaar vliegen afvangen en afkraken. Het eerste deel van het debat was dankzij Wilders zo naargeestig en negatief geladen dat je bijna geneigd was de televisie uit te zetten. In het tweede deel hield hij meer zijn mond en verbeterde de sfeer van het debat.
Een hakkelende Cohen wilde zo graag verbinden dat hij alleen maar kon zeggen dat hij het met een ander eens was. Maar wanneer hij vervolgens zijn eigen punt wilde maken saboteerden de anderen zijn bijdrage met vileine interrupties. Cohen moet snel leren om niet eerst een alinea tekst nodig te hebben voordat hij zijn punt maakt.
Dan Wilders. Hij heeft geen enkel respect voor de andere deelnemers aan het debat. Een ander laten uitpraten? Ingaan op een vraag? De opponent met respect behandelen? Wilders schendt met zijn destructieve manier van debatteren al deze debatregels. Schofterig was zijn zogenaamde excuses aan de Marokkaanse bevolking. Als er een echte premierskandidaat tussen had gestaan, dan had die Wilders subiet tot de orde geroepen. Maar helaas, ook dat gebeurde niet.
Rutte en Balkenende waren redelijk op dreef. Maar deze rechtse kandidaten verloren zich in een onnavolgbare discussie over wie er het meest sociaal was op de zorg en de sociale zekerheid. Beide partijen hakken fors in op zowel de zorg als de sociale zekerheid en ontlopen elkaar weinig als het gaat om het ‘sociale’ gehalte daarvan. De discussies over de details van hun plannen komen niet aan bij de kiezers. Beide moeten uitleggen waarom ze bepaalde hervormingen willen. Dat werd niet duidelijk, aangezien geen van beide de verbinding wist te leggen met de waarden (of ‘beginselen’) van hun partij.
Ook pijnlijk vond ik de afwezigheid van de debatleider. Het debat vloog vaak alle kanten op en was bij vlagen onnavolgbaar voor de kijker. Soms kreeg je zelfs de indruk dat Frits Wester het debat tussen kandidaten juist graag liet ontsporen. Wester leek niet echt geïnteresseerd in het zo goed mogelijk over brengen van de inhoudelijke verschillen tussen de partijen en waarom partijen een beleidsvoorstel doen. De voortdurende nadruk op het bevragen van partijen naar breekpunten in mogelijke coalitiebesprekingen getuigt van minachting voor de kiezer en een obsessie met politieke spelletjes in plaats van politieke ideeën. Kandidaten (met name Wilders) hadden bovendien geen enkel ontzag voor zijn debatleiding. Wester had nooit moeten tolereren dat Wilders het spreken van zijn opponenten voortdurend onmogelijk maakte en dat Wilders wegliep van de debattafel.
Tot slot, het joelende publiek kon voortdurend de debatterende politici ontregelen. Dat publiek zou voortaan beter geïnstrueerd moeten worden wanneer te klappen en wanneer stil te zijn. Een politiek debat is geen volkstribunaal.
Kijk eens naar een BBC-debat bij de laatste verkiezingen en zie hoe strak dat is georganiseerd. Sprekers gehoorzamen de debatleider, hebben respect voor hun opponent en het studiopubliek gedraagt zich. Bovendien hebben de sprekers beter in de gaten waarom ze iets bepleiten.
Laten we hopen dat de volgende debatten een meer sprankelend verloop hebben. Zowel politici als debatleiders moeten hun zaakjes beter op orde hebben. Zij moeten zich beiden tot doel stellen uit te leggen aan de kiezers wat partijen willen, maar vooral ook waarom partijen dat willen.
Breekpunt hypotheekrente: CDA buiten spel en einde loopbaan Balkenende?
Het CDA bewijst na het eerste grote lijsttrekkersdebat Nederland, maar vooral zichzelf de slechtst denkbare dienst. Demissionair minister president Balkenende kondigde aan dat de hypotheekrenteaftrek van het CDA niet mag worden getornd en dat dit een breekpunt is bij de regeringsformatie. Gelukkig was Rutte zo wijs om zijn mond te houden toen Balkenende hem vroeg of de hypotheekrenteaftrek ook een breekpunt is voor de VVD.
Hiermee plaatst het CDA een bom onder hervormingen van de woningmarkt. Denkt het CDA nu echt dat andere partijen nu wel de huurmarkt willen hervormen? Met de CDA in de regering is het sluiten van een zinnig compromis op het woningmarktdossier de facto onmogelijk geworden.
Nederland moet de problemen van de crisis te boven komen en de overheidsfinanciën in het gareel krijgen. Hervormingen van de woningmarkt zijn urgent, al decennialang. Het CDA meent altijd prat te gaan op het nemen van verantwoordelijkheid voor het besturen van het land. Alleen nu even niet.
Het is een loosing strategy. Het CDA kan met dit breekpunt alleen nog maar een rechtse coalitie met de VVD vormen, aangevuld met of met gedoogsteun van de PVV. D66 zal niet nog een keer het hoofd in de strop van zo’n coalitie steken. Het CDA moet wel heel wanhopig zijn dat het een linkse coalitie uitsluit om zo de leegloop van kiezers naar de VVD te stuiten.
Bij deze zelfdestructieve campagnestrategie moet ik denken aan de campagne van 2006 waarin de PvdA de retoriek van de SP ging imiteren toen ze geen verhaal meer had. Het CDA hoopt blijkbaar mee te liften op het succes van de VVD door een soort VVD-light te zijn. Alsof de kiezers daarin zullen trappen.
Balkenende heeft misschien de ‘grote truc’ uit 2006 willen herhalen. In het radio-1 debat verweet hij toen Wouter Bos te liegen en draaien. De verkiezingen kantelden toen in het voordeel van het CDA.
Alleen heeft Balkenende nu – inderdaad in ’misplaatste stoerheid’ (Rutte) – zichzelf met het breekpunt over de hypotheekrente buiten spel gezet. Deze politiek-tactische blunder kan wel eens het einde inluiden van de politieke loopbaan van Balkenende.
Roemer (SP) en de economische werkelijkheid
Vorige week zondag was Emile Roemer, lijsttrekker van de SP, te gast bij Buitenhof. Hij ging in debat met Barbara Baarsma, hoogleraar economie en directeur van SEO Economisch Onderzoek. Fascinerend is hoe Roemer buiten de economische werkelijkheid staat:
- Een hoger minimumloon schaadt de werkgelegenheidskansen voor laagstbetaalden? ‘Een stukje bangmakerij’,
- Door de ontslagbescherming van insiders hebben de outsiders minder kans op werk? ‘Dat is ook niet waar’,
- Toptarieven van 65 procent in de inkomstenbelasting schadelijk voor de belastinggrondslag? ‘Ook bangmakerij’.
Al deze beweringen steunen op economisch onderzoek. Zie de volgende onderzoeken voor het bewijs:
- CPB (2006), Reinventing the Welfare State, Den Haag: CPB (p.81 e.v.). Neumark, David en William Wascher (2006), “Minimum Wages and Employment: Evidence from the New Minimum Wage Research”, NBER Working Paper No. 12663, Cambridge-MA, NBER.
- CPB (2009), Rethinking Retirement, Den Haag: CPB (p.139 e.v.). Deelen, Anja, Egbert Jongen en Sabine Visser (2006), “Employment Protection Legislation: Lessons from Theoretical and Empirical Studies for the Dutch Case?”, CPB Document 135, Den Haag: CPB.
- Saez, Emmanuel, Joel Slemrod, en Seth Giertz (2009), “The Elasticity of Taxable Income with Respect to Marginal Tax Rates: A Critical Review” NBER Working Paper No. 15012, May 2009, te verschijnen in Journal of Economic Literature.
Hoe kan op een economisch zinnige manier meer dan 50 miljard structureel worden vrijgespeeld?
Het op orde brengen van de overheidsfinanciën is een van de grote thema’s van de verkiezingen. Uiteindelijk moeten politici bepalen hoe ze willen bezuinigen of de belastingen willen verhogen. Economen kunnen alleen de gevolgen voor de economie en de inkomensverdeling in kaart brengen. De kiezer bepaalt vervolgens met zijn stem de keus bij de verkiezingen.
Maar welk beleid zou ik als econoom het beste vinden voor Nederland? Het gaat bij het beantwoorden van die vraag niet om mijn eigen politieke voorkeuren voor meer of minder herverdeling, voor hogere of lagere uitkeringen, meer of minder uitgaven aan onderwijs of gezondheidszorg. Natuurlijk heb ik die voorkeuren wel, maar die zijn niet interessant voor dit stukje.
Wel gaat het om de vraag: organiseert de overheid het beleid wel op de best denkbare manier om maatschappelijke doelen te realiseren? En het antwoord is nee. De overheid doet veel dingen die vanuit economisch perspectief niet te begrijpen zijn. Als we het onzinnige beleid staken, hoeveel kan dat dan opleveren? Ik heb een overzicht van mogelijke maatregelen gemaakt, zie de tabel. Alles met elkaar kan ruim 50 miljard euro worden binnengefietst. Dat is waarschijnlijk voldoende om de overheidsfinanciën tot in lengte van jaren houdbaar te maken.
Die 50 mrd bestaat voor iets minder dan de helft uit uitgavenbeperkingen en iets meer dan de helft uit lastenverzwaringen. Die grotere lastenverzwaring komt met name door het schrappen van de fiscale subsidies op eigen huis en pensioen. In een aparte spreadsheet heb ik allerlei cijfers verzameld en daar staat de bron van onderbouwing voor de cijfers. De meeste cijfers komen van het CPB. Sommige cijfers heb ik uit andere bronnen geplukt.
Voor de gezondheidszorg ontbreekt helaas gedetailleerd inzicht in de kosten van verschillende maatregelen. Ik heb me suf gezocht, maar het lukt mij niet om precieze onderbouwingen te vinden van allerhande maatregelen. De Heroverwegingsrapporten voor de gezondheidszorg (zie en zie) geven ook bar weinig inzicht. Vandaar dat ik aan maatregelen in de gezondheidszorg geen precieze getallen heb kunnen plakken. Misschien is het geen wonder dat de kosten de pan uit rijzen; blijkbaar weet niemand precies hoeveel wat in de zorg kost.
Mijn conclusie is dat het prima mogelijk is om op lange termijn de overheidsfinanciën op orde te krijgen door uitsluitend economisch zinnige maatregelen te nemen, zonder efficiëntiekortingen op de overheid, zonder generieke uitkeringsverlagingen, en zonder niet-onderbouwde bezuinigingen op de ambtenaren. Natuurlijk doen vele van die maatregelen pijn; gratis lunches bestaan niet. Bovendien kunnen vele maatregelen op bar weinig sympathie van kiezers rekenen. Iedereen zal voorstellen aantreffen die hem of haar niet zinnen. Maar met deze maatregelen kunnen we wel sterker uit de crisis komen.
Ps. ik stel zeker niet voor om 50 mrd in een regeerperiode aan bezuinigingen of lastenverzwaringen door te voeren. Ik denk dat 10 miljard tot aan 2015 voldoende is. Sommige maatregelen, zoals hervormingen van de woningmarkt en pensioenen vereisen een lange adem. Wel hoop ik dat politieke partijen zich zullen committeren aan houdbare overheidsfinanciën.
Tabel – Hoe kom je aan meer dan 50 mrd aan maatregelen?
| Uitgavenmaatregelen | |||||||
| %bbp | mrd | ||||||
| Verkorting WW-duur (tot 1,5 jaar) | 0.3 | 2 | |||||
| Minder ontslagbescherming OESO indicator van 2,3 naar 1,8 | 0.1 | 0.65 | |||||
| Stoppen ineffectieve reintegratieprogramma’s Bijstand/UWV | 0.25 | 1.5 | |||||
| Verhoging AOW-leeftijd naar 67 + koppeling aan stijging levensverwachting | 1 | 6.5 | |||||
| Invoering sociaal leenstelsel waarbij studenten 50% kosten dragen | 0.2 | 1.2 | |||||
| Stoppen subsidies uit FES-fonds | 0.25 | 1.7 | |||||
| Samenvoeging WWB, Wajong en WSW (VVD plan) | 0.2 | 1.25 | |||||
| Scheiding wonen en zorg AWBZ (CDA-plan 2006) | 0.2 | 1.25 | |||||
| Beperking uitgaven zorg/leeeftijdsafhankelijke premies | 0.5 | 3 | |||||
| Beperking zorgpakket (rollators, gehoorapparaten e.d.) | |||||||
| Hogere eigen bijdragen huisarts en EHBO | |||||||
| Hogere zorgpremies ouderen | |||||||
| 5% reductie op uitgaven aan openbaar bestuur (loonmatiging) | 0.5 | 3.25 | |||||
| Verlaging maximale hoogte uitkeringen | |||||||
| Totaal uitgavenmaatregelen | 3.5 | 22.3 | |||||
| Lastenmaatregelen | |||||||
| %bbp | mrd | ||||||
| EITC 2,7 mrd, opbouw 50-100% WML, afbouw 150-200% WML | 0 | 0 | |||||
| Loonkostensubsidie langduring werklozen 0,4 mrd euro | 0 | 0 | |||||
| Afschaffen doorwerkbonus | 0.04 | 0.25 | |||||
| Volledige fiscalisering AOW-premies (in 17 jaar) | 0.4 | 2.6 | |||||
| Belasten aangroei pensioenen in Box-3 | 1.2 | 7.8 | |||||
| Eigen huis naar Box-3 eigen variant | 2 | 12 | |||||
| Afschaffen overdrachtsbelasting | -0.5 | -3 | |||||
| Afschaffing levensloop- en spaarloonregeling | 0.06 | 0.4 | |||||
| Afschaffing overdraagbaarheid heffingskorting (‘aanrechtsubsidie’) | 0.1 | 0.7 | |||||
| Verdubbeling erfenisbelasting | 0.3 | 2 | |||||
| Gedeeltelijke vermogensaftrek vpb (lastenneutraal) | 0 | 0 | |||||
| Een BTW-tarief | 1 | 6 | |||||
| Totaal lastenmaatregelen | 4.6 | 28.75 | |||||
| Totaal uitgaven- en lastenmaatregelen | 8.1 | 52.65 | |||||
Bron: zie spreadsheet met referenties
Woningmarkt
Kijken we naar de woningmarkt, dan zien we dat de overheid enorme hoeveelheden geld rondpompt, die welbeschouwd niet goed zijn besteed. De laatste weken verschenen talloze rapporten van de Heroverwegingscommissie over de woningmarkt en Studiecommissie Belastingstelsel, het CPB, en de SER. Iedereen is het er wel over eens dat de woningmarkt op de schop moet.
De subsidies op het eigen huis zorgen nauwelijks voor meer eigen huisbezit, zijn scheef verdeeld tussen rijk en arm en jong en oud, jagen de huizenprijzen en belastingdruk op arbeid op, zorgen voor excessieve schuldfinanciering en de overheid loopt belastinginkomsten in Box-3 mis. Ik zou het eigen huis daarom onderbrengen in Box-3 van de belastingen. Ook zou ik vermogenswinsten bij het huis willen belasten. De overdrachtsbelasting zou ik afschaffen; die is zeer verstorend, omdat mensen minder snel verhuizen en verder weg van hun werk gaan wonen. Een geleidelijk overgangsregime moet al te grote prijseffecten voorkomen en eigenaren met hoge schulden ontzien. Dit kan naar mijn inschatting zo’n 9 miljard euro structureel opleveren. Zie ook mijn bijdrage voor de Studiecommissie Belastingstelsel.
Ook zou ik de huurprijzen liberaliseren of de woningbouwcorporaties nationaliseren. Ik heb niet zo’n uitgesproken voorkeur voor welke variant. Beide hebben voor- en nadelen. Maar in ieder geval moet het huidige regime stoppen. De overheid zet de huren vast, maar de huuropbrengst is te laag voor private woningbouwcorporaties en zij bouwen dus te weinig woningen. Door scheefwonen ontstaan bovendien grote wachtlijsten en profiteren de hoogste inkomens het meest van de vaste huurprijs. Hervormingen van de huurmarkt leveren niet direct geld op, tenzij wordt geschrapt in de huurtoeslag. Dat lijkt me niet verstandig. Bij huurprijsliberalisatie moeten de hogere huurinkomsten van de woningbouwcorporaties worden afgeroomd om een veel hogere huurtoeslag te financieren. Bij nationalisatie moet er daarentegen meer gebouwd worden om de wachtlijsten weg te werken.
Arbeidsmarkt
In de arbeidsmarkt kan een aantal obstakels uit de weg worden geruimd. Het ontslagrecht kan worden versoepeld en de duur van WW-uitkeringen kan ook worden beperkt. Daarbij kan zowel een doelmatigheidswinst als een rechtvaardigheidswinst worden geboekt; de arbeidsmarkt wordt flexibeler, terwijl de outsiders profiteren van meer baanzekerheid. Samen zijn deze maatregelen dat goed voor zo’n 2,7 miljard euro. Zie ook CPB-studie en een artikel van mij voor meer discussie.
Daarnaast zijn de reïntegratietrajecten bij Bijstand en UWV bijna nooit rendabel, zie ook een artikel samen met James Heckman. Die zou ik dan ook grotendeels afschaffen. Dat kan zo’n 1,5 miljard euro opleveren. Alleen als de private sector investeert in scholing of training kan publieke ondersteuning helpen. Loonkostensubsidies en ID-banen zouden daarom kunnen blijven bestaan. Ook zouden de WAjong, WSW en Bijstand kunnen worden gestroomlijnd en omgebouwd worden tot één regeling. Het VVD-plan komt een eind in de goede richting en kan 1,25 miljard opleveren. Nu worden door de strenge Bijstand veel uitkeringsgerechtigden in de WAjong en WSW gedumpt. Die perverse prikkels moeten worden tegengegaan.
Ook zou ik het maximum dat nu aan de uitkeringen wordt gesteld willen verlagen. Het maximum dagloon in WW, WIA en WAO is nu 186,65 euro bruto. Het maximum dagloon kan naar ongeveer 145 euro bruto. Dat is dus ‘van boven’ ontkoppelen waardoor de laagste inkomens worden ontzien. Dan houden mensen een maximum bruto uitkering van circa 20.000 euro. Hoeveel dat oplevert, weet ik niet. Het zorgt er in ieder geval voor dat de lonen aan de bovenkant van het inkomensgebouw sneller worden gematigd; loonstijgingen leiden immers minder snel tot opbouw van sociale rechten.
Een paar maatregelen kosten niets omdat de economie beter gaat draaien. Ik zou een inkomensafhankelijke arbeidskorting willen invoeren van 2,7 miljard. Die verdient zichzelf terug omdat het inkomensverschil tussen uitkering en werk toeneemt. Meer mensen gaan dan werken waardoor de overheid bespaart op uitkeringen. Dat geldt ook voor loonkostensubsidies van 0,4 miljard voor langdurig werklozen.
De algemene heffingskorting is nu nog (deels) overdraagbaar. Dit is de befaamde ‘aanrechtsubsidie’. Die overdraagbaarheid van de heffingskorting remt de arbeidsparticipatie van met name vrouwen. De huidige regering heeft al een deel afgeschaft, maar huishoudens met jonge kinderen kunnen de aanrechtsubsidie nog incasseren. Ik zou ‘m helemaal afschaffen, dat levert nog zo’n 700 miljoen op.
Pensioen
Ik zou conform de voorstellen van de Commissie Bakker de AOW-leeftijd laten oplopen met drie maanden per jaar naar 67 in acht jaar tijd en daarna koppelen aan de levensverwachting. Dit levert minimaal 6,5 miljard houdbaarheidswinst op. Verder zou de AOW (versneld) gefiscaliseerd kunnen worden zodat die binnen 10 jaar voltooid is. Dat levert ook minimaal 2,6 miljard op. Dit zijn beide forse onderschattingen van de werkelijke bedragen.
Het sparen van geld in het eigen huis, pensioenen en levensloopregeling is onbelast. Dat zorgt ervoor dat de overheid veel belastinggeld misloopt in Box-3 van de belastingen waar spaargeld en vermogen wordt belast. Door het eigen huis in Box-3 onder te brengen, is eigen geld geïnvesteerd in het eigen huis niet langer meer vrijgesteld. Er wordt dan een fictief rendement van een procent of 5 verondersteld op eigen geld gespaard in het eigen huis. Ik zou bovendien de pensioenfondsen Box-3 heffing willen laten afdragen. In dat geval moet ieder jaar 1,2 procent van het pensioenvermogen aan belasting worden betaald. Bij een pensioenvermogen van 650 miljard, levert dat een kleine 8 miljard euro op. De meeste economen gaan overigens minder ver en willen de maximale pensioenaftrek beperken door het fiscaal ondersteunde opbouwpercentage te verlagen of de aftrek af te toppen bij een bepaald inkomen. Daardoor gaan welvarende mensen ook over het meerdere Box-3 heffing betalen.Om dezelfde redenen zou ik de spaarloon- en levensloopregeling afschaffen. Zie ook mijn bijdrage voor Studiecommissie Belastingstelsel. Dat levert 400 miljoen op.
De hogere belastingen op ‘dood vermogen’ in huizen en pensioenen zijn niet erg verstorend voor de economie. Huizen lopen niet weg en de pensioenbesparingen liggen grotendeels vast in de CAO’s. Het wegnemen van de subsidies op eigen huis en pensioen zorgt er bovendien voor dat mensen worden geprikkeld om meer en langer door te werken en hun investeringen in menselijk kapitaal op peil te houden.
Ook zou ik de doorwerkbonus afschaffen. Momenteel subsidiëren we ouderen boven de 61 om door te werken. Door de doorsneepremie betalen ouderen actuarieel bezien veel te weinig voor het pensioen dat ze opbouwen. Die subsidie op doorwerken verhogen we nog eens met de doorwerkbonus. Niet alleen is dat niet efficiënt, het zorgt ook voor herverdeling van jong naar oud. Iets wat we juist met de vergrijzing in aantocht willen voorkomen. Afschaffing levert 260 miljoen op.
Onderwijs
Ik zou een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs invoeren waarbij studenten gemiddeld de helft van de huidige kosten van het hoger onderwijs zelf gaan betalen. Dat levert zo’n 1,2 miljard structureel op. Om de toegang tot het hoger onderwijs te waarborgen zijn geen subsidies nodig maar een sociaal leenstelsel, zie ook mijn eerdere blog over de studiefinanciering.
Infrastructuur
Het is niet meer van deze tijd dat de gasbaten kunnen worden verkwanseld aan onrendabele infrastructuurprojecten: Betuwe- en HSL-lijnen, Tweede Maasvlaktes, zeesluizen, enzovoorts. Daarom zou ik de FES-pot afschaffen. Als investeringen in infrastructuur nodig zijn en de investeringen zijn financieel rendabel, dan kan de overheid daar prima voor lenen (Gulden Financieringsregel). Niet de overheid zelf, maar het CPB moet berekenen of de baten groter zijn dan de kosten. Anders gaan – zoals vroeger – politici zelf bepalen of iets rendabel is: de uitkomst laat zich dan voorspellen. Als dat niet het geval is, dan moet de overheid uitgaven aan infrastructuur uit de lopende begroting financieren; het is dan gewone overheidsconsumptie. Dat scheelt structureel zo’n 1,7 miljard euro per jaar.
Gezondheidszorg
De zorgkosten lopen al jaren uit de hand. In de AWBZ kunnen wonen en zorg worden gescheiden. In het CDA-programma van 2006 stond daar 1,25 miljard voor in de boeken, maar vermoedelijk zat daar een verhoging van de eigen bijdragen aan wonen bij inbegrepen. Het lijkt me redelijk om welvarende ouderen een hogere bijdrage aan wonen te laten leveren, terwijl de arme ouderen worden ontzien via de huurtoeslag. Verder zou ik allerlei hulpmiddelen zoals rollators, gehoorapparaten, en dergelijke, uit het basispakket schrappen. Vrijwel iedereen kan die prima zelf betalen. Ook zou ik een beperkte eigen bijdrage van 7,50 euro per huisartsbezoek willen invoeren om te voorkomen dat mensen voor ieder wissewasje naar de huisarts gaan. Ook zou ik zeer forse eigen bijdragen bij de eerste hulp invoeren om onnodige inloop op de EHBO af te remmen.
Ook zou ik leeftijdsafhankelijke zorgpremies willen invoeren, waarbij de premies hoger zijn met een hogere leeftijd. Deze ‘fiscalisering’ van de zorg houdt in dat welvarende ouderen meer aan bijdragen aan de zorg, zonder dat de collectieve solidariteit wordt afgebroken. Dit voorkomt dat oplopende zorgkosten een molensteen om de economie worden. Nu zorgen oplopende zorguitgaven tot almaar stijgende loonkosten vanwege stijgende zorgpremies. Door welvarende ouderen meer te laten betalen – arme ouderen worden ontzien met de zorgtoeslag – kan die premiestijging voor werkenden worden beperkt. De opbrengsten van deze laatste besparingen kan ik niet goed kwantificeren, maar ik denk dat makkelijk 3 miljard gehaald moet kunnen worden, met name door hogere zorgpremies voor ouderen.
Overheidsuitgaven
Verder denk ik dat de komende regeerperiode de ambtenarensalarissen dicht bij de nullijn moeten blijven. De overheidsuitgaven als fractie van het nationaal inkomen zijn ruim 5 procent toegenomen in de afgelopen jaren. De grootste kostenpost bij de overheid zijn de salarissen. de uitkeringen zijn bovendien gekoppeld aan de loonontwikkeling. Normaalgesproken neemt het bestedingsaandeel van de overheid vanzelf af na een crisis omdat de lonen worden gematigd, terwijl de economie weer gaat groeien. Vooralsnog is dat niet het geval in Nederland. Terwijl werknemers in de private sector grote klappen hebben gekregen, zijn de lonen in de publieke sector tijdens de crisis nog altijd harder gestegen dan de inflatie. Loonmatiging helpt om de uitgavenplafonds bij de overheid weer omlaag te krijgen en het beslag van de overheid op de nationale koek te verkleinen. Natuurlijk heeft de overheid de vakbonden niet aan een touwtje, maar de overheid moet desnoods een loonmaatregel afkondigen dat lonen bij de overheid voor 4 jaar 1,25 procent minder groeien dan in de markt om na 4 jaar 3,25 miljard te bezuinigen op de ambtenarensalarissen.
Erfenisbelastingen
De regering heeft onlangs besloten tot een verlaging van de erfenisbelastingen. Dat was een economisch bezien ongelofelijk slecht plan. Onbedoelde erfenissen zijn een ideale belastinggrondslag. Er zijn geen economische inspanningen voor erfenissen verricht en belasting van erfenissen zal dus het economisch gedrag niet verstoren. 100 procent belastingen op onbedoelde erfenissen zijn optimaal. Natuurlijk worden ook erfenissen bedoeld nagelaten. Alleen bestaan erfenissen voor het overgrote deel uit zwaar gesubsidieerde eigen woningen en laag belaste effecten. Die zouden zwaarder belast moeten worden. Daarnaast is het onbedoelde deel van erfenissen aanzienlijk. Per nagelaten euro bedraagt het gemiddelde belastingtarief maar een dubbeltje – en dat was vóór de verlaging van de belastingen. Ik zou de belasting op erfenissen daarom verdubbelen. Hogere successiebelastingen kunnen zo’n 2 miljard extra per jaar opleveren. Zie ook mijn bijdrage voor de Studiecommissie Belastingstelsel.
Vennootschapsbelasting
Bij de vennootschapsbelasting mogen bedrijven rente aan vreemd vermogensverschaffers aftrekken, maar de dividenden aan eigen vermogensverschaffers niet. Dat zorgt ervoor dat bedrijven veel teveel schulden maken en te weinig met eigen vermogen financieren. Denk ook aan de sprinkhaanmaatschappijen die Nederlandse bedrijven opkopen, leegeten en vervolgens volhangen met schulden op kosten van de belastingbetaler. De kosten voor eigen vermogen moeten daarom ook aftrekbaar worden gemaakt. Dat kost alleen geld en dat is er niet. De overheid kan dan daarom budgetneutraal een gedeeltelijke aftrek voor zowel vreemd als eigen vermogen invoeren, waarbij de kosten van beide gedeeltelijk aftrekbaar zijn. Dan hebben bedrijven geen excessieve prikkels meer voor schuldfinanciering. Zie ook mijn bijdrage en het advies van de Studiecommissie Belastingstelsel.
BTW
Tot slot kan het lage BTW-tarief van 6 procent worden opgehoogd naar 19 procent. Dat scheelt zo’n 6 miljard euro structureel per jaar na verrekening van uitverdieneffecten. Er zijn geen goede redenen om een gedifferentieerd BTW-tarief te hanteren. Ook zijn de inkomenseffecten beperkt. Het blijkt dat de hoge inkomens vrijwel net zoveel van het lage BTW-tarief profiteren als de lage inkomens. Door een uniform BTW-tarief hebben huishoudens geen prikkel meer om teveel goederen te kopen die onder het lage BTW-tarief vallen. Bovendien kan administratieve rompslomp verminderen. Zie ook het advies van de Studiecommissie Belastingstelsel.
Politieke partijen willen in 2011 tien keer meer bezuinigen dan in 2006
Het is fascinerend om de bezuinigingen en belastingverhogingen die politieke partijen nu voorstellen te vergelijken met hun voorstellen uit 2006. Ik heb gegevens uit de CPB-doorrekeningen van 2006 en de verkiezingsprogramma’s gehaald:
| 2006 | 2011 | |||||
| Bez. | Bel.verh. | Totaal | Bez. | Bel.verh. | Totaal | |
| CDA | -0.25 | 0.5 | 0.25 | 18 | 0 | 18 |
| PvdA | -3 | 0 | -3 | ? | ? | 10 |
| VVD | 3.25 | -5 | -1.75 | 26.5 | -7 | 19.5 |
| SP | -4.5 | -1.25 | -5.75 | 4 | 6 | 10 |
| GL | -5.5 | -1 | -6.5 | 9 | 3 | 12 |
| D66 | 1 | -5 | -4 | 15 | 0 | 15 |
| CU | 0.5 | 0 | 0.5 | ? | ? | 16 |
| Gemiddeld | -1.2 | -1.7 | -2.9 | 14.9 | 0.0 | 14.4 |
| Minteken is een uitgavenverhoging of lastenverlichting | ||||||
| Bronnen: CPB (2006), Keuzes in Kaart, Bijzondere Publicaties No. 65; verkiezingsprogramma’s politieke partijen | ||||||
We zien dat politieke partijen in 2006 gemiddeld zo’n 3 mrd aan lastenverlagingen of hogere uitgaven voorstelden. Daarvan was zo’n 1,7 miljard aan belastingverlagingen en 1,2 miljard hogere uitgaven. Die laatsten zijn in werkelijkheid veel meer geworden, maar dat terzijde.
In 2010 stellen de politieke partijen gemiddeld zo’n 14,4 mrd aan bezuinigingen of lastenverzwaringen voor. Van alle partijen behalve PvdA en CU kon ik achterhalen hoeveel ze willen bezuinigen en hoeveel ze de belastingen willen verhogen. Gemiddeld willen ze de belastingen niet verhogen. We zien dat partijen gemiddeld meer dan het tienvoudige aan bezuinigingen voorstellen ten opzichte van 2006.
Uit dit tabelletje wordt volstrekt duidelijk waarom het CDA en de VVD moeilijk doen over de CPB-doorrekeningen. Wat zij aan bezuinigingen in de boeken willen schrijven is ongekend en de grote vraag is wat het CPB zal heel laten van hun verkiezingsprogramma’s.
Ik vraag me bij deze cijfers ook af waarom er een crisis nodig is voordat onze politici in beweging komen; als de nood aan de man is weten ze behoorlijk uit te pakken. De kiezers zijn waarschijnlijk te lui om onze politici kort te houden als het economisch goed gaat… Het bekende verhaal over het dak repareren als de zon schijnt.